De wave

Na Nederland-Duitsland ben ik nog even door het Bredius gelopen. Boven de stad hing een waas van feestgeruis. Het was inderdaad een mooi moment. Weinig wind, samenpakkende regenwolken en een zonsondergang die al was afgewikkeld. Er hoefde niets meer te gebeuren.

In het halfduister onder een stel bomen kwam een jonge bosuil over. Met een bekeken wipje posteerde hij zich op een tak. Deze manoeuvre nam hem zo in beslag, dat hij mij daarna pas scheen gewaar te worden. Je zag de schrik door zijn lijf gaan. Maar hij bleef dapper zitten, een donkere figuur in een donkere omlijsting, en begon kr-wiet-geluiden te maken.

“Ja rustig maar”, zei ik, “het komt allemaal best in orde” en nog wat van die onzin.

Hij bewoog ondertussen lichtjes heen en weer. Dat doen ze om afstanden te schatten, om na te gaan of ze hun ogen mogen geloven. Er gaat van deze wiegende beweging iets hypnotiserends uit. Ik merkte tenminste dat ik begon mee te bewegen, net als die uil heen en weer.

Allemachtig, ging het door hem heen, daar staat een reus van een uil de afstand te schatten. Of zoiets.

Hij sprong op, vouwde zijn vleugels uit, vloog naar de aangrenzende boomgaard en veranderde zichzelf in een stomp van een appelboom.

Ik floot de hond, die achter me bleek te zitten. Kom, naar huis.