Dubbelmandaat

Premier Lubbers heeft, in navolging van opvolger Brinkman in het CDA, het voorstel gedaan leden van de Tweede Kamer tegelijk lid te maken van het Europees Parlement. En dat overal in de EG. Het zou het EG-debat verlevendigen. (NRC Handelsblad, 17 juni).

Hoe die verlevendiging met zo'n dubbelmandaat bereikt wordt, is niet duidelijk. Waar het om gaat is de suggestie; die getuigt niet van parlementaire achting. Die was en is al niet optimaal in de drie Lubbers-kabinetten. Niet alleen wordt het parlement vastgezet in een regeerakkoord, waarover ook de kiezers zich niet hebben kunnen uitspreken, tijdens de regeerperiode worden steeds meer akkoordjes in het Torentje gesloten, tussen de top van het kabinet en de top van de regeringsfracties in de Kamer. Zo wordt de parlementaire democratie verder uitgehold.

Staatsrechtelijk staat precies vast wat de opdracht is van de gekozen volksvertegenwoordiging: de beslissende wetgevende en de controlerende bevoegdheid. Zo worden machten in de democratie gescheiden.

Op EG-niveau is de erosie van de parlementaire democratie nog veel ernstiger. Het EG-parlement verdient in feite die naam niet. Het wordt sinds 1979 wel gekozen door de burgers in de EG, maar wetgevend staat het nog altijd buiten spel, zelfs in het Verdrag van Maastricht. Alleen al daarom zou dat moeten worden afgewezen. Ook als de EG een Unie wordt, dreigt het EP een "praathuis' te blijven, het "café op de hoek van de Grote Markt'.

Premier Lubbers blijkt dat niet erg te vinden. Als kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie in 1995 pleit dit niet voor hem. Een dubbelmandaat is niet alleen fysiek onmogelijk, politiek is wezenlijk dat de EG, ook als Unie, een vereniging van staten blijft. Dat staat geen vermenging van parlementen toe. Integendeel, de spanning tussen Europese en nationale bevoegdheid en ontwikkeling moet blijven gewaarborgd. Europees Parlement en nationaal parlement dienen geplaatst te zijn in een structuur van dialoog, als het moet van kracht en tegenkracht.