Een stem die alles weten wil; Gevoelige roman van Chaja Polak

Chaja Polak, De krijtcirkel. Uitg. Amber, 160 blz. Prijs ƒ 29,90

Het is een vreemd gemeenschapje dat Chaja Polak in haar eerste roman beschrijft. Ergens in een zuidelijk land, Italië misschien, woont Anna met haar man Karel, een archeoloog, en twee andere vrouwen. Laura was als student met een beurs gekomen en was gebleven. Al is ze dan ook een of twee keer, Anna weet het niet precies, met Karel naar bed geweest, ze neemt in zekere zin de plaats in van de dochter die naar Amerika is vertrokken. Katy is door Anna mee naar huis genomen en woont het grootste deel van het jaar bij hen omdat haar man zo veel weg is.

In die kleine samenleving vormen de vrouwen een driehoek waarin de man nauwelijks toegelaten wordt. Idyllisch is het niet, ook niet voor de vrouwen. Karel is verliefd op Laura en Anna is jaloers. Katy waarschuwt Anna dat ze zich niet op Laura moet verkijken omdat Laura op vrouwen valt. Anna kan op een gegeven ogenblik de situatie niet meer aan en verdwijnt naar een ongenoemde stad in het noorden die wel eens Amsterdam kon zijn.

Met Anna heeft Chaja Polak een boeiende gecompliceerde figuur geschapen. Het is een vrouw die zich ontheemd en vervreemd voelt en die wordt beheerst door allerlei tegenstrijdige gevoelens: het geluk met Karel, het verdriet om een afgebroken liefdesgeschiedenis in het verleden, jaloezie op Laura, het gemis van haar dochter, het stimulerende van de vriendschap met Katy. Als Katy zegt dat ze orde moet scheppen in de chaos van haar gevoelens, reageert ze met het beeld van ronddobberen "in een bootje over de golven in zichzelf'. Het is een eigenaardig beeld want na ronddobberen verwacht je "op' en niet "over' dat toch iets van een richting suggereert. Haar leven is niet stuurloos, zoals haar afscheid van de driehoek bewijst. Het is niet een leven van uitsluitend pas op de plaats maken maar een leven van zich lang naar anderen schikken en dan plotseling, met hoop op een nieuw begin, van koers veranderen.

De stad in het noorden geeft Anna niet meteen het contact waar ze naar verlangt. Al in haar jeugd wachtte ze op een stem die haar zou uitnodigen alles te vertellen. Een winkelmeisje lijkt even de belichaming van die stem te worden, maar de volledige voldoening blijft uit. Anna leeft voort in een stemming die net niet wanhopig is, zoals in het algemeen de figuren van Chaja Polak net niet radeloos zijn, net niet cynisch, net niet overgevoelig. Voorafgaand aan deze roman heeft Chaja Polak twee bundels verhalen gepubliceerd, Zomaar een vrijdagmiddag (1989) en De tijd van het zwijgen (1990), en verscheidene personages lijken sterk op Anna. Ook in de verhalen balanceert de een na de ander op de rand van een groot drama dat net niet gebeurt. Het grote drama ligt in het verleden, in de jodenvervolging, en dat drama beperkt de omvang van wat iemand nog kan overkomen.

De verhalen van Chaja Polak werden getypeerd door een buitengewoon gevoelige analyse van stemmingen en een uiterst summiere, eenvoudige stijl die toch altijd beeldend was. Voor haar roman geldt dat zeker ook, maar een roman eist meer. Karel en Laura en Katy worden zo vaag getekend dat ze in feite buiten zicht blijven. Daardoor zijn Anna's reacties op hun doen en laten ook niet altijd even duidelijk. Als Anna bij Karel en de twee andere vrouwen weggaat, wordt het verhaalelement bovendien steeds zwakker en maakt het steeds meer plaats voor louter stemmingen en gevoelens. De emoties van Anna worden dan nog wel zuiver en met intelligentie gepeild, maar zonder de stuwing van het verhaal begint de roman iets vlaks te krijgen. Alles wat Chaja Polak tot nu toe heeft geschreven is de volle aandacht waard, maar haar kracht ligt eerder in het korte verhaal dan in de roman.