Eis: celstraf na ernstige mishandeling van kinderen

DEN HAAG, 19 JUNI. Tegen een 40-jarige vrouw uit Nieuwe Wetering is gisteren voor de rechtbank in Den Haag een straf van achttien maanden cel waarvan zes voorwaardelijk geëist wegens medeplegen van zware mishandeling van haar zoon en dochter.

De tien- en zevenjarige werden in 1988 en 1989 in een woongroep in Nieuwe Wetering mishandeld. Ook eiste officier van justitie Van Ek behandeling door een psychiater en toezicht van de reclassering voor de moeder. Zij deed uiteindelijk wel aangifte van de gebeurtenissen. De kinderen wonen inmiddels weer bij haar. De vrouw heeft psychiatrische hulp.

De woongroep telde vier vrouwen en de 65-jarige “natuurgenezer” W.D. De vrouwen stonden sterk onder zijn invloed. Volgens D. straalden de kinderen kwade gedachten uit waarvoor ze gestraft moesten worden. De jongen werd mishandeld met een zweep en een gloeiende pook. Hij werd geschopt, geslagen, opgesloten, vastgebonden en gedwongen urine te drinken.

Van Ek sprak van “excorcistische taferelen”. “De moeder was zelf de beul, die de kinderen de grond insloeg.” In psychiatrische en psychologische rapporten wordt de moeder ten tijde van de mishandeling als sterk verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd. Van Ek eiste echter toch celstraf, met het oog op de ernstige gevolgen van de mishandelingen. “De kinderen zijn waarschijnlijk voor altijd verprutst.”

De advocaat van de vrouw, mr. G. Spong, vroeg ontslag van rechtsvervolging vanwege psychische overmacht. “Zij is in de macht geraakt van de manipulatieve en gestoorde D.” Hij bepleitte onder meer vrijspraak van medeplegen van mishandeling met een gloeiende pook wegens onvoldoende bewijs.

De overige leden van de woongroep zijn reeds veroordeeld tot straffen variërend van tbs met dwangverpleging tot negen maanden cel waarvan drie voorwaardelijk. Eén vrouw is ontslagen van rechtsvervolging.

Uitspraak 2 juli.