Zweedse banken dieper in problemen

De crisis in de Zweedse bankwereld houdt aan. Gota Bank, de vierde bank van Zweden, onthulde deze week dat voor de komende vijf jaar een verzekering is afgesloten tegen oninbare rente en aflossing op dubieuze leningen.

Die moet Gota voor maximaal 13,5 miljard Zweedse kroon (4,2 miljard gulden) dekken. De dekking loopt bij twee Europese maatschappijen en bij Trygg-Hansa, de tweede verzekeraar van Zweden die ruim 48 procent van Gota bezit en in april met een bod van 1,4 miljard kroon voor de overige aandelen kwam. Eerder pompte Trygg-Hansa al 1,5 miljard kroon in de bank. Gota leed in 1991 een verlies leed van 2,13 miljard kroon (660 miljoen gulden).

Over de eerste vier maanden van dit jaar had Gota al een verzekering lopen. De verliezen op kredietverstrekking kwamen uit op 210 miljoen kroon. Zonder verzekering zou de schade op 1,4 miljard kroon zijn uitgekomen, ruim vijf procent van het totale bedrag dat aan leningen uitstaat. De stroppenpot zal dit jaar moeten worden opgehoogd van 3,8 miljard kroon tot vier miljard kroon. In de eerste vier maanden groeide het bedrijfsverlies van 538 miljoen kroon tot 638 miljoen kroon.

Förensingsbank publiceerde een rood bedrijfsresultaat over de eerste vier maanden van dit jaar van 175 miljoen kroon. Weliswaar een verbetering van 43 procent, maar de verliezen die de bank op kredietverstrekking leed en uit de reserves werden geput, liepen op tot 926 miljoen kroon.

Verliezen op de kredietverstrekking hebben ook de cijfers over de eerste vier maanden van Svenska Handelsbanken beïnvloed. De derde commerciële bank van Zweden zag zijn verliezen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar met 47 procent aanzwellen tot 1,6 miljard kroon. Hierdoor kelderde de winst met 35 procent tot 664 miljoen kroon.

De grootste commerciële bank, Enskilda Banken, maakte bekend over de eerste vier maanden een verlies van 600 miljoen kroon te hebben geleden. De semi-staatsbank Nordbanken boekte over dezelfde periode een negatief resultaat van 1,9 miljard kroon.

De crisis bij de Zweedse banken komt hoofdzakelijk voort uit een expansief en speculatief kredietbeleid aan het eind van de jaren tachtig. De waardevermindering van onroerende goed bracht de banken vervolgens in de problemen.