Pier Paolo Pasolini: De geur van India. Vert. ...

Pier Paolo Pasolini: De geur van India. Vert. Patty Krone en Yond Boeke. Uitg. Het Wereldvenster. Prijs ƒ 17,50.

Primo Levi: Is dit een mens? en Het respijt. Vert. Frida de Matteis-Vogels. Uitg. Meulenhoff, 442 blz. Prijs ƒ 34,50.

Liana Millu: De rook boven Birkenau. Vert. Etta Maris. Uitg. Contact, 170 blz. Prijs ƒ 29,50.

Italo Calvino: De weg naar San Giovanni. Vert. Henny Vlot. Uitg. Bert Bakker, 97 blz. Prijs ƒ 24,90.

Vincenzo Consolo: Retabel (Siciliaanse passies) Vert. Pietha de Voogd. Uitg. Wereldbibliotheek, 147 blz. Prijs ƒ 29,50.

In de maand juni wordt veel aandacht geschonken aan de zeventig jaar geleden geboren schrijver en regisseur Pier Paolo Pasolini (1922-1975). In Nederland verscheen een nieuwe biografie (Pasolini Requiem) van Barth David Schwartz en twee romans van Pasolini werden vertaald. In Italië wordt zelfs gekibbeld over de "populariteit' van Pasolini en de, lijkt het wel, daarmee samenhangende "stilte' rond Alberto Moravia. Sussend schreef de schrijver Renzo Paris dat het beter is om te stellen dat Pasolini de grote regisseur van de tweede helft van deze eeuw is en Moravia de grote schrijver van de gehele twintigste eeuw. De actrice en goede vriendin van Pasolini, Laura Betti, schreef meteen dat het oneerbiedig is om de verdienste van twee zulke grote kunstenaars (en goede vrienden) na hun dood te vergelijken.

Bij het Wereldvenster verscheen een reisverslag van Pasolini van een reis die hij door India maakte in 1961 met Alberto Moravia en Elsa Morante. Aan de hand van korte dagboekaantekeningen beschrijft Pasolini zijn indrukken, die het meest overeenkomen met een cultuurschok ("we waren half lamgeslagen van verdriet en medelijden'). Voor de eerste keer wordt hem duidelijk dat het katholicisme niet de hele wereld omvat, maar dat er vrijheid van godsdienst bestaat. Het is één van de spaarzame overwegingen in het verslag. Opvallend is zijn vermogen om met de open blik van een kind de omgeving, waarin hij als buitenstaander rondloopt, in detail te beschrijven. Het stof in de straten, de overal aanwezige armoede, de ondefinieerbare, zoete lekkernijen, de mensen en koeien die lijken te gaan slapen op de plek waar ze zich bevonden toen de nacht begon, de Indiase glimlach en vooral de witte lappen, vuile hemden en broeken waarin de mannen gekleed zijn, openbaren een nieuwe wereld. De meeste indruk maakt de Indiase melodie gezongen door kleine bedelaars in de nacht van Bombay: "Het lijkt of het de eerste keer is dat er op de wereld iemand zingt. (-) een revaluatie, een keerpunt in mijn leven.'

Pier Paolo Pasolini: De geur van India. Vert. Patty Krone en Yond Boeke. Uitg. Het Wereldvenster. Prijs ƒ 17,50.

Het is dit jaar vijf jaar geleden dat Primo Levi op 11 april 1987 in Turijn overleed. In Nederland is bijna het gehele oeuvre vertaald en ter gelegenheid van deze herdenking heeft uitgeverij Meulenhoff twee belangrijke boeken gebundeld. Het eerste, Is dit een mens, is het verslag van Levi's verblijf als gedeporteerde in het kamp Monowitz-Buna, een onderdeel van Auschwitz. Geen enkel feit is verzonnen, zegt hij in zijn voorwoord - maar ook niet alles is gezegd. Het hoogste kwaad blijft onbeschreven: "Toen hebben we voor het eerst begrepen dat onze taal geen woorden heeft voor die misdaad, het vernietigen van een mens'.

Het tweede deel, Het respijt, is het verslag van de terugreis naar huis. In januari 1945 arriveerde het Rode Leger in het kamp. Op 19 oktober was Primo Levi uiteindelijk weer thuis na een odyssee door Polen, de Sovjet-Unie, Roemenië, Hongarije en Oostenrijk. Het boek verscheen in 1963. Het werd bekroond met de twee belangrijkste Italiaanse literaire prijzen. Daarna was Levi niet langer de "chemicus die ook schreef' maar één van de belangrijkste schrijvers in de na-oorlogse literatuur.

Primo Levi: Is dit een mens? en Het respijt. Vert. Frida de Matteis-Vogels. Uitg. Meulenhoff, 442 blz. Prijs ƒ 34,50.

Ook de onbekende journaliste en lerares Liana Millu schreef in 1946 haar verslag over het leven in het vrouwenkamp Auschwitz-Birkenau. Net als Simone Veil (ex-voorzitster van het Europese Parlement), die zich enkele jaren geleden op een symposium over de holocaust uitsprak over het "onbegrip', de "onverschilligheid' en "botheid' waarmee overlevenden van de kampen bij terugkeer geconfronteerd werden, voelde Millu zich onbegrepen en koos zij voor een schreeuw in de vorm van zes realistische verhalen. Ieder verhaal eindigt op gedempte toon met de dood van een van de vrouwen. Zelf treedt de schrijfster nauwelijks op de voorgrond, door haar ogen krijgen we een beeld van een huiveringwekkend verblijf in het voorportaal van de crematoria. Dag en nacht zagen de vrouwen de rook uit de schoorstenen komen. Hun barakken waren daar omheen gebouwd. Het meest ontroerende verhaal gaat over Maria, de "clandestiene moeder" die bij aankomst in het kamp verzwijgt dat zij zwanger is in de hoop dat de oorlog binnen negen maanden is afgelopen. Maria redt het niet en alle vrouwen rennen op dat moment naar buiten om niet te ontbreken bij het appel.

Primo Levi schreef in het voorwoord: "Om elk van deze menselijke geschiedenissen in een zo onmenselijke wereld hangt een glans van droeve lyriek die nooit ontluisterd wordt door een uitbarsting van woede of onbeheerste klacht, een glans van treurige levenswijsheid, een teken dat de schrijfster niet vergeefs heeft geleden.' De woordkeus van Millu is waardig en afgemeten maar ook beperkt en lang niet zo mooi als die van Primo Levi. Haar observaties zijn daarentegen zeer intens en roepen woede, onbegrip en ontroering op.

Liana Millu: De rook boven Birkenau. Vert. Etta Maris. Uitg. Contact, 170 blz. Prijs ƒ 29,50.

Voor de Italiaanse filmkijker bestond slechts de helft van iedere acteur en actrice, namelijk alleen de persoon en niet de stem. Deze was immers nagesynchroniseerd. Dus je kon houden van een filmster zonder haar stem te kennen. Daarover schrijft Italo Calvino in zijn verhaal "Autobiografie van een filmkijker' dat deel uitmaakt van de posthuum verschenen bundel De weg naar San Giovanni. Na zijn dood in 1985, liet Calvino talloze essays en verhalen na. Een van de werken in voorbereiding zou bestaan uit een reeks "geheugenoefeningen'. Esther Calvino heeft aan de hand van lijsten die Calvino samenstelde (en steeds weer wijzigde) vijf verhalen verzameld die geschreven zijn tussen 1962 en 1977. Het titelverhaal is een schitterende overpeinzing waarin Calvino zijn jeugd opnieuw beleeft in een provinciestadje in Noord Italië. Hij beklimt nog eens het muilezelpad naar San Giovanni om achteraf te begrijpen waarom zijn vader, een rijke landgoedeigenaar, zijn zoon zo per se wilde opvoeden in de traditie van de landbouw. Calvino maakt gebruik van een verteltechniek waarin de schrijver zich steeds vragen stelt over het verhaal waarmee hij bezig is. Waarom beschuldigt zijn familie hem van onwil als hij zich onhandig in de keuken beweegt? Zijn enige aandeel in het Parijse huishouden is tenslotte het legen en verplaatsen van de poubelle agrée, de vuilnisbak, waar nog nooit zoveel en zolang over geschreven werd.

Italo Calvino: De weg naar San Giovanni. Vert. Henny Vlot. Uitg. Bert Bakker, 97 blz. Prijs ƒ 24,90.

Van de Siciliaanse schrijver Vincenzo Consolo (1933) werd nog niet eerder iets in het Nederlands vertaald. Dat is begrijpelijk omdat zijn meesterschap bepaald wordt door zijn taalgebruik. De vertaalster Pietha de Voogd schrijft in haar verantwoording dan ook dat ze uitgebreid met Consolo heeft gesproken over stijlkwesties, syntactische en semantische problemen. De auteur schrijft lange, op het Latijn geïnspireerde zinnen en voert nieuwe woorden in die lijken op "verbouwd' Latijn. Retabel is een zeventiende-eeuws reisverhaal dat is opgebouwd als een retabel, dat wil zeggen als een achterstuk van een altaar dat veelal is beschilderd of gebeeldhouwd. De tekst is verdeeld in een aantal verhalen. In het "middenpaneel', het eigenlijke reisverhaal, is de kunstschilder Fabrizio Clerici ("liefhebber van antiquiteiten waarvan hij eenvoudige kopieën maakt') zowel ik-figuur als verteller. Fabrizio Clerici is de naam van een hedendaagse schilder die bij voorkeur imaginaire steden en uitgeholde labyrinten schildert. Clerici maakte voor deze uitgave vijf tekeningen die ook in de Nederlandse vertaling zijn opgenomen. De twee zijluiken vertellen hetzelfde verhaal maar in verkorte vorm en vanuit een andere persoon. Het gaat hier niet om een simpele verzameling van verhalen maar om een nauwkeurig opgebouwde historische roman over Sicilië, geschreven door een Siciliaan die met weemoed de veranderingen waarneemt. ("De opperste vorm van dromen, ten slotte, is het schrijven over een reis, en over een reis naar het land van het verleden.'). De vertaalster is er in geslaagd de "neo-barokke stijl' van Consolo over te nemen al klinken sommige zinnen, zwanger van verheven bijvoeglijke naamwoorden, in het Nederlands zwaarder dan in het Italiaans. Maar dat ligt wellicht ook aan onze taal.

Vincenzo Consolo: Retabel (Siciliaanse passies) Vert. Pietha de Voogd. Uitg. Wereldbibliotheek, 147 blz. Prijs ƒ 29,50.