Bevrijd door Beethoven; Uit Soweto

Het geweld in de townships van Zuid-Afrika maakt musiceren bijna onmogelijk. Wanneer de vier musici van het Soweto Strijkkwartet 's avonds laat na een optreden in vredig Pretoria naar huis rijden, gebeurt dat met angst in het lijf want er kan altijd geschoten worden. “We moeten blijven oefenen en onze techniek verbeteren. We zijn als een kind dat opstaat en begint te lopen, maar soms weer omvalt.”

Soweto is een magische naam van verzet, maar bovenal een stad van zwarten ten zuidwesten van Johannesburg. Officieel wonen er drie miljoen mensen, maar wie weet zijn het er zes miljoen. Het is moeilijk tellen in de "plakkerskampen' en de krotten achter de modale huizen, waarin familie uit het "thuisland' woont of een zwarte bediende.

Soweto heeft staalplaten hutjes en bungalows met automatische hekken voor de welgestelden. Het heeft scholen, kerken, wijkcentra, kroegen, benzinepompen, politiebureaus, en een voetbalstadion. Het heeft het grootste ziekenhuis van Afrika, gaarkeukens voor de armsten en een eigen BMW-dealer. Soweto heeft alles - ook Vivaldi, Haydn en Beethoven.

Het Soweto String Quartet heeft alleen een paar moeilijkheden te overwinnen waarvan musici in het westen weinig last hebben. “Even het licht aan doen,” zegt eerste violist Sandile Khemese, wanneer ik hem vroeg in de avond thuis bel. In Soweto leef je 's avonds in het donker, want men kan door het raam naar binnen schieten. “Nee, we kunnen hier niet afspreken. Ik sta niet in voor de veiligheid van een blanke in de wijk. Het is zó gespannen.”

De staat van burgeroorlog in de townships van Zuid-Afrika maakt musiceren bijna onmogelijk. De repetities van het Soweto Strijkkwartet zijn opgeheven. Tot onlangs schoof Sandile (36) met zijn broers Malusi (38, cello) en Thamsanga (30, viool) en altviolist Makhosini Mnguni (28) drie avonden per week in de woonkamer van zijn ouders tafels en stoelen opzij om een paar uur te oefenen. Nu is het te gevaarlijk om vanuit de verschillende buurten van Soweto bij elkaar te komen. Wanneer de vier 's avonds laat na een optreden bij het diner van de Zwitserse ambassadeur in vredig Pretoria naar huis rijden, gebeurt dat met angst in het lijf, want “er kan altijd op je geschoten worden”.

In het café van het Market Theatre in Johannesburg, jarenlang het laboratorium van theaterverzet tegen de apartheid, klaagt Sandile niet over het destructieve artistieke klimaat. Waarschijnlijk is hij een van de weinige leiders van strijkkwartetten in de wereld die thuis geen cassetterecorder of platenspeler heeft, laat staan een cd-speler. Sandile speurt de radio af naar een klassiek concert. Maar wat geeft het? De faam van het Soweto Strijkkwartet groeit tegen de wind in. Het kwartet wordt gevraagd op blanke feestjes in Johannesburg en op gelegenheden van het diplomatieke circuit als muzikale omlijsting van gesprekken over De Klerk, Mandela en het geweld. Het trad al samen op met het Transvaalse symfonie-orkest en maakte tournees door Namibië en Mozambique. Korte tournees, want Malusi moet op maandag naar zijn werk bij de brouwerij en Thamsanga wordt verwacht bij Edgar's kledingmagazijn. Makhusini is werkloos en Sandile is professioneel musicus, die op contractbasis ook voor orkesten speelt. Spelen in Soweto is voorlopig onmogelijk. Het geweld houdt de mensen binnenshuis. Het strijkkwartet moet het nu vooral hebben van de salons der rijken, wellicht om de non-raciale geloofwaardigheid van liberale blanken wat op te vijzelen. Voelt Sandile zich af en toe misbruikt? “Natuurlijk zullen sommige mensen ons uitnodigen om te laten zien dat ze hun houding veranderen. Soms voel ik: dit wil ik niet, maar het is part of the job. Je komt in huizen als paradijzen, maar je hebt de Zuidafrikaanse situatie aanvaard. Ergens in je achterhoofd weet je dat iets niet klopt. De onevenwichtigheid is te groot. Maar dat is een onschuldige menselijke reactie.”

Oom

Sandile speelt viool dank zij Michael Masote, zijn oom die talloze kinderen in Soweto in aanraking bracht met westerse klassieke muziek. Elke zaterdag wandelde Sandile zes kilometer door Soweto naar Uncle Tom's Hall. Veertig jongeren kregen er les kregen van Masote, die putte uit een imposante collectie symfonieën en kwartetten op plaat. Hij richtte het Soweto Jeugdorkest op, dat nu een sluimerend bestaan leidt. Voor Sandile leidde de liefde voor het instrument naar de klassieken van ver buiten Afrika.

“Muziek is als de wind, zij reist en mensen leren haar kennen. Voor mij is de westerse klassieke muziek een unieke, hoogst verfijnde cultuur. Ik begon haar te begrijpen doordat ik viool leerde spelen. Men verachtte je erom in Soweto, zeker in de jaren zestig en zeventig. De mensen waren bevooroordeeld, ze dachten dat je vreemd was. Daar moest je doorheen. Ze zeiden: je speelt blanke muziek, je maakt lawaai. Voor mij was het gebrek aan kennis. Als mensen de mogelijkheid hadden gehad muziek te leren op school, was hun weerstand gebroken. Nu zijn er zoveel koren in Soweto die Bach en Händel op het repertoire hebben staan, dat het vooroordeel tegen de westerse klassieke muziek steeds meer verdwijnt.

“Ik zag vioolspelen als mijn enige vorm van ontwikkeling. Ik dacht: als ik hier aan vasthoud, als ik hier goed in word, kan ik dit leven ontsnappen. Tijdens de grote opstand in Soweto in 1976 was ik vooral bang. Natuurlijk sympathiseerde ik met de acties, maar de muziek weerhield me ervan rond te hangen op straat. Na school ging ik naar huis, pakte mijn viool en fiddled away. De muziek heeft mij altijd beschermd. Vioolspelen is het enige dat ik efficiënt doe in het leven. Ik leef ervoor, ik leef erdoor. Er zijn frustrerende momenten, maar de viool heeft mij geaccepteerd.”

Sandile hield zich afzijdig van de barricades, waar leeftijdgenoten de strijd aanbonden met de gepantserde politie-wagens, het traangas en de geweren. “Ik kon niet fysiek meedoen, ik wilde op spiritueel niveau bijdragen. Daarom begon ik vioolles te geven zodra ik goed genoeg was om mijn kennis over te dragen. We vechten in dit land nog steeds voor onze bevrijding. Als die komt, hebben we mensen met verschillende vaardigheden nodig: ook musici en artiesten. Het leven is geen politiek alleen, we hebben cultuur nodig. Zwarte kunstenaars zijn altijd onderdrukt en werden nooit gesubsidieerd. Maar er zijn veel getalenteerde mensen in de muziek, die meestal zichzelf hebben onderwezen. Ze hebben hun agressie gebruikt om barrières te slechten.

“Ik heb vaak zwarte mensen westerse klassieke muziek horen spelen, maar ik heb zelden blanke mensen Afrikaanse muziek horen spelen. Dat zegt veel over de vooroordelen in de Zuidafrikaanse samenleving. Wij hebben een westerse levenswijze aangenomen, en dat vind je terug in de kunst en de muziek.”

Het eerste Soweto Strijkkwartet kwam in 1978 voort uit het jeugdorkest. Na een optreden in Aberdeen kreeg Sandile een muziekbeurs van de British Council. Dat was in Zuid-Afrika niet mogelijk geweest, want de muziekopleiding is altijd gedomineerd door blanken. Hij studeerde zes jaar aan het Dartington College of Arts in Exeter, vergelijkbaar met de Nederlandse conservatoriumopleiding. Van achter de snookertafel in het studentenhuis volgde hij het televisienieuws uit Zuid-Afrika, waar het verzet tegen de blanke dominantie het hoogtepunt bereikte. “Het was een ervaring die mijn hele leven veranderde. Ik kwam van de ene cultuur in de andere terecht. Het was een nieuw begin. Ik kreeg een spiegel voorgehouden van waar ik vandaan kwam. Ik begon Zuid-Afrika beter te begrijpen en het onrecht dat de mensen hier is aangedaan. Ik wist ook dat ik terug moest.”

Handelsmerk

Hij wekte het strijkkwartet in nieuwe samenstelling tot leven en begon te werken aan een repertoire. Behalve de klassieken arrangeerde het kwartet traditionele Afrikaanse stijlen als de s'cathamiya (bekend van de zanggroep Ladysmith Black Mambazo) en de kwela tot eigen stukken, die tijdens de concerten het meest aanslaan. Het doet denken aan het werk van het Amerikaanse Kronos Quartet, dat Argentijnse tango, rock en minimal music heeft omgezet voor strijkkwartet. In die richting wil Sandile doorgaan. “Dat moet ons handelsmerk worden. We willen vreemde en nieuwe dingen doen, zoals een percussionist toevoegen aan het kwartet. Dan kunnen we meer Afrikaanse muziek spelen. En we moeten blijven oefenen en onze techniek verbeteren. Iedereen zegt dat we heel goed spelen, maar we kunnen ons nog lang niet vergelijken met de Europese kwartetten als het Amadeus kwartet. We zijn als een kind dat opstaat en begint te lopen, maar soms weer omvalt.”

Sandile is op zoek naar een sponsor, die de andere leden van het kwartet in staat stelt full-time muzikant te worden en die een eerste plaatopname financiert. Hij hoopt dat rijke bedrijven en de regering op den duur geld vrijmaken voor instrumenten, oefenruimten en een minimum-salaris voor muziekonderwijzers, zodat meer zwarte kinderen viool kunnen spelen. Nu zijn veel ouders geïnteresseerd, maar niemand kan het lesgeld betalen. Sandile is begonnen gratis les te geven. “Het komt voor dat mensen vaardigheden hebben en doodgaan zonder ze te hebben gedeeld. Dat zal mij niet overkomen. Deze traditie moet groeien. Ik wil niet dat het Soweto Strijkkwartet over veertig jaar niet meer bestaat.”