Een slordige handtekening

Hebt u briefpapier met van die mooie opgedrukte letters? Niet laten slingeren. Hebt u een keurige handtekening? Maak hem wat slordiger met hier en daar een geheime krul want die heel keurige zijn veel te makkelijk na te maken. Dat ondervond mevrouw Hemelrijk te R. toen zij geconfronteerd werd met een leasecontract voor een bestelwagen die ze nooit gezien gehad, waarop nog 15 000 gulden betaald moest worden. Ze kon niet eens auto rijden en te bestellen had ze niets. Maar ze stond wel ingeschreven in het handelsregister als eigenares van een b.v. i.o. en op het contract stond de naam van de bv i.o. en - zo op het oog - haar handtekening.

Hoe was dat zo gekomen? Het gerechtshof, dat de zaak in hoger beroep te behandelen kreeg, stelde vast dat mevrouw Hemelrijk het slachtoffer was geworden van haar emoties. In haar eenzaamheid had zij liefde opgevat voor een zekere Choo Weng Kenong, een zakenman met een gouden toekomst, en hij voor haar want ze was niet onbemiddeld. Dat kostte haar eerst 25 000 gulden want Choo vervalste haar handtekening en kreeg daarmee een creditcard op haar naam, waarmee hij vervolgens dat bedrag bij de bank opnam. Toen nog eens 10 000 gulden want Choo zat wat krap. Om de dreigende ruzie te sussen was ze daarna met hem meegegaan naar het handelsregister, waar ze een serie handtekeningen plaatste op formulieren die Choo haar voorhield. Van daar nog naar de notaris, waar ze ook het een en ander tekende.

Maar van die bestelwagen wist ze echt niets. Dat klopte, want Choo gaf ruiterlijk toe dat hij haar niks verteld had over die bestelwagen en dat hij die handtekening zelf had gezet. Hij wou haar niet te zeer belasten. Moest ze die 15 000 gulden nou betalen of niet?

Met nostalgisch welbehagen schuifelen nu de wat oudere juristen onder mijn lezers naar hun boekenkast. Na enig rommelen komt daaruit een stoffig exemplaar van de eerste druk van Asser-Scholtens beroemde boek over Vertegenwoordiging tevoorschijn. Snuivend van genoegen herlezen zij in die eerste druk de beschrijving van het geval Eugène, waarover de Hoge Raad in 1920 uitspraak deed. Eugènes vader, een rijke rentenier, liet overal briefpapier slingeren. Zo schiep hij voor Eugène de gelegenheid om parmantig op dat mooie briefpapier met Andries, de schuldenaar van zijn vader, te corresponderen en van deze de verschuldigde penningen in ontvangst te nemen.

De Hoge Raad wees een duister arrest en nog vele jaren daarna debatteerden de geleerden of Andries door de afgifte van het verschuldigde aan Eugène rechtsgeldig aan zijn schuld had voldaan. Mocht hij Eugène als vertegenwoordiger van diens vader aanmerken op de enkele grond dat deze voor Eugène de mogelijkheid had geschapen zich als vertegenwoordiger voor te doen? Scholten vond van niet. Aan Eugènes vader kon hoogstens een onrechtmatige daad worden verweten, zo meende Scholten, die hem aansprakelijk zou maken voor de eventueel door Andries geleden schade.

Het geval Choo is niet gelijk aan het geval Eugène. Daarmee bedoel ik niet dat er verschil is in romantisch gehalte - dat is natuurlijk zo - maar dat er verschil is in juridisch opzicht. Bij Eugène deed zich de vraag voor of Andries hem als vertegenwoordiger van zijn vader mocht beschouwen. Choo deed zich juist niet als vertegenwoordiger voor maar zette de valse handtekening, waardoor de lease-maatschappij de indruk kreeg dat mevrouw Hemelrijk zelf gehandeld had. Die indruk werd versterkt door het feit dat mevrouw Hemelrijk volgens het handelsregister eigenares van de zaak was en aan die inschrijving had ze zelf - in de hoop daarmee de tedere band met Choo voor bederf te vrijwaren - meegewerkt.

Het hof vond dat mevrouw Hemelrijk moest betalen. Ze was al zoveel kwijt, dan kon die 15 000 gulden voor de leaseauto er ook nog wel bij. Maar de Hoge Raad is streng in de leer. Zoals zo vaak de laatste jaren geeft hij eerst wat college. Dat kan geen kwaad met het nieuw BW en zo. En al die rechters die suf zijn van de bijscholing. Een valse handtekening is een valse handtekening, zo leert de Hoge Raad. Daar ben je niet aan gebonden, ook al is hij nog zo mooi nagemaakt. Maar onder bijzondere omstandigheden - en dan komt de aap uit de mouw - kan het anders zijn. Dat is bij voorbeeld zo, vindt de Hoge Raad, indien degene wiens handtekening is vervalst wist dat degene die dat gedaan heeft onbetrouwbaar was en die persoon toch zijn gang heeft laten gaan zodat hij op z'n gemak de vervalsing tot stand kon brengen.

Had mevrouw Hemelrijk Choo te veel zijn gang laten gaan? Volgens de Hoge Raad had het hof dat nog niet goed uitgezocht. De zaak werd verwezen naar een ander hof om het werk nog eens over te doen. Wie weet redt ze het nog. Maar 't blijft kantje boord.

Als ik u was zou ik dat briefpapier maar goed opbergen.