Boos op de stem uit de hel; Twee brieven van Karlheinz Stockhausen

“Mensen staan afwijzend tegenover de dingen die hen het meest verontrusten.” Zo verklaart Karlheinz Stockhausen de negatieve houding van het publiek en veel componisten tegenover het serialisme. De Duitse componist werkt sinds 1977 aan de grote operacyclus Licht, waarvan Dienstag aus Licht volgende week in première gaat. Paul Luttikhuis had een korte maar heftige briefwisseling met Stockhausen, Peter-Jan Wagemans beschrijft Stockhausens muzikale ontwikkeling.

Dienstag aus Licht, semi-concertante uitvoering op 25 juni in Muziektheater Amsterdam, aanvang 20 uur.

Twee jaar geleden had heel Nederland ruzie met Karlheinz Stockhausen. Het Holland Festival was zo dom geweest een serie concerten te organiseren onder de noemer "Neues vom Tage', waarin hedendaagse Duitse muziek de revue passeerde. Maar om het verkeerde beeld dat in Nederland bestond van de moderne Duitse toonkunst ("bepaald door de componist die de personificatie van deze "Musik' is geworden: Karlheinz Stockhausen,' aldus de programmeurs) te corrigeren, werd hij voor één keer overgeslagen. Stockhausen was woedend. Hij schreef een open brief aan Nederlandse kranten waarin hij onder meer gewag maakte van twintig kamermuziekstukken van zijn hand, die nog niet in première waren gegaan, laat staan in Nederland uitgevoerd. Van zijn laatste werk Pieta was de inkt nog maar amper droog. Alsof dat geen Neues vom Tage was.

Stockhausen stoorde zich ook aan een artikel in het Cultureel Supplement, waarin ik drie jonge Duitse componisten aan het woord liet over hun verhouding tot de naoorlogse Duitse gezichtsbepaler. Volgens Stockhausen stelde ik hem in dit artikel ten onrechte verantwoordelijk voor de verstofte situatie in de Elektronische Studio van de WDR. Wist ik dan niet dat hij slechts enkele jaren (1963-1965) leider, daarna (1965-1975) artistiek leider en tenslotte (1975-1990) slechts artistiek adviseur was geweest? Sinds 1975 was Dr. Wolfgang Becker verantwoordelijk. Stockhausens adviezen werden systematisch in de wind geslagen en geld voor nieuwe apparatuur was er eigenlijk bijna nooit.

Dat is dan hiermee gerectificeerd.

Echt boos was Stockhausen toen hij een opmerking las van York Höller, een van de drie geïnterviewde componisten: “Over vijftig jaar ziet alles er anders uit. Weet u dat Spontini in de tijd van Wagner in Berlijn de grote, machtige componist was. Wie kent nu nog zijn naam.” Stockhausen was ervan overtuigd dat deze "Stimme aus der Hölle(r)', zoals hij schreef, hèm aanzag voor de Spontini van deze tijd. Hij schreef een boze brief naar Höller en wees hem terecht: “Door uw Nederlandse interview beseft u hopelijk, dat men als componist nooit in het openbaar over collega's moet spreken op een manier die negatieve, hatelijke trillingen oproept. (-) U bent oud genoeg om te weten, dat journalisten altijd proberen om vallen te zetten, mensen te beledigen, kleine schandalen te veroorzaken en kwaadaardige geruchten te verspreiden. Misschien bent u in de toekomst voorzichtiger.”

Höller was ten einde raad, belde mij op om duidelijk te maken dat ik zijn opmerking over Spontini verkeerd had geciteerd. Die sloeg niet op een eventuele overwaardering voor Stockhausen, daarvan was volgens hem beslist geen sprake. Höller had het over de miskenning van de in 1970 overleden Bernd Alois Zimmermann, die net als Wagner ongetwijfeld in de toekomst op zijn echte waarde zou worden geschat - of ik dat niet alsnog aan Stockhausen wilde duidelijk maken. Dat deed ik, maar zo gemakkelijk kwam ik niet van de meester af. Mijn brief stelde hem zeer teleur: “Uw artikel blijft verwarrend, polemisch en afschuwelijk propagandistisch. Uw "componerende hand' is giftig.” Er was volgens Stockhausen maar één redding: “U hebt de morele plicht om uw artikel nauwkeurig en in alle rust in uw krant (en niet alleen privé) te corrigeren en te verhelderen. Van deze verplichting zult u nooit meer worden ontslagen, ook niet, als u niets doet. Een vraag blijft over voor de muziekwetenschappers die uw artikel, Höllers reactie daarop of uw brief lezen: wie is de Spontini van onze tijd, als Zimmermann bedoeld wordt met Wagner?”

Dat is, ik moet het toegeven, een goede vraag.

Bespiegelingen

Met Stockhausen kan men maar beter geen ruzie hebben. Vandaar dat ik hem een paar maanden geleden voorstelde het verleden te vergeten. Ik beloofde alsnog goed te maken wat ik twee jaar geleden verzuimde en ik vroeg hem of hij niet, ter gelegenheid van de première van de opera Dienstag in het Holland Festival, in een briefwisseling zijn gedachten wilde laten gaan over een aantal muzikale nieuwigheden van onze dagen. Ik gaf meteen maar een paar voorzetjes in de vorm van wat opmerkingen en vragen die een aanleiding zouden kunnen zijn voor meer algemene bespiegelingen over muziek.

Stockhausen hield zich letterlijk aan mijn verzoek. Hij gaf keurig, maar wel erg bondig antwoord op mijn vragen.

Hoe verklaart u de negatieve houding van het publiek en ook van veel componisten tegenover het serialisme?

“Mensen staan afwijzend tegenover de dingen die hen het meest verontrusten.”

Gelooft u dat de tijd van het serialisme en de atonaliteit voorbij is?

“Er bestaat geen "tijd van serialisme en atonaliteit'. Deze begrippen zijn verbonden met een uitbreiding van de muzikale techniek en taal, zoals de relativiteitstheorie en de ontdekking van gravitatieloze toestanden en bewegingen.”

Wat zijn de belangrijkste resultaten van de naoorlogse ontwikkelingen in de muziek?

Stockhausen verwees voor het antwoord naar een artikel dat hij in 1986 schreef over de "vijf revoluties sinds 1950': De eerste revolutie was die van de musique concrète (geluiden uit de dagelijkse werkelijkheid, gecombineerd met abstracte klankmogelijkheden), van de elektronische muziek voor geluidsband en van de experimenten met de ruimtelijke werking van muziek, zoals in het orkestwerk Gruppen für drei Orchester. Dat alles gebeurde in het begin van de jaren vijftig.

De tweede revolutie voltrok zich in 1963, toen Stockhausen, in werken als Hymnen en Telemusik, zocht naar mogelijkheden om elektronische muziek geschikt te maken voor live-uitvoeringen. In de revoluties die hierop volgden werkte hij die mogelijkheden verder uit, eerst met de synthesizer EMS-Synthi 100 van de WDR-Studio en later met de computer PDP 11 en de synthesizer 4X van het IRCAM in Parijs, die de componist in staat stelden de klank tijdens concerten ("in Realzeit') te beïnvloeden. De mobiele elektronische studio zorgde voor de vijfde grote vernieuwing, die volgens Stockhausen zal leiden tot ingrijpende veranderingen in het handwerk van het componeren: “Deze ontwikkeling gaat in een richting waarover ik al vaak heb gesproken en geschreven: dat iedere componist alleen of met goede uitvoerders voor ieder nieuw werk een eigen klankwereld componeert.”

Hoe verklaart u dat jonge componisten weinig belangstelling hebben voor elektronische muziek?

“Veel van mijn compositie-leerlingen zijn voor elektro-akoestiek niet begaafd - technisch onbeholpen.

De muziekstudie is nog steeds traditioneel instrumentaal en vocaal, omdat er geen docenten zijn die van jongs af met de techniek van de moderne elektro-akoestiek zijn opgegroeid. We moeten nog ongeveer vijftig jaar wachten voordat er competente en ervaren jonge musici in de elektronische muziek te vinden zijn. Een degelijk practicum vraagt twintig jaar oefening in een studio.''

Stelt u andere eisen aan muziek dan uw collega's?

“Mijn muziek is daarop het antwoord.”

In hoeverre mogen uitvoerders van moderne muziek een persoonlijke interpretatie geven aan een werk?

“Het gaat helemaal niet om "interpretatie', maar voorlopig slechts om de nauwkeurigheid van de realisatie. Een uitvoerder zou bij een ervaren meester eerst vele jaren leerling en gezel moeten zijn, voordat hij een "persoonlijke opvatting' over muziek wil hebben.”

Vorig jaar zag ik in Frankfurt Jahreslauf en Invasion uit de opera Dienstag. Wat ik miste was een moment van relativering, alles leek, tot en met het applaus, dodelijk ernstig.

“Alleen een dodelijke ernstige Luttikhuis kan Jahreslauf en Invasion ervaren als "dodelijke ernst'. Om humor te ontdekken moet men zelf een humoristische natuur hebben.”

Ten slotte ging Stockhausen in op de noodzaak van speciale theaters om zijn ruimtelijk klinkende elektronische muziek goed tot zijn recht te laten komen. En hij schetste in het kort de planning van zijn grote operacyclus Licht: Freitag aus Licht zal ongeveer in oktober 1994 klaar zijn. Daarna volgt Mittwoch aus Licht. Circa 2005 zal de cyclus als geheel klaar zijn.

Discussie

In mijn tweede brief, waarin ik reageerde op Stockhausens antwoorden, probeerde ik wat meer discussie uit te lokken. Zo citeerde ik een passage uit een interview dat ik had met Jan van Vlijmen over diens Pianoconcert. Van Vlijmen zei toen: “Er zijn in het verleden seriële stukken geschreven, die vrijwel uitsluitend op rekenkundige trucs zijn gebaseerd. Kennelijk is het serialisme ook aantrekkelijk voor kleinere talenten, die zich erin kunnen ingraven.”

Stockhausens antwoord bleef uit en de Duitse poststakingen maakten tijdelijk ieder contact onmogelijk. Ik verstuurde mijn brief opnieuw en deze keer antwoordde Stockhausen per kerende post:

“Hartelijk dank voor uw brief.

Ik was de laatste tijd erg druk met concerten en repetities. Op uw vragen kan ik nu helaas niet antwoorden: te veel!

Met het Radio Symfonie Orkest van Berlijn heb ik Haydns Trompetconcert (met Marcus Stockhausen als solist), Mozarts Fluitconcert in G-dur (met Kathinka Pasveer) en Klarinetconcert (met Suzanne Stephens) gedirigeerd. Verder werk ik aan nieuwe cd's die binnenkort in het Stockhausen-Verlag zullen verschijnen.

Daarmee hoop ik als muziekinterpreet uw vragen te hebben beantwoord.

Van Vlijmen moet de namen noemen van de zogenaamde "kleinere talenten' die seriële muziek componeren (blijkbaar ben ik een van die kleinere talenten).

Zoals u weet: mijn muziek heeft zijn trouwe publiek overal!

Vriendelijke groet: Stockhausen.''