Joegoslaven naar Duitsland voor "culturele reis'

BEEK, 19 JUNI. De bagage van kunstschilder Zoran Malinovski bestaat uit een volgepropte rugzak, twee tekenmappen en een brede, zorgvuldig dichtgeplakte kartonnen rol met zijn complete oeuvre, op drie stuks na. “De mooiste schilderijen hebben we moeten verkopen om onze tickets te kunnen betalen”, legt zijn vrouw Andjelija uit. “Dat was ontzettend pijnlijk, maar we dachten nog maar aan één ding: weg uit dit land en ergens anders een nieuw leven beginnen. Er is niets meer in ons land, geen economie, geen werk, geen toekomst.”

Samen staan ze te wachten voor de bus die hen naar het station in Düsseldorf moet brengen. Vandaar reizen ze verder naar een zwager in Gladbeck, die hun voorlopig onderdak wil bieden. Ze komen uit Macedonië, maar over hun etnische achtergrond willen ze niets kwijt: “Aan dat ellendige onderscheid doen we niet mee. Als de anderen er ook zo over dachten, zaten we nu niet met de oorlog”.

De reis heeft hun twaalfhonderd mark gekost. “De reisbureaus hebben snel in de gaten dat je graag weg wil; je wordt tot de laatste cent uitgeperst. Wij moesten vierhonderd mark per ticket betalen plus belasting om het land te kunnen verlaten plus de bus die ons naar Duitsland brengt.”

Er staan nog drie Belgische bussen en een rij auto's met Duits nummerbord klaar om de passagiers uit Skopje en Sofia naar Duitsland te brengen. Het is niet moeilijk om te zien welke eigenaar bij welke auto hoort: op het dashboard liggen tapijtjes met de Albanese vlag en de wachtende eigenaren dragen kettinkjes met de dubbele Albanese adelaar. Een van hen, de 23-jarige Naim Kasniqi, is uit zijn ballingsoord Parijs overgekomen om zijn moeder af te halen. Hij is twee jaar geleden naar Frankrijk gevlucht om aan de dienstplicht te ontkomen en heeft nu politiek asiel gekregen. “Ik heb mijn moeder gesmeekt te komen. Het is een belediging voor iemand om in dat land te moeten wonen.” De verhalen dat Albanezen een paspoort in de hand gedrukt krijgen en door Serven op het vliegtuig naar Maastricht worden gezet kan hij niet bevestigen: “Je wordt op een andere manier gedwongen het land te verlaten: als je niet gaat, word je bij het leger ingelijfd”.

Volgens de douaniers zijn negen van de tien passagiers Albanezen uit Kosovo, die meteen doorreizen naar Duitsland of België. Op de tickets zien zij prijzen staan die variëren van 350 tot 650 mark voor een retour. Iedereen met zo'n ticket en een Joegoslavisch paspoort wordt als toerist beschouwd en doorgelaten. “Ik schat dat we sinds december, toen Duitsland alle vluchten uit Joegoslavië verbood, dertigduizend Joegoslaven hebben gecontroleerd, allemaal inkomende passagiers. In de eerste maanden vloog er nog wel eens iemand terug, maar dat gebeurt niet meer.” Maar dat wil niet zeggen dat de vliegtuigen leeg teruggaan. Op iedere vlucht worden passagiers aangetroffen die geen cent op zak hebben of die alleen een enkele reis hebben geboekt. De afgelopen weken zijn op die manier tweehonderd mensen per kerende vlucht teruggestuurd. De Joegoslavische reisleider, die namens het reisbureau met de groep is meegereisd, doet zijn best om de schijn op te houden dat de Joegoslavische toeristen "een culturele rondreis' gaan maken. Voor verdere vragen heeft hij absoluut geen tijd.

Bij de Duitse grens ondervinden de reizigers nog minder problemen, ofschoon de Duitse regels voor toelating veel strenger zijn dan de Nederlandse. Reizigers uit Servië en Bosnië-Herzegovina zijn visumplichtig, terwijl voor Kroatië en Slovenië de visumplicht is afgeschaft sinds die republieken door de EG zijn erkend. In Nederland is de regeling omgekeerd: alleen Kroaten en Slovenen zijn visumplichtig.

Volgens de Duitse consul-generaal Engemann in Amsterdam hebben zich tot nu toe geen problemen met de Joegoslaven voorgedaan aan de Nederlands-Duitse grens. “Sinds Schengen controleren we daar geen paspoorten meer. Maar als u zegt dat de Joegoslaven, die visumplichtig zijn, Maastricht als sluikweg gebruiken, heeft u gelijk.”

Een definitieve beslissing over de visumplicht voor Joegoslaven wordt waarschijnlijk volgende week maandag in Benelux-verband genomen. Tot dan staan de Joegoslavische reisbureaus en het vliegveld Beek nog enkele gouden dagen te wachten, gezien het grote aantal vluchten dat voor het komende weekeinde is aangemeld.