Japan hervormt het financieel systeem

TOKIO, 19 JUNI. Japanse banken en effectenhuizen mogen vanaf 1 januari volgend jaar voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog op elkaars markten opereren. Het parlement heeft daartoe vandaag besloten. Over de hervorming van Japans financiële systeem was zeven jaar gediscussieerd.

Banken en effectenhuizen mogen niet rechtstreeks zaken doen op elkaars markt. Dat mag straks alleen via speciaal op te richten dochterbedrijven. Maar de kunstmatige scheiding tussen bank- en effectenzaken wordt weggenomen.

Verder mogen Japans drie lange-termijn-kredietbanken, met de Industriële Bank van Japan als grootste - en de Bank van Tokyo, Japans grote banken voor buitenlands verkeer, met ingang van volgend jaar normale banktaken verrichten en zichzelf veranderen in gewone commerciële banken.

Het parlement heeft in totaal 16 financiële wetten gewijzigd, waarmee een belangrijke doorbraak is bewerkstelligd in de liberalisatie van Japans strak gereguleerde financiële systeem.

De regulering dateert van vlak na de oorlog. Ze was destijds bedoeld om de financiering van de wederopbouw van de industrie veilig te stellen. Op aandrang van Amerika begonnen de monetaire autoriteiten in 1985, aanvankelijk met veel tegenzin, het financiële systeem te liberaliseren. Zo is de rente op deposito's vrij gelaten en wordt ze niet meer vastgesteld door de monetaire autoriteiten. Consumenten met een bankrekening krijgen nu de marktrente vergoed en niet meer de kunstmatig lage rente die de kredietnemers (lees: de industrie) bevoordeelde.

Japans grote commerciële banken, die tot de grootste ter wereld behoren, en de grote effectenhuizen, zeggen de parlementaire goedkeuring verwacht te hebben en gereed te staan voor hun nieuwe werkterrein.

De vier grootste effectenhuizen hebben over het afgelopen boekjaar, dat eindigde op 31 maart, bar slechte resultaten behaald. De geconsolideerde winst voor belastingen van Nomura, Daiwa en Nikko duikelde met 80 tot 90 procent. Yamaichi boekte zelfs een groot verlies van 30,5 miljard yen (435 miljoen gulden). Oorzaak: de koersval op de beurs en de daarmee gepaard gaande vermindering van de commissies.

Nu de effectenhuizen de banken er als concurrent bij krijgen op de toch al dunne effectenmarkt, ziet de toekomst er voor hen niet rooskleurig uit. Maar met de slapte op de beurs en het totale gebrek aan emissies, zullen de banken ook geen grote beurszaken kunnen doen, zo zeggen waarnemers.

Vandaag zijn de koersen op de beurs van Tokio weer gestegen na de plotseling koesrsval eerder deze week. Gisteren nog zei de voorzitter van de beurs van Tokio, Minoru Nagaoka, diep bezorgd te zijn. “Als de koersval aanhoudt, zal dat ernstige gevolgen hebben voor de Japanse kapitaalmarkten, en daarmee voor de Japanse economie en daarmee uiteindelijk voor de gehele wereldeconomie”, sprak hij somber. De Nikkei, het koersgemiddelde van 220 fondsen, steeg vandaag met drie procent, vooral door grote aankopen door institutionele beleggers. Nieuw was deze week dat na lange tijd nu ook het buitenland netto-verkoper was van Japanse effecten.