Donkere schaduwen boven Wall Street

De effectenbeurzen in Europa, New York en Tokio maken angstige dagen door. Een gebrek aan signalen van economisch herstel heeft ervoor gezorgd dat beleggers de beurs de afgelopen dagen massaal de rug toekeerden.

Wall Street is voor Amsterdam en de meeste overige Europese beurzen de belangrijkste initiator voor de koersdaling geweest. De aandelenkoersen op de Amerikaanse beurs zijn, sinds drie weken geleden een nieuw record van de Dow Jones index op 3413 punten werd bereikt, steeds verder gedaald. Gisteren sloot de Dow weer veertien punten lager. Het jaarrecord van 3.435,24 raakt steeds verder uit zicht. Het "year low', op 3.119,86 punten, komt naderbij.

Amerikaanse beursanalisten kunnen nog geen duidelijke oorzaak kunnen vinden achter de slapte op Wall Street. Sommigen wijzen met een waarschuwende vinger naar de beursindices. Het onderlinge verschil tussen het Dow Jones industrieel gemiddelde en de veel gebruikte Standard & Poors 500-index (S&P) is momenteel bijna net zo groot als in 1989. Destijds zakten de aandelenkoersen kort daarna in elkaar.

De S&P is een brede meetlat voor de stemming op Wall Street en geeft de marktkapitalisatie van de 500 grootste fondsen aan. De Dow Jones staat voor de dertig meest verhandelde beursfondsen op Wall Street. De Dow kan snel stijgen als een paar grote fondsen winst boeken. Dat gebeurde onlangs bijvoorbeeld met General Motors, Disney, Caterpillar en Coca-Cola. Maar de "groten' kunnen een zwakke markt niet tegenhouden. In de val van de afgelopen dagen werden General Motors en Caterpiller ook meegesleurd.

De stijging van de Dow lokte tot nu toe veel kleine beleggers naar Wall Street waardoor de koersen nog eens extra omhoog schoten. De commerciële beleggingsfondsen (voor de kleinere beleggers en vergelijkbaar met Robeco) namen in de eerste vier maanden voor liefst 29 miljard dollar uit de aandelenmarkt. Voor sommige analisten is dit een alarmsignaal. Volgens hen heeft de bereidheid van particulieren om geld uit te geven aan aandelen het plafond bereikt. De ratio van nieuwe aandelenemissies als percentage van de particuliere besparingen staat nu op een recordhoogte van 59 procent. Daarmee is de ratio terug op het niveau van kort voor de grote krach van 1987.