Grote banken zien nog weinig in "groen' beleggen; Publiek toont interesse in milieuvriendelijk en ethisch beleggen; fondsen hebben moeite met "groene' criteria

ROTTERDAM, 19 JUNI. “Moet dat nu, die obligaties van de wereldbank?”, kreeg Chris Wisman van een van zijn aandeelhouders te horen, toen hij de beleggingsportefeuille van het Andere Beleggings Fonds (ABF) in het verslag over het eerste jaar van het bestaan van het fonds openbaar maakte. Tja, geeft hij toe, natuurlijk is er op de Wereldbank wel iets aan te merken. Veel projecten van de Wereldbank zijn grootschalig en spelen zich af in landen die niet democratisch worden bestuurd. Maar er geen koe zo bont of er zit wel een vlekje aan, en dat geldt zeker voor de "groene en ethische beleggers' die investeren in het ABF.

Het ABF werd vorig jaar opgericht door een aantal kerkelijke en milieu-organisaties en beheert nu een vermogen van 36 miljoen gulden.

Op dit moment gaat er in Nederland zo'n 275 miljoen gulden om in groen en ethisch beleggen en bankieren. Het ABF en het Biogrond Fonds zijn genoteerd op de parallelmarkt van de Amsterdamse Effectenbeurs. De verzekeringsmaatschappij Zwolsche Algemeene introduceerde vorig jaar het Holland Groen Rentefonds en Delta Lloyd begon onlangs met de Meerwaardepolis. Alle vier deze fondsen werken met beleggingscriteria als maatschappijvernieuwing en milieubewustzijn. Niet ideëel, maar zuiver commerciëel gericht op investeringen in dat deel van het bedrijfsleven dat zich bezig houdt met milieutechnologie zijn het Environmental Growth Fund van Pierson Heldring & Pierson en het Milieu Aandelen Fonds van verzekeraar Eagle Star.

Sparen kan de maatschappelijk en milieubewuste consument bij de Triodosbank, die op antroposofische grondslag groene en maatschappijvernieuwende projecten financiert, of de Algemene Spaarbank Nederland, die er naar streeft om de ingelegde gelden niet te beleggen in de wapenindustrie, kernenergie, milieuschadelijke bedrijven en landen waar de mensenrechten worden geschonden. Omdat deze bank alleen passieve criteria hanteert, zijn de hier ingelegde spaargelden - rond de 900 miljoen gulden - niet in het bovengenoemde groene beleggingstotaal opgenomen. De kerken, congregaties en geestelijke ordes beleggen een kapitaal van zo'n tachtig miljoen gulden bij de Eucomenical Development Cooperative Society, die met name milieuvriendelijke projecten financiert in ontwikkelingslanden.

Het potentieel voor groen en ethisch beleggen lijkt groot. Eind 1990 wees een Nipo-enquête uit dat 63 procent van de effectenbezitters in ons land belangstelling heeft voor zulke fondsen. Het overgrote deel van hen zei wilde wel genoegen te nemen met een lager dan gemiddeld beleggingsrendement. Dit wijst op een groene beleggingsmarkt van vele miljarden guldens.

Toch wil het groene en ethische beleggen nog niet van de grond komen. De grote financiële instellingen, die een voortrekkersrol zouden kunnen spelen, reageerden tot nu toe terughoudend. De NMB en ABN Amro koesteren geen plannen voor een groen beleggingsfonds. Bij de Postbank is er wel op gezinspeeld, maar is het groene beleggen dat stadium nooit ontstegen. De Robeco Groep heeft wel nagedacht over de introductie van een groen fonds. Maar de beleggingsgroep schat de bereidheid van het publiek om milieuvriendelijk te investeren aanzienlijk lager in dan op grond van het Nipo-onderzoek wordt verondersteld. “Ons is uit ervaring gebleken dat er bij beleggen een groot verschil bestaat tussen de uitgesproken bereidheid van het publiek en de daadwerkelijke stap om te gaan beleggen”, zegt een woordvoerder van Robeco. “Bovendien hadden wij moeite met het vaststellen van de criteria. Welk beursgenoteerd bedrijf is milieubewust, en welk niet? Dat is bijna niet vast te stellen.”

Ook bij de bestaande ethische beleggingsfondsen vormen de beleggingscriteria een probleem. Groen beleggen is in de praktijk moeilijk te onderscheiden van andere vormen van verantwoord investeren. Vrijwel alle fondsen hanteren meerdere voorwaarden tegelijk. Milieu speelt daar een belangrijke rol in, maar daarmee samen hangt ook het sociaal beleid, de mate van werknemersparticipatie en de vraag of de onderneming of het project waarin wordt genvesteerd ook “maatschappelijk vernieuwend” is. Wie bijvoorbeeld spaargeld inlegt bij de Triodosbank, ondersteunt niet alleen de biologische landbouwprojecten die de bank financiert, maar ook bijvoorbeeld "nieuwe woonvormen', waar hij het niet mee eens zou kunnen zijn.

Buiten die ideële grensvervaging is het grootste probleem van groene en ethische beleggers om de eigen doelstellingen in lijn te brengen met de wereld van het grote geld. Binnen deze schijnbare tegenstelling hanteert Wisman van het Andere Beleggings Fonds een drietal doelstellingen. Om aan de criteria van zijn fonds te voldoen moet een onderneming milieuvriendelijk zijn, een goed sociaal beleid hebben en - wanneer van toepassing - zich verantwoordelijk tonen tegenover de derde wereld. “Op die manier hou je niet zoveel bedrijven over”. Het ABF kiest er voorlopig dan ook voor om bedrijven te vergelijken binnen de eigen branche. Ahold, het moederconcern van Albert Heyn, voldoet bijvoorbeeld aan de voorwaarden van het ABF. “Het bedrijf maakt zich relatief sterk voor milieuvriendelijke verpakkingen, en kent een verhoudingsgewijs goed sociaal beleid”, vindt Wisman. Koninklijke Bijenkorf Beheer, de holdingmaatschappij van onder andere Bijenkorf en de HEMA, kon er niet mee door. “Mij werd verteld dat bij vervaardiging van kleding voor de Bijenkorf in de derde wereld geen kinderarbeid te pas kwam. Maar voor de HEMA kon men dat niet garanderen.” Het ABF belegde ook in de glasverpakkingsfabrikant Vereenigde Glas. “Wij staan op het standpunt dat glas een milieuvriendelijk alternatief is voor kunststof verpakkingen.” Om meer inzicht te krijgen in het Nederlandse bedrijfsleven is het ABF nu bezig met een onderzoek dat moet uitwijzen welke aan de Amsterdamse Effectenbeurs genoteerde ondernemingen voldoen aan de criteria. Van de 173 bedrijven die benaderd werden met de vraag mee te willen werken aan het onderzoek, reageerden er 101 positief.

Intussen rekende het ABF af met het idee dat milieuvriendelijk en ethisch beleggen minder rendeert dan commerciëel beleggen. In het eerste jaar van zijn bestaan haalde het ABF een rendement van 9,5 procent. Vergeleken met commerciële beleggingsfondsen is dat een redelijk resultaat. Het Biogrond Fonds van Triodosbank, dat zijn kapitaal belegt in grond waarop biologische landbouw wordt gepleegd, had in zijn eerste, verlengde boekjaar een rendement van 5,1 procent. Minder goed ging het met het Holland groen Obligatiefonds dat over het laatste halfjaar 4,1 procent rendement behaalde.

En het kan nog beter. Het meest recente Green Book van het effectenhuis James Capel, waarin de prestaties van milieuvriendelijke en milieutechnische ondernemingen worden onderzocht, toont dat de index voor "Small Green Companies' in Groot-Brittannië sinds begin 1989 met 74 procent steeg. De Londense beursindex steeg in de zelfde periode met 41 procent. In Nederland beschouwt James Capel de Vereenigde Glas (koersstijging sinds begin dit jaar 22 procent), Norit (plus 24 procent) en de Grontmij (plus 18 procent) als groene, beursgenoteerde bedrijven. 1992, zo belooft James Capel, belooft wederom goede resultaten voor de groene belegger.