Betrekkingen met Suriname

EEN VERDRAG en geen Gemenebest heeft het staatsbezoek van de Surinaamse president Venetiaan ons land opgeleverd. De eigen verantwoordelijkheden over en weer zijn bevestigd en de Surinaamse problemen zijn niet onder een superparaplu van een Nederlands-Surinaams Gemenebest geschoven. Die gedachte maakte in de Nederlandse politiek na de kerstcoup van december 1990 een stormpje van enthousiasme los, maar is daarna gelukkig snel weer losgelaten.

Formeel heeft de nieuwe relatie zijn weerslag gevonden in een lange paragraaf van het raamverdrag over arbitrage in geval van geschillen over de uitvoering van de overeenkomst op basis van gelijkwaardigheid. Dit is niet slechts een doekje voor het bloeden, zoals blijkt uit de paragraaf over buitenlandse betrekkingen en defensie. Deze staat in het teken van “wederzijdse faciliteiten” en “technische bijstand”. Dat is andere taal dan het contingent Nederlandse marechaussees dat sommigen wel eventjes orde op zaken zagen stellen onder de Surinaamse zon.

Gelijkwaardigheid houdt geen blanco cheque in en dat blijft een lastige boodschap. Het tere punt van opheffing van de visumplicht is vooruitgeschoven naar vervolgonderhandelingen. Extra geld dat Suriname vroeg voor herstel van de rechtsstaat is ondergebracht in de reguliere verdragsmiddelen, waar een dergelijk elementair onderwerp ook thuishoort. Een nieuw accent op de particuliere sector moet voorkomen dat ontwikkelingsgelden worden opgeslokt door de onverzadigbare Surinaamse bureaucratie. Het land zal zich per wet committeren aan het saneringsplan dat de organisatie-adviseurs van Coopers & Lybrand hebben opgesteld.

DE ONDERHANDELINGEN zijn niet van een leien dakje gegaan. Dit verdrag is weliswaar een mijlpaal maar tegelijk slechts een tussenstation. De ministers van buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking waren voorbarig toen zij vorige maand de Tweede Kamer schreven dat de regering-Venetiaan “beslissende stappen op het gebied van de versterking van democratie en rechtstaat” heeft gezet. Zij doelden op de herziening van de Surinaamse Grondwet, waaruit de speciale rol van het leger is geschrapt die in 1990 als dekmantel diende voor de zogeheten kerstcoup.

Bouterse cum suis waren echter ook zonder constitutioneel vijgeblad heel wel in staat tot een machtsgreep. De grondwetsverandering is van belang als een bevestiging van de boodschap aan het nationale leger dat een volgende keer niet getolereerd zal worden - met name niet door de Verenigde Staten. Maar daarmee is nog geen eind gekomen aan bijvoorbeeld de economische belangen die de militairen zich hebben verworven, zowel boven- als ondergronds. Grondwetsherziening zegt ook niet alles over de broodnodige afslanking van de Surinaamse krijgsmacht.

Een sleutelrol in het saneringsproces vormt de afrekening met gepleegde misdaden zoals de decembermoorden van 1982 en het bloedbad in Moiwana. Er is geopperd dat een amnestie de enige manier is te komen tot oplossing van “het machtsvraagstuk”, zoals de rol van het leger ter plaatse wordt aangeduid. Dat zou voor Nederland - en voor de hier verblijvende Surinaamse gemeenschap, die een eigen plaatsje kreeg in de preambule van het raamverdrag - moeilijk te verteren zijn. Erkend moet echter worden dat een vorm van amnestie in de Zuidamerikaanse traditie past. Echt oplossen doet zij op zichzelf echter niets. Waar het om gaat is dat de rol van het leger daadwerkelijk wordt teruggedrongen (en de politie gesaneerd). De dreiging van strafvervolging zou daarbij wel eens een onmisbare stok achter de deur kunnen blijken.

HET STAATSBEZOEK en het raamverdrag luiden een “herkansing” in, zoals premier Lubbers het na afloop omschreef. Kansen moet men echter weten te organiseren. Dit onderstreept het belang van punt zeven in het slotcommuniqué dat is gericht op “internationaal overleg ter ondersteuning van de democratie en de rechtsstaat”. Op het gebied van de drugscriminaliteit is volgens de Surinaamse minister Girjasing ook al een begin gemaakt van samenwerking met Brazilië, Venezuela en Guyana (en de VS). Nederlands geld en adviseurs kunnen het niet stellen zonder een bredere dekking.