Vaccin tegen ziekte van Lyme op muizen getest

De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door bacteriën (spirocheten) die door teken op mensen worden overgebracht.

De bacterie doorloopt een levenscyclus waarbij achtereenvolgens muizen, teken en mensen (of andere grote zoogdieren zoals herten) gastheer zijn. De spirocheet veroorzaakt aanvankelijk een lokale huidinfectie, zichtbaar als een rond de tekebeet wijder wordende rode cirkel. Na enkele weken krijgt een deel van de patiënten verschijnselen als hoofdpijn, vermoeidheid, koude rillingen en koorts. Na jaren kunnen nog gewrichtsontstekingen (arthritis) en hartklachten als ziekte van Lyme ontstaan. In het beginstadium is de ziekte goed te bestrijden met antibiotica, maar later slaan antibiotica vaak niet meer aan.

In de Verenigde Staten is een vaccin ontwikkeld waarmee de ziekte van Lyme misschien kan worden uitgeroeid. Het vaccin is bedoeld voor muizen, het belangrijkste biologische reservoir voor de spirocheten. Het vaccin bestaat uit een eiwit (OspA) dat ook aan het oppervlak van de spirocheten voorkomt en een herkenningspunt voor het afweersysteem is. Gevaccineerde muizen maken antistoffen tegen de spirocheten die actief worden zodra besmette teken zich in hun huid vastbeten en muizebloed gaan zuigen. In een experiment werd geen van de gevaccineerde muizen door de teken besmet. De muizen in de controlegroep, die een onschuldige eiwitoplossing kregen ingespoten, werden voor 40% besmet.

Opvallend was dat ook de teken bacterievrij werden. Teken zuigen bloed van hun gastheren en in het muizebloed zaten kennelijk voldoende antilichamen om ook de muizen te ontsmetten. De onderzoekers van Yale University denken overigens niet aan de vaccinatie van mensen. Het vaccin kan worden verwerkt in muizevoer dat dan in bosgebieden met besmette teken kan worden verspreid. Op dezelfde manier als het hondsdolheidsvaccin in voer voor vossen in de bossen wordt gelegd. De muizen- en wellicht ook de tekenpopulatie in de gevaccineerde gebieden zou dan spirocheetvrij moeten worden, waarna mensen weer onbezorgd het bos in kunnen.