Twee in één cel is inhumaan en levensgevaarlijk; Twee in één cel zal heidense toestanden veroorzaken met agressie en seksueel geweld; In Spanje bevindt zich een verontrustend hoog percentage seropositieven onder de gedetineerden

Vrijwel overal ter wereld, van Europa tot Hongkong en de USA, kampt men met het probleem dat de gevangenissen overvol zijn. En vrijwel overal is er sprake van een toeneming van het aantal lang gestraften, hetgeen overigens niet steeds hetzelfde inhoudt. In de USA is sedert de jaren zeventig de gevangenispopulatie verdrievoudigd, in ons land is deze de laatste tien jaar verdubbeld. Dit neemt niet weg dat Nederland er nog altijd - vergelijkenderwijze - een betrekkelijk laag aantal gedetineerden per 100.000 inwoners op nahoudt. Alom worden oplossingen gezocht en gevonden om cellentekorten het hoofd te bieden. Het uitsluitend bijbouwen van nieuwe gevangenissen getuigt van een geloof en een vertrouwen in het nut van gevangenisstraf, die deze niet verdient: mensen worden gedurende enige tijd uit de maatschappij gehouden, om ze als een grotere duvel weer uit de doos te laten springen. Het mogen hebben van een eigen tv blijkt daaraan overigens niets toe of af te doen. Voor andere categorieën gedetineerden, de arrestanten en voorlopig gehechten, die zich nog in de beginfase van het strafproces bevinden, geldt dat hun vrijheidsbeneming moet berusten op noodzaak in verband met de opsporing, de vergaring van het bewijs, gegronde vrees voor vlucht of omdat de samenleving al te zeer geschokt is door hun daad.

Het is een hardnekkig misverstand dat heengezonden worden of ontslagen worden uit de voorlopige hechtenis hetzelfde zou zijn als vrijuit gaan. Dit is niet het geval. De betrokkene zal terechtstaan en ook - bij gebleken juistheid van de verdenking - worden veroordeeld.

Natuurlijk is het ontoelaatbaar, als de justitie wegens cellengebrek gearresteerden voortijdig moet loslaten wanneer de bewijsgaring daardoor in gevaar zou worden gebracht of wanneer de kans op herhaling ervan afdruipt. Maar men mag aannemen, dat het timmermansoog van de politie en van het Openbaar Ministerie al te grote blunders voorkomt. Ook in tijden van voldoende cellen kunnen er per slot van rekening spitsuren zijn, zoals bij voetbalwedstrijdcatastrofes, die ertoe hebben geleid dat vantevoren politiecellen worden "gereserveerd' .

Hoe is het mogelijk om zonder noemenswaardige uitbreiding van het aantal cellen toch een behoorlijke strafrechtspleging in stand te houden? Om dit op te lossen dient de rechterlijke macht zich danig te bezinnen op de vraag of de zéér lange straffen - en dan bedoel ik die van een jaar of langer - niet geleidelijk aan té lang zijn geworden, waarbij ook in aanmerking moet worden genomen de nogal eens voorkomende combinatie van een straf van vele jaren met een terbeschikkingstelling (in het kader waarvan psychiatrische behandeling plaatsheeft). Want het is juist de enorm gegroeide hoeveelheid langgestraften die de doorstroom van verdachten naar huizen van bewaring en van veroordeelden naar gevangenissen stagneert. Het maakt nogal verschil of een cel voor één maand of voor tien jaar door één persoon bezet zal blijven!

In een aantal landen, waaronder Spanje, wordt op een veel ruimere schaal voorwaardelijk of vervroegde invrijheidstelling verleend. Ook in Turkije is dit het geval, en wel als circa veertig procent van de straf is uitgezeten.

Bij ons heeft vervroegde invrijheidstelling niet eerder plaats dan nadat tweederde van de straftijd is uitgezeten. In de jaren vijftig heeft de commissie-Pompe voor de zeer lange straffen een verruiming van de eerdere invrijheidstelling bepleit zelfs na eenderde van de straftijd. Dat voorstel heeft het toen, tot Pompes grote verdriet, niet gehaald. Ook in deze richting valt wel degelijk opnieuw te denken, zij het dat dan ook weer de voorwaarden met toezicht, bijvoorbeeld van de reclassering, in ere zullen moeten worden hersteld.

Voorts kan in veel meer gevallen dienstverlening als alternatieve straf worden opgelegd, in plaats van hooguit zes maanden gevangenisstraf. De indruk bestaat, dat de rechter hierover soms nog te veel aarzelingen heeft. Toch blijkt de dienstverlening wel degelijk door vele veroordeelden als echte straf te worden gevoeld. Ondanks het criterium dat een gevangenisstraf erdoor moet worden vervangen is het opmerkelijk, dat bij toepassing van duizenden alternatieve straffen per jaar het aantal kortere vrijheidsstraffen niet noemenswaardig is gedaald. Voorts zou het O.M. meer gebruik kunnen maken van het (voorwaardelijke) sepot, in welk kader zelfs therapieën (zoals voor incestplegers) kunnen worden afgedwongen.

Gaat het Nederlandse strafrecht door op de weg, die inmiddels al geruime tijd is ingeslagen, dan leidt dit niet alleen in de eigen gelederen van rechterlijke macht en O.M., maar ook bij het publiek, tot pure gewenning aan het idee, dat strafrecht in veel gevallen opsluiting hoort te zijn, die de samenleving heet te beveiligen. En deze associaties worden steeds vanzelfsprekender, naarmate professionele functionarissen zelf in deze termen uitlatingen doen. En onder de professionelen zouden in zekere zin ook bepaalde Kamerleden kunnen worden begrepen, voorzover deze zich in justitie-zaken hebben gespecialiseerd.

Het is dan ook ongelofelijk, dat nu voor de derde keer binnen enkele jaren een serieuze discussie op politiek niveau wordt geëntameerd over twee gedetineerden in één cel. Het moge dan nu voor de PvdA "bespreekbaar zijn mits onder strikte voorwaarden', maar men behoeft natuurlijk geen groot ziener te zijn om te kunnen voorspellen, dat als eenmaal dit verschijnsel voor uiterst kort gestraften is geaccepteerd de voorwaarden gaandeweg zullen worden verruimd, tenzij de wal het schip keert. Op een uiterst pijnlijke wijze zou naderhand nog wel eens aan het licht kunnen komen, hoezeer van een heilloze en ondoordachte beslissing sprake is geweest.

Ik heb het dan nog niet eens over het feit dat mensen in gevangenschap toch al weinig privacy hebben. Elke vergelijking met mensen in verpleeghuizen et cetera is in dit opzicht vals, zowel tegenover de gedetineerde als tegenover de verpleegde. Deze laatste heeft in beginsel bewegingsvrijheid en zit niet onontkoombaar en zonder onderbreking dag en nacht met anderen opgesloten. Daarin ligt nu juist wèl de kern van het gedetineerd zijn. Het plaatsen van twee in één cel - ik spreek uiteraard over een cel die gebouwd is voor één persoon - zal heidense toestanden veroorzaken met agressie, waaronder ook seksueel geweld. Dat kunnen wij niet alleen leren van de Verenigde Staten, maar ook van Engeland en andere landen.

In Spanje bevindt zich een verontrustend hoog percentage seropositieven onder de gedetineerden. Men zou graag willen weten in hoeveel gevallen de besmetting binnen de muren tot stand is gekomen. Dit soort toestanden is ook het gevangenispersoneel niet aan te doen, bovenop de toch al meer dan moeilijke taak. Nog afgezien van de gevaren die dit personeel zèlf gaat lopen. Het zou de minister van justitie bij de aanvaarding van de praktijk van twee gedetineerden in één cel nog wel eens duur te staan kunnen komen: onrust, zo niet gewelddadigheden, onder gedetineerden en personeel, verhoogd ziekteverzuim en huizenhoge schadeclaims van seropositief geworden gedetineerden.

Nee, de celdeling is - het is al jaren betoogd - niet alleen inhumaan, maar domweg levensgevaarlijk. Bovendien is er alle reden niet na te streven dat het aantal gedetineerden tot een aanzienlijk deel van de bevolking uitgroeit.