Het geluid van een moderne Japanner en voetbalvreugde

Poetry International. Eugène Guillevic (Frankrijk), Ana Blandiana (Roemenië), Peter Ghyssaert (België), Gu Cheng (China), Shuntaro Tanikawa (Japan), Huub Beurskens (Nederland), Jack Mapanje (Malawi), 18/7 in De Doelen Rotterdam.

In het omvangrijke gedicht "Ik spits mijn oren' beschrijft de Japanner Shuntaro Tanikawa (1931) een lange reeks geluiden die iemand in zijn verbeelding hoort. Het is een filosofisch, meditatief vers. Het onderzoekt welke plaats wij innemen in de geschiedenis van de aarde. Tanikawa noemt geluiden van honderden, duizenden en miljoenen jaren geleden: Ik spits mijn oren / voor het klagelijk grommen / van de stervende dinosaurus. Tegelijk is het een persoonlijk gedicht, doordat er geluiden uit het leven van een moderne Japanner in voorkomen: de eigen geboortekreet, het geschuifel van blote voeten, het verre hoesten van een grootmoeder, het zachte zuchten van een computer.

Toen de Japanner het gedicht gisteren op Poetry International voorlas, kon het publiek in werkelijkheid heel andere geluiden horen. Het was even na tienen. Door alle muren en ramen van de Doelen klonk luid autogetoeter van uitgelaten Rotterdammers.

Ik heb er geen last van, zei de vriendelijke dichter toen hij zijn voordracht eindelijk had voltooid. Hij zag er waarschijnlijk een onverwachte illustratie in van de tegenstellingen die hij in zijn gedicht had willen oproepen. In een gebouw probeert een klein groepje mensen zich te verdiepen in de eeuwenoude voorstellingswereld van een wijze Japanner, en buiten heerst er massale feestvreugde omdat het Nederlands elftal van de Duitsers heeft gewonnen. Pas op, zegt Tanikawa halverwege zijn gedicht: als je je oren spitst voor één geluid, sluit ze dan niet af voor nòg een geluid.

Voor de pauze liet de Chinese dichter Gu Cheng een al even meditatief geluid horen. Gu Cheng die in het China van de culturele revolutie geruime tijd varkenshoeder was, verliet zijn vaderland vier jaar geleden om in Nieuw-Zeeland visser en boer te worden. Hij wordt gezien als een vertegenwoordiger van de mystieke richting in de Chinese poëzie. Ook wie dat niet wist, kon wel zoiets vermoeden. Tijdens zijn voordracht straalde Gu Cheng een intense, hemelse blijdschap uit. Hij keek ver weg, naar een denkbeeldige horizon, en liet gedichten horen vol kolibri's en bloesemtakken.

De sinoloog Lloyd Haft die Gu Cheng bij het publiek inleidde, vertelde dat hij de afgelopen dagen geregeld met de Chinees heeft gepraat. Ik kan u verzekeren, aldus Haft, dat wat hij schrijft authentiek is. “Zijn poëzie is niet analyseerbaar, het komt volledig uit hem zelf.”

Vanavond wordt het vertaalproject over Gennadi Ajgi gepresenteerd. Verder lezen: John Ashbery (VS), Blaga Dimitrova (Bulgarije), Vikram Seth (India).

In de kop boven het interview met Antjie Krog (NRC Handelsblad 17 juni) wordt de indruk gewekt dat zij het verdwijnen van het Afrikaans niet betreurt. Zoals uit de tekst blijkt, spijt dit haar wel degelijk. Ze accepteert het echter, omdat ze in de huidige politieke situatie geen andere oplossing ziet.