Bulgarije wordt een land van louter keuterboertjes

GORNI LOZEN, 19 JUNI. Metodi Galov zit bij het bierhuis van Gorni Lozen op een bankje, een zeer vuile man van achterin de vijftig, met een smerig groen jasje en een gezicht vol witte stoppels en handen als kolenschoppen. Een boer, ik boer, zegt hij.

Gorni Lozen is een vriendelijk dorp aan de voet van het Lozen-gebergte, niet ver van Sofia, achter de botanische tuin die koning Ferdinand ooit heeft aangelegd, een tuin die de Bulgaren binnenkort voor het eerst mogen bezoeken. Gorni Lozen is een dorp van boeren, iedereen werkte hier vroeger voor de coöperatie. Ook Metodi Galov. Hij was er herder, hij hoedde schapen. Hij was er eigenlijk best tevreden mee, zegt hij op zijn bankje bij het bierhuis.

De coöperatie is geleidelijk ontmanteld. Op 13 mei, zegt Galov, toen er nog maar een stuk of tien mensen werkten, ging ze helemaal dicht. Het vee en de machines worden verkocht en de boeren krijgen het land terug dat zij, of hun vaders, ooit bij de coöperatie hebben ingebracht.

Galov heeft de 4,5 hectaren terug die ooit van zijn vader zijn geweest. Mijn vader, zegt hij trots, was ooit een van de stichters van de coöperatie. “Ik was tevreden met mijn werk, het werd niet slecht betaald. Er werd veel gestolen, dat was nog het ergste. Iedereen stal wat hij maar kon stelen. Maar verder? Hij wijst op de huizen rondom het pleintje van Gorni Lozen, al die huizen, zegt hij, zijn onder het socialisme gebouwd.

Hij doet niet veel met zijn land, hij heeft wat koeien en een kalf, vijftien schapen, een paar varkens, hij verbouwt maïs en aardappelen, veel meer is er niet van te maken, zegt hij. Nee, verkopen doet hij niet, je krijgt als boer drie leva (een lev is acht cent) voor een liter melk, maar voor een kilo kaas moet je 47 leva betalen.

Hij boert wel, zegt hij, maar van dat stukje land kan niemand leven, 4,5 hectaren lijkt veel maar het is bergland. Hij beschouwt zich als werkloos en zoekt een baan. Wat voor baan? Hij haalt de schouders op, hij is herder, altijd geweest, hij kan niks anders. Nee, zegt hij, hij is helemaal niet tevreden met het nieuwe systeem in Bulgarije, iedereen vindt het slecht, zegt hij, ik heb een vrouw en twee kinderen, we zijn arm en we hebben honger, en hij knikt ernstig met het gezicht vol witte stoppels en neemt nog een slok uit zijn fles. Tot zijn buurman op het bankje opspringt en tegen hem uitvalt: “Je hebt dertig jaar lang meegedaan aan dat stelen, je hebt altijd voor je eigen beesten gestolen en nu zit je te klagen!” En tegen de journalist: “Tien communisten telt dit dorp, en jij moet er uitgerekend een treffen!” Er ontbrandt een ruzie die we niet afwachten.

De Bulgaarse landbouw wordt geprivatiseerd. Het heeft lang geduurd. Al in februari vorig jaar was er een wet die voorzag in de ontmanteling van de staats- en coöperatieve boerderijen en de verdeling van de grond onder nieuwe privéboeren. Maar die wet was restrictief, vaag en onwerkzaam, het was een socialistische wet waarin werd gestreefd naar wat men nu omschrijft als “een excessief egalitarisme”. Pas deze lente werd de wet gewijzigd en per saldo heeft Bulgarije meer dan een jaar verloren. Veel coöperaties die vorig jaar gewoon hun naam veranderden en op de oude socialistische voet verder gingen worden pas deze zomer opgeheven, en zelfs dan pas na harde acties van speciale liquidatiecommissies.

De privatisering kampt met meer problemen. Telkens opnieuw moest de termijn worden verlengd, waarbinnen Bulgaren hun ooit onteigende of onder dwang in de nieuwe coöperaties ingebrachte land kunnen opeisen. De verdeling loopt vertraging op door de enorme bureaucratie, de nieuwe bestemming die landbouwgrond in de loop van het socialistische bewind heeft gekregen, het ontbreken van papieren en het feit dat boeren slecht met documenten overweg kunnen. Wat daadwerkelijk wordt teruggegeven is vaak klein en versnipperd: Bulgarije, een land met een ooit bloeiende landbouw, wordt een land van keuterboertjes - keuterboertjes zonder geld voor zaaigoed en pesticiden, laat staan voor landbouwmachines.

Het heeft vooral dit jaar desastreuze gevolgen voor de produktie: de boeren werken niet langer voor de coöperatie maar velen werken evenmin voor de markt. Sommigen hebben de regels aan hun laars gelapt en hebben het land waarop ze denken recht te hebben, gewoon bezet. Anderen houden zich in leven met de opbrengst van de moestuin die ze altijd al hebben gehad en wachten af. Zestig procent van de landbouwgrond was eind april nog niet ingezaaid en de landbouwproduktie loopt dit jaar met dertig procent terug. Het is de reden waarom op de markten van Sofia vieze geblutste appels uit Griekenland liggen - en dat terwijl Bulgarije vroeger appels naar Californië exporteerde.

Even verderop in Gorni Lozen woont Boris Brainov, een grote zestiger met wit haar en zwarte wenkbrauwen en een gebit vol ijzer die naast zijn huis, het grootste huis van de straat, drie verdiepingen, netjes bepleisterd, de mest van een paar varkens en geiten in een kar schept. Hij heeft zijn land nog niet terug, zes hectare moet hij krijgen, zegt hij in de schaduw van een appelboom in zijn moestuin. Maar hij moet die zes hectare wel delen met twee broers en twee zusters. Hij zal er niet rijk van worden, het is amper genoeg om de dieren eten te geven, de varkens, de geiten, het paard. Maar hij hoeft er ook niet rijk van te worden, zegt hij, we zijn gezond, mijn vrouw en ik, en daar gaat het om.

Hij heeft ook niet altijd geboerd, hij heeft 35 jaar in een leerfabriek gewerkt en is nu gepensioneerd. Maar zijn dieren heeft hij altijd gehad, vroeger, zei hij, staken zeven of acht buren de koppen bij elkaar, we voegden alle beesten samen en pasten er om beurten op, in de lente gingen de dieren naar de bergen en in de herfst kwamen ze terug. Je nam dan telkens een week vrij als het je beurt was.

Nu wordt dat erg moeilijk, het land krijgt nieuwe eigenaren en je kunt met je beesten nog slechts in de berm van de wegen en irrigatiekanalen terecht. En als het nu opschoot, met die landverdeling, maar dat doet het niet. Hij had zijn land al in de lente terug zullen krijgen. Maar wat wil je, boeren kunnen geen documenten lezen, en veel boeren hebben ten tijde van het socialisme hun oude documenten weggegooid en kunnen nu niet meer bewijzen welk stuk land ze vroeger bezaten. Begrijp me niet verkeerd, zegt Boris Brainov, de boeren zijn niet dom, de enige domme boeren van Bulgarije zaten tot 1989 in de regering. Maar wie had kunnen weten dat hij die oude documenten nog eens nodig zou hebben?

Over de toekomst is Boris Brainov somber: al die boerderijtjes zullen maar piepklein zijn, alleen in de Dobroedzja zijn ze wat groter. Die zes hectare die hij krijgt liggen niet eens aaneengesloten, met machines kun je daar niks beginnen, voor je het weet verniel je het land van je buurman. Er is ook geen geld voor machines, de boeren hebben geen geld en de bank vraagt 46 procent rente. Je moet dus met een paard werken, en met je blote handen.

En dat valt tegen, want, zegt Boris Brainov, de Bulgaarse boeren zijn oude mensen. De jeugd wil niet meer op het land werken. Mijn dochter, zegt hij, verdient per maand 2.500 leva (200 gulden), een topsalaris, ze maakt taartjes in een bakkerij, ze doet dat heel goed, en ze zal dat nooit opgeven om op het land te werken. De jeugd, zegt Boris Brainov, wil in een kantoor zitten en naar de tv kijken en naar taperecorders luisteren, het kan de jeugd niet schelen of de zon schijnt of het regent. De jeugd, zegt hij, wil een das dragen.