Een studie van de jaloezie; Laatste roman van Alberto Moravia

Alberto Moravia: La donna leopardo. Uitg. Bompiani, 172 pag. Met een naschrift van Enzo Siciliano. Prijs: ƒ 52,40

Soms overkomt het me dat ik een roman bij het lezen al voor me zie als een film, zo beeldend bewegen de woorden zich op het papier. La donna leopardo (De luipaardvrouw), de postuum verschenen, laatste roman van Alberto Moravia, zag ik niet als film voor me, maar als een toneelstuk.

Moravia heeft de meeste van zijn romans, naar eigen zeggen bewust, "filmisch' geschreven. La donna leopardo speelt zich af in Rome en Gabon, uitermate geschikte locaties om op film uit te buiten ten behoeve van het drama.

Moravia besloot zijn oeuvre met een uitzonderlijk boek. Voor La donna leopardo concentreerde hij zich met al zijn kracht op twee echtparen. Om hun doen, en vooral hun laten, op te roepen, isoleerde Moravia ze telkens verder van de rest van de wereld. Met kleine, stilistische gebaren geeft hij aan dat het overbevolkte Rome net zo leeg kan zijn als het stille Libreville, of een afgelegen hut in de Afrikaanse jungle.

Psychologiseren deed hij niet, hij ver-woordde, en die verbale toewijding herleidde de vier tot geboren toneelpersonages. In film bestaat er een, voor het publiek onzichtbare, buitenwereld. In een film zou een figuur buiten het kader kunnen stappen als de grond hem te heet onder de voeten wordt. Op het toneel zijn de personages verplicht hun drama tot het einde toe uit te dienen. Eenmaal opgekomen mogen zij alleen af en toe de coulissen in vluchten. En veel meer dan op elkaars handelingen, zijn ze aangewezen op hun eigen en elkaars woorden.

Voor La donna leopardo zijn wij het theaterpubliek. Ons staat ontsnappen net zo min vrij als de figuren waar we naar kijken. Van slechts één personage onthult Moravia wat hem beweegt. Naar de motieven en vooral de emoties van de overige drie laat hij zijn lezers gissen. En dat doen we voortdurend, want al na enkele alinea's spartelen we in de fuik waar Moravia ons behendig binnenlokte.

Vrouwelijk

Veel auteurs schrijven, hoeveel ze ook publiceren, telkens hetzelfde boek. Alberto Moravia schreef er twee. Het ene heeft een vrouwelijke hoofdpersoon, het andere beschouwt uit een mannelijk gezichtspunt en ze zijn zo tegengesteld dat het nauwelijks voorstelbaar is dat één schrijver beide boeken kon beheersen. Koos Moravia een vrouw als hoofdpersoon, zoals voor zijn debuut De onverschilligen, Vrouw van Rome of La Ciociara, dan slaagde hij er in de vrouwenziel - haar seksualiteit, haar instincten, haar beweegredenen - zo te doorgronden, dat je je als vrouwelijke lezer afvroeg hoe hij bepaalde feminiene details in vredesnaam kon weten. Koos hij voor een man (in Hij en ik, in het recente De reis naar Rome, en op zijn allerbest in het prachtige La noia), dan was hij in staat zijn fenomenale inzicht in de vrouwenziel volledig aan het oog te onttrekken. Steevast identificeerde hij zich dan exclusief met die man en met diens doem: totale verslaving aan een vrouw, in volledig wanbegrip voor haar daden en reacties, en daardoor afstevenend op de eigen psychische ruïne.

Met La donna leopardo schreef Moravia zo'n man-boek. Lorenzo heet de man. Moravia voert hem in de derde persoon op, maar we leren hem kennen als was hij een "ik'. Hij is een journalist, en wie andere "man-boeken' van Moravia kent, weet dat we hem niet één artikel zullen zien schrijven. Moravia's mannen zijn altijd onmachtig te creëren, wanneer ze zich moeten uitleveren aan hun emoties.

Lorenzo is zo trots op zijn vrouw Nora dat hij haar, puur om op te scheppen, voorstelt aan zijn superieur, Colli. Met Colli en diens vrouw Ada zullen ze op een zakenreis annex pleziertochtje gaan, dus waarom Nora niet alvast geshowd? Natuurlijk maakt Nora grote indruk op Colli, Lorenzo had niet anders verwacht. Maar Nora ziet ook veel in Colli, heel veel. Wat? Lorenzo komt er niet achter, wij ook niet. Ons noch hem wordt toegestaan te ontdekken wat Nora en Colli samen doen in de tijd die ze in elkaars aanwezigheid spenderen, in Rome, aan het Afrikaanse strand, tijdens nachtelijke wandelingen. Hij betrapt ze nooit daadwerkelijk in elkaars armen, hij is onderworpen aan zijn fantasie die hem influistert hoe hij hun, altijd nogal onschuldig ogend, samenzijn compromitterend kan duiden. Nodig is dat niet. Nora mijdt hem niet en is zelfs bereid geduldig antwoord te geven op al zijn vragen. Maar ze reageert ook niet op zijn avances naar de pathologsich furieuze Ada, van wie hij overigens evenmin al veel begrijpt. Nora's onverschilligheid maakt Lorenzo gek.

Roofdier

Nora is de "luipaardvrouw' uit de titel. In haar ogen kan Lorenzo, net als bij een roofdier, niets anders ontdekken dan een "blinde', naar binnen gerichte blik. Haar egoïsme ontspringt uit het behagen dat ze in zichzelf schept, weet hij, als een grote kat die zijn vacht warmt in de zon. En als leeuw, poes of jaguar lijkt ze emotioneel onkwetsbaar. Worden die dieren aangehaald, dan geven ze kopjes en tonen ze hun buik. Houdt de liefkozing op, dan betreuren ze dat niet en verwijten ze het niemand. Ze gaan zitten, lopen, jagen, of ze rekken zich voorlopig alleen maar eens wat uit. Ze zien wel. Oftewel, Lorenzo kan van Nora houden of hij kan haar haten, de enige die daar iets van merkt, is hijzelf.

La donna leopardo is een studie van de jaloezie, waarbij Moravia zich met kennelijk genoegen uitputte in het tonen van al haar verschijningsvormen, van de dubbele betekenis die elke zucht van de tegenpartij krijgt, tot en met de verscheurende eenzaamheid waarin de jaloerse minnaar zichzelf manoeuvreert. Eenvoudig geeft Moravia aan dat wie lijdt aan jaloezie in de allereerste plaats een kijker is: veel van Nora's, ook niet-spectaculaire bewegingen als opstaan en naar de keuken lopen, beschrijft hij via Lorenzo. En dat doet hij niet uitvoerig of bloemrijk, maar steeds met hetzelfde droge "hij zag haar...'. En die herhaling doseert hij zo dat deze drie woordjes langzaam de macht krijgen van een hypnotiserend refrein.

In heldere zinnen en met een knap, uitgesproken sensueel verhaalverloop, laat Moravia zien dat niet de liefde blind maakt, maar de jaloezie. Moravia legt het begin en het einde van de jaloezie bij het waanbeeld dat de geliefde terug te winnen zou zijn door haar met eigen wapens te bestrijden. Erotisch verraad kun je nog terugdoen, het overspel van de geest is ongrijpbaar. Op een angstig leeg Afrikaans strand bewijst Moravia hoe dat uitsluitend gedijt op een onherstelbaar gebrek aan liefde van beide kanten.

Dit najaar verschijnt een Nederlandse vertaling van Rosita Steenbeek bij Wereldbibliotheek.