"Luns sprak in jaren zeventig van staatsgreep'

DEN HAAG/ROTTERDAM, 19 JUNI. De toenmalige minister-president Den Uyl heeft in 1975 of 1976 bezoek gehad van NAVO-secretaris-generaal Luns, die hem erop attent maakte dat Nederlandse officieren hem op zijn werkkamer in Brussel hadden gezegd dat er “een einde moest worden gemaakt” aan het kabinet-Den Uyl. Dat zegt dr. W.F. Duisenberg, president van De Nederlandsche Bank en destijds minister van financiën.

Premier Den Uyl had dat aan Duisenberg verteld, zeer kort nadat Luns zijn mededelingen had gedaan. “Ik herinner mij niet meer de details van de zaak, maar ik weet wel dat Den Uyl de zaak heel serieus opnam. Ik kan ook niet zeggen of Luns de officieren had uitgelachen of uitgevloekt, maar in elk geval vond hij het gebeurde zo belangrijk dat hij ermee naar Den Uyl was gegaan.”

Duisenberg vindt het opvallend, dat Luns in het gisteren verschenen boek "De wereld volgens Luns' eenzelfde soort verhaal vertelt over het begin van 1965 - tien jaar eerder - toen Luns nog minister van buitenlandse zaken was. Hij verhaalt daarin dat er enkele generaals op zijn kamer op het ministerie kwamen, die een coup wilden plegen en Luns vervolgens tot minister-president wilden benoemen. “Het is toch wel heel onwaarschijnlijk dat zoiets zich in tien jaar twee keer zou voordoen”, aldus Duisenberg.

Andere mensen uit de omgeving van Den Uyl zijn niet op de hoogte van dergelijke mededelingen door Luns aan Den Uyl. Mr. W.F. de Gaay Fortmann, indertijd vice-premier en minister van binnenlandse zaken, zegt dat hij er niet over is genformeerd. “Dat is ook niet per se noodzakelijk. Duisenberg was een bijzondere vertrouweling van Den Uyl. Als ik er niet ben en er is iets belangrijks, had Den Uyl wel eens tegen mij gezegd, neem dan contact op met Duisenberg.”

Pag.3: Vredeling niet ingelicht

De toenmalige minister van defensie, ir. H. Vredeling, is evenmin door Den Uyl van de zaak verteld. “Dit is absoluut nieuw voor mij. Het enige dat enigszins in de buurt komt, loopt tijdens de Lockheed-zaak. Den Uyl riep mij bij zich en zei dat hij er niet geheel gerust op was dat de militaire top de deconfiture van prins Bernhard zo maar zou accepteren. Hij droeg mij op mij daar van te vergewissen. Ik heb stafchef (generaal Wijting, red.) en de drie bevelhebbers bijeengeroepen op de dag dat Den Uyl in september 1976 het rapport van de Commissie-Donner in de Tweede Kamer presenteerde. Na de live-tv-uitzending heb ik ze op mijn kamer gevraagd of ze de zaak konden aanvaarden. Ze zeiden "ja' en ze hebben zich ook verder volstrekt loyaal tegenover mij en het kabinet gedragen.”