Het excuus

Op 15 april zat ik in de intercity van Rotterdam na een voetbalwedstrijd. Ja, het duurde even voordat ik dit kon opschrijven. De trein zat vol supporters. Tegenover mij kwam er eentje zitten en die legde direct zijn voeten op de plaats naast me. Ik zei dat daar misschien wel iemand anders zou willen zitten, waarop de jongen antwoordde: “Dat zien we dan nog wel.” Niemand bemoeide zich er verder mee, ook niet toen er mensen moesten staan. Een bekend verhaal.

“Nu ben ik benieuwd wat er gaat gebeuren”, dacht ik en haalde mijn Hebreeuwse krant uit mijn tas. En ja:

“Zij leest een jodenkrant!” riep de supporter hard naar zijn kameraden en, voor het geval ik het niet begreep, tegen mij: “Da's een jodenkrant wat u daar leest!”

“Nee”, zei ik, “dat is een Hebreeuwse krant.”

“Dat begrijpt u niet”, met harde stem. “dat is een jodenkrant!” Het bleef muisstil om ons heen.

“Is dan iedere krant in het Nederlands een christen-krant?” vroeg ik.

“U begrijpt het nòg niet!” zei de jongen, geduldig. “Wij noemen dat een jodenkrant. Van Ajax, weet u wel.”

“Wèl knap van je dat je kon zien dat het Hebreeuws is”, zei ik rustig en ging door met lezen.

Hij bleef naar me kijken en na een tijdje vroeg hij, iets zachter nu: “Leest u dat van rechts naar links die joden-, eh, ik bedoel, die Hebreeuwse krant?”

Ik gaf hem een compliment dat hij zo goed onderscheid kon maken tussen rechts en links en ging door met lezen, terwijl hij bleef kijken.

Intussen stopte de trein in Utrecht. Ik moest eruit en borg mijn krant op. Daarop boog de jongen zich naar mij toe en zei, bijna onhoorbaar: “Mag ik u mijn excuus aan bieden, dat ik zo onaardig ben geweest tegen uw krant?”

“Dat mag”, zei ik. En hij: “Dat had ik niet moeten doen”.

“Het is aardig dat je excuus vraagt”, zei ik en wenste hem een goede reis.

Tevreden dat ik geen verdere agressie had uitgelokt, stapte ik uit. Maar eenmaal op het perron, trilde ik helemaal. Niet van angst. Van ontzetting. In de dertig jaar dat ik nu in Nederland woon, werd ik nog nooit zo direct met dergelijke uitlatingen geconfronteerd. En ik dacht: “Wat doe ik hier eigenlijk nog?! Ik wil terug naar Israel!”

“Je had ook niet net een Hebreeuwse krant moeten gaan lezen!” zei een vriendin later.

Oh nee?