Emancipatie

Voor een politicus is het normaal dat bepaalde problemen zeer moeilijk zijn en een grote inzet vragen; zaken betreffende verkeer, economie of milieu, volksgezondheid en sociale kwesties.

Cultuur hoort in dat rijtje niet thuis. Als een minister of een wethouder iets wil opheffen, komt er protest uit het veld. Meestal worden argumenten daaruit door andere politici overgenomen in een openbare discussie waaruit grote bezorgdheid moet blijken. Als het kan wordt het oorspronkelijke voorstel iets gewijzigd. Maar nog nooit is, bij mijn weten, een minister of wethouder van cultuur wegens een cultureel meningsverschil afgetreden. De reden daarvoor is dat kunst eigenlijk niet problematisch mag zijn. Over het geld dat alles kost kunnen we ons zorgen maken en in ons domineesland tobben we ook veel over educatieve aspecten. Het kunstwerk zelf moet echter niet te moeilijk zijn. Eigenlijk hoort het in de wereld van de vrije tijd. Het moet lief zijn en aardig en vriendelijk. Als de zalen niet vol zitten omdat het toneelstuk moeilijk zou zijn, moeten de stukken makkelijker worden. Tegenover de ernst die het kunstwerk probeert uit te drukken, is dat een belediging. Natuurlijk wil een kunstwerk helemaal niet moeilijk zijn maar vaak gaat het niet anders - net zoals er geen makkelijke oplossingen zijn voor tal van andere problemen die onze samenleving belasten. Mensen die protesteren tegen bezuinigingen in de cultuur zijn dan ook niet allemaal lastige zeurpieten die bang zijn voor hun subsidie. Dat is een onderschatting van hun overtuiging. Wat zij verdedigen is het recht van het kunstwerk om complex te zijn, ongemakkelijk en kritisch en brutaal. Pas als dat recht door de cultuurpolitici volledig en onomwonden is erkend, zal het kunstwerk werkelijk geëmancipeerd zijn.