Kattebrokken

Joke en Mieke van der Wey, De kattenbende van Beestenvreugd. Uitg. Contact. Prijs ƒ 27,90.

In veel tekenfilms is de schurkenrol weggelegd voor de kat. Groot is ons leedvermaak als hij geklutst, gemangeld en geplet de aftocht moet blazen, omdat het onschuldige muisje of vogeltje waarop hij aasde hem te slim af is geweest. Natuurlijk moeten we er niet aan denken dat onze eigen sufgeknuffelde lieveling zulke martelingen zou moeten ondergaan, maar vooruit, in tekenfilms kan en mag alles.

De kat als roofdier, of zo men wil als bloeddorstig monster, mag in tekenfilms een beruchte verschijning zijn, in boekvorm leidt hij een onopvallend bestaan. Kattenboeken genoeg, maar daarin wordt vrijwel altijd de nadruk gelegd op de prachtige eigenschappen die we die beesten maar al te graag toedichten: zo schoon, zo eigenzinnig en vooral zo intelligent.

De katten die gezamenlijk "de kattenbende van Beestenvreugd' vormen, in het gelijknamige kinderboek van Joke en Mieke van der Wey, gedragen zich als mensen, maar zien eruit als echte monsters. "Geen types om even lekker onder hun kinnetje te kriebelen', zoals twee vaste bezoeksters van dierentuin Beestenvreugd verbijsterd constateren. Al gauw sluiten de stoere, punk-achtige Pé en haar wat lieflijker ogende vriendin-met-koalarugzak Dirkje vriendschap met deze verfomfaaide zwerfkatten, die "een leven vol blikjes en kattebrokken' achter zich hebben gelaten. Toch heeft de verloedering niet geheel toegeslagen: Franeker Fré, de procentenkat en hun gestreepte en gevlekte kameraden hebben met elkaar afgesproken dat ze van de vogels in Beestenvreugd zullen afblijven. Daarom moeten ze zich behelpen met de pakjes brood die door schoolkinderen walgend in de prullenbakken zijn gedeponeerd.

Als er steeds meer katten verdwijnen uit Beestenvreugd en het vermoeden rijst dat er sprake is van kattenmepperij, wordt Rijnmondse Rinus ingeschakeld. Deze omvangrijke kater, een van de oprichters van de kattenbende, is lang geleden naar de Rotterdamse haven vertrokken "om voor zichzelf te beginnen'. Rinus, "een beetje een grof type' dat een van de vrouwtjeskatten 'moppie' noemt, formeert een knokploeg teneinde af te rekenen met de kattenmeppers en gedraagt zich daarbij inderdaad als een generaal. Nadat Pé en Dirkje Franeker Fré, die wegens zijn bijzondere velletje uit de dierentuin was geroofd, hebben bevrijd organiseren zij een groot feest in de dierentuin. Alle katten, de wijze krokodil Scheefbek en leeuw Jan, zijn van de partij.

In grote lijnen is De kattenbende van Beestenvreugd een variant op Disney's 101 Dalmatiërs, die om hun mooie velletjes achterna werden gezeten door al net zo'n eng mens als de leidster van de kattenmeppersbende. Dat de herkenbare menselijke trekjes en gedragingen waarmee de schrijfsters de diersoort hebben uitgerust het altijd goed doen, weten we al sinds De Fabeltjeskrant, dus ook dat is niet zo'n geweldige vondst. Maar hoe vaak kom je een boek tegen dat met zoveel onmiskenbaar plezier is geschreven? Joke en Mieke van der Wey, die allebei aan de kinderpagina van Het Parool hebben meegewerkt, laten in De kattenbende van Beestenvreugd zien dat ze over een rijk gevoel voor detail beschikken. Het boek puilt bijkans uit van de geestige en rake typeringen: wat het verschil is tussen de angorapoezen Marilyn en Angora Annie moge alleen al door hun namen duidelijk zijn. Het enige bezwaar dat je tegen dit soort grapjes kunt hebben is dat ze de meeste kinderen van tien, elf jaar (de beoogde lezerscategorie) waarschijnlijk zullen ontgaan. Aan de andere kant is dit de leeftijd waarop veel kinderen een voorkeur voor min of meer realistische kinderboeken ontwikkelen, zodat ze al die pratende poezen misschien een beetje "kinderachtig' vinden.

Behalve dat de misselijke kattenmadam op een wel erg ongeloofwaardige manier wordt afgestraft (het mens wordt zonder ook maar een krasje op te lopen zomaar gek van angst voor de dreigende kattenbende), valt er over dit smakelijke boek helemaal niets te zeuren. Het thriller-achtige verhaal is overzichtelijk en verveelt geen seconde; Mariët Violier maakte de grappige, een beetje kinderlijke potloodtekeningen. Het is na al die monsterlijke tekenfilmkatten verfrissend om de kat eens geportretteerd te zien als sympathieke underdog, hoe raar dat woord in dit verband ook klinkt.