Kabinet: geen aanpassing van Schengen-verdrag

DEN HAAG, 19 JUNI. Het kabinet is vooralsnog niet akkoord met een door de fracties van CDA en PvdA voorgestelde wetswijziging die de Staten Generaal meer controle geeft over de besluitvorming in het kader van het Verdrag van Schengen.

Dit bleek afgelopen nacht aan het slot van het debat in de Tweede Kamer over de ratificatie van het Schengenverdrag, dat vooruitlopend op de Europese eenwording het vrije persoons- en goederenverkeer regelt in de Benelux, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal en Italië. Ook was er vannacht geen uitsluitsel over een eventuele goedkeuring van het verdrag door de Tweede Kamer. Maar de verwachting is wel dat de Kamer volgende week dinsdag het verdrag zal ratificeren.

De regeringsfracties hadden zich eerder tijdens een zogeheten hoofdlijnendebat bezorgd getoond over het “democratische gat” van het Schengenverdrag; het gebrek aan controle op het Uitvoerend Comite. Dat is het dagelijks bestuur van het Schengen. Door in de wet vast te leggen dat ontwerp-besluiten van het Uitvoerend Comité over voor Nederland belangrijke onderwerpen ter goedkeuring aan het parlement moeten worden voorgelegd, hopen CDA en PvdA een betere democratische verantwoording te verkrijgen.

Minister Hirsch Ballin (justitie) zei vannacht dat het kabinet het wel eens is met de strekking van het amendement van de regeringspartijen, maar niet met de formulering. Volgens de minister en volgens staatssecretaris Dankert (Europese zaken) wordt de onderhandelingsruimte van Nederland in het Uitvoerend Comité door het amendement PvdA en CDA te veel beperkt. CDA en PvdA houden vooralsnog vast aan hun voorgestelde wetswijziging. Het kabinet kondigde aan voor volgende week dinsdag zijn bezwaren tegen het amendement nog eens per brief uiteen te zetten.

Tot aan het eind van het debat bleven alle fracties wijzen op onvolkomenheden aan het Schengenverdrag, dat, zoals PvdA-woordvoerder Van Traa nog eens memoreerde, geheel buiten het parlement om tot stand is gekomen. De belangrijkste struikelblokken van het verdrag zijn behalve de gebrekkige democratische controle, het ontbreken van een rechtelijke controle, een verslechtering van het asielbeleid, en de mogelijke schendingen van privacy door het Schengen Informatie Systeem (SIS). Dat is het gemeenschappelijk opsporingsregister van het Schengengebied.

Voor de fractie van D66 is het ontbreken van een rechterlijke instantie die geschillen beslecht voortvloeiend uit het Schengenverdrag reden om tegen goedkeuring te stemmen. Het gaat daarbij dan niet alleen om geschillen tussen staten maar vooral ook op eventuele geschillen tussen individuele burgers en een Schengenland.

Het kabinet is er niet in geslaagd de andere Schengenpartners ervan te overtuigen om het Europese Hof van Justitie in Luxemburg bevoegd te maken in Schengenaangelegenheden. De andere Schengenlanden hebben ingestemd met het laten uitvoeren van een “studieopdracht” naar het instellen van een rechterlijke instantie.

D66-fractiespecialist Wolffensperger noemde dat resulaat een lachtertje. Hij wil dat de Kamer de gelegenheid krijgt over twee jaar te spreken over de uitkomsten van die studie om zich vervolgens te “bezinnen”op het Nederlands lidmaatschap aan het Schengenverdrag. De motie die hij daarover indiende werd als onmogelijk terzijde geschoven door de woordvoerders van CDA, PvdA en VVD.