Bananenexporteurs stappen naar GATT

GENÈVE, 19 JUNI. Vijf Latijnsamerikaanse staten (Colombia, Costa Rica, Guatamala, Nicaragua en Venezuela) hebben de Europese Gemeenschap om een officieel onderhoud gevraagd over het huidige en voorgenomen EG-beleid voor de import van bananen. Dit is een eerste stap om het handelsconflict voor te leggen aan een onafhankelijke commissie van de GATT (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel).

De vijf landen vinden dat de EG hen door de bestaande en de voorgenomen invoerregimes discrimineert. De kritiek is met name gericht op Frankrijk, Spanje, Groot-Brittannië en Portugal. De uitnodiging voor het onderhoud is gericht aan de EG-vertegenwoordiger bij de GATT, Tran Van-Thin. Deze heeft tien dagen de tijd om op de uitnodiging in te gaan.

De vijf vrezen dat de nieuwe regels die ingaan per 1 januari 1993 - bij het ontstaan van één interne Europese markt - de Latijnsamerikaanse bananenexport naar de EG zullen halveren. De maatregelen zijn volgens hen in strijd met de bepalingen van de GATT, zo verklaarde Gonzalo Facio, de vertegenwoordiger van Costa Rica, donderdag.

Bijna veertig procent van de bananen die Latijns-Amerika exporteert, gaat naar de EG. Vorig jaar exporteerden de Latijnsamerikaanse landen 2,5 miljoen ton naar de EG, dit jaar naar verwachting zelfs 3 miljoen ton. De EG-plannen voor komend jaar kunnen de export naar EG-landen vanuit Latijns-Amerika verkleinen tot 1,4 miljoen ton.

Het beleid van de EG bevoordeelt de bananenproducenten in Afrika en het Caribisch gebied die vroeger Europese kolonies waren en nu nog via het Lomé-verdrag met Europa zijn verbonden. Facio zei donderdag dat de GATT de rijke landen weliswaar toestaat om een voorkeursbehandeling te geven aan arme landen, maar dan moet zo'n beleid voor alle arme landen gelden. (Reuter, AFP)