Generaals

Gelooft u dat verhaal van Luns?

Ik niet. Ik geloof niet dat Luns in maart 1965 op zijn kamer werd bezocht door een stelletje generaals. Ze wilden, zegt Luns, een staatsgreep plegen en stelden voor om hem, Luns, daarna te benoemen tot minister-president. Ik geloof daar geen bal van, omdat er een paar ongerijmdheden zitten in dat verhaal.

Volgens de historicus J.G. Kikkert, die urenlang aan het voetenbankje heeft gezeten en trouw alles optekende wat hij te horen kreeg, beschikt de 81-jarige Luns nog over “een voortreffelijk geheugen”. Maar ik heb zo mijn twijfels. Zo heeft Luns het over: “drie of vier generaals”. Vreemd, dat iemand die over zo'n voortreffelijk geheugen beschikt het juiste aantal niet meer weet.

Vreemd is ook dat Luns, zoals hij in NOS Laat zei, “vantevoren” met de generaals had afgesproken dat hij hun namen nooit bekend zou maken. Vantevoren? Hoe kun je vantevoren zo'n afspraak maken, als je nog niet eens weet waar het gesprek over zal gaan? Wat het nog vreemder maakt, is dat Luns, ondanks deze afspraak, toch een paar van zijn collega's heeft ingelicht. Die collega's hielden ook hun mond. Zij zijn nu dood, zodat wij bij hen het hele verhaal niet meer kunnen controleren. Alleen de collega's aan wie Luns niets vertelde, leven nog. Wat een ongelukkig toeval!

Maar het vreemdst is nog de verklaring die Luns geeft voor de motieven van de generaals. Letterlijk beweerde Luns in NOS Laat: “Ze zeiden dat ze meer dan genoeg hadden van, met name de heer Den Uyl”. Dat is eigenaardig, zeker als wij de chronologie van de gebeurtenissen volgen.

Op 27 februari 1965 viel het kabinet-Marijnen. De eerste twee weken van maart heeft men getracht de breuk te lijmen, maar toen dat niet lukte werd Cals op 15 maart als formateur aangewezen. Namens de PvdA voerde fratievoorzitter Vondeling de onderhandelingen. Den Uyl was toen nog niet in het beeld. Hij zat nog in Amsterdam als wethouder van openbare werken en had binnen de partij nog lang niet de macht die hij later zou verwerven.

Op 30 maart liet Cals weten dat KVP, AR en PvdA een akkoord hadden bereikt over het radio- en televisiebeleid, de kwestie waarover het kabinet-Marijnen was gevallen. Pas op 14 april 1965 ging Cals naar Soestdijk met de mededeling dat hij een kabinet had gevormd “dat zal mogen rekenen op een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging”. In dat kabinet was Den Uyl benoemd tot minister van economische zaken.

Is het niet wonderbaar dat enkele halfgare generaals al in maart bang waren voor een Amsterdamse wethouder, die zelf nog niet kon vermoeden dat hij een maand later minister zou worden? De generaals moeten wel over een bijzonder vooruitziende blik hebben beschikt.

Trouwens, maart 1965 was een gedenkwaardige maand. Prinses Margriet verloofde zich met Pieter van Vollenhoven. In Vietnam werden de bombardementen opgevoerd en in Doodewaard werd de eerste steen gelegd voor de bouw van een kerncentrale. In België werd doping in de sport bij wet verboden. Het Vaticaan keerde zich tegen de opvoering van Hochhuths toneelstuk Der Stellvertreter en in Roemenië kwam Ceausescu aan de macht. Chroestsjov verscheen voor het eerst sinds zijn afzetting in het openbaar en op de vraag hoe het met zijn gezondheid was, antwoordde hij: “zo zo”.

Alles komt altijd weer terug, want Italië verkeerde eveneens in een kabinetscrisis en in Beiroet verklaarde de verbannen Moestafa Barzani dat het Iraakse leger de operaties tegen de Koerden heeft hervat. In Indonesië kregen 21 kranten een verschijningsverbod en werd een groot aantal journalisten uit hun beroep gezet. Dankzij de getuigenverklaringen van Ben Sijes draaide Rajakowitsch voor het schijntje van tweeëneenhalf jaar de bak in, en werd in Nederland nog lang getreurd over de dood van dr. Portielje, die vele jaren directeur was geweest van Artis.

Allemaal belangwekkende feiten, die op de zeef van de geschiedenis zijn blijven liggen. Maar of dat ook gebeurt met de generaals van maart 1965? Kijk niet vreemd op als later uitkomt dat de generaals zich hebben vergist en dat ze eigenlijk de broer van Luns tot minister-president van Nederland wilden benoemen.