Miniatuur-tv op toilet om maar niets te missen

AMSTERDAM, 19 JUNI. Het bier spettert tegen het plafond. De druppels lopen van de televisieschermen. Nederland-Duitsland: 1-0. Na vier minuten. "Stadion Winters' staat op zijn kop. Henk Winters heeft in zijn tweekamerwoning op driehoog aan de Ten Catestraat in Amsterdam-West een tribune gebouwd. Tien televisieschermen zijn voor het publiek opeengestapeld. Meer dan vijftig mensen schreeuwen hun kelen schor. “Deutschland, Deutschland, alles ist vorbei.”

De bezoekers betalen tien gulden entree. De moeder van Ruud Gullit heeft het stadion voor het begin van de eerste EK-wedstrijd tegen Schotland, vorige week, officieel geopend. Ze woont om de hoek. Winters stuurde gisteren een fax naar het hotel van Oranje met de tekst: “Het Nederlands elftal wint altijd in stadion Winters.”

De wedstrijd Nederland-Duitsland was binnen een dag uitverkocht. Tijdens het EK van 1988 hield Winters ook al open huis. “Hij wil altijd iets nieuws, dus hij dacht dat een herhaling een domper zou worden. Dus niet”, zegt vaste klant Robbie Stoltz krachtig. De bezoekers kennen elkaar van de Reynoldstribune in het Ajax-stadion. Het publiek is gevarieerd, van slager tot buschauffeur, van koffieshophouder tot kroegbaas. Oranje pruiken, overalls en haarbanden overheersen. Een jongen draagt een T-shirt waarop de Oranje leeuw de Duitse adelaar verschalkt. "Noch einmal bitte' staat er boven.

“We worden toch weer kampioen”, zingen de aanwezigen vlak voor de wedstrijd begint. “Ik heb van voetbal geen verstand, toch geloof ik in Nederland.” Winters zweept zijn gasten op. Om zijn nek een oranje sjaal, om zijn middel een Nederlandse vlag. Het Wilhelmus wordt uit volle borst meegezongen. Het Nederlands elftal schuift langzaam door het beeld.

Voordat iedereen goed en wel zit, valt het eerste doelpunt. “Nederland jaagt, Nederland stoort, de Duitsers krijgen geen kans”, schalt NOS-commentator Evert ten Napel. “Tien, tien, tien”, juichen de supporters na het tweede doelpunt van Rob Witschge. Het zweet parelt op het kaalgeschoren hoofd van Winters. Hij veegt zijn hoofd af met een handdoek met daarop "AANVALLEN'. “Dit is historisch, nog nooit gebeurd”, zegt hij met schorre stem tegen Stoltz, die naast hem op de voorste rij zit. “Hi, ha, ho daar moet op gedronken worden”, brult de huiskamer.

Het bier is op na het tweede doelpunt, dertig kratten. “Geen probleem”, zegt Winters. “De slijter zit onder voorkeurnummer vijf op mijn telefoon. Hij heeft zelfs de sleutel van mijn huis.” In de rust worden tien nieuwe kratten gehaald, de drankhandelaar houdt zijn zaak er speciaal voor open.

In de tweede helft wordt het stil op de tribune. Jürgen Klinsmann scoort na acht minuten: 2-1. “Kom op nou, beuken, jagen”, schreeuwt Robbie Stolz Marco van Basten toe. “Gelukkig dat Bert er niet is”, zegt Winters. “Hij was bang dat hij een hartaanval zou krijgen.”

Op het toilet kan de kijker de wedstrijd nog volgen op een miniscuul zwart-wit beeld. “Spanning, spanning en nog eens spanning”, kraait de blikken stem van Ten Napel uit de kleine televisie. Aron Winter breekt door en Dennis Bergkamp scoort 3-1. Geschreeuw stijgt op in de huiskamer. “Allemaal Ajax-doelpunten”, juicht Robbie Stoltz. “Rijkaard, Witschge en Bergkamp, heerlijk.”

Foto: “Het Nederlands elftal wint altijd in stadion Winters.” (Foto NRC Handelsblad/Chris de Jongh)