Schenken aan Rusland beter dan lenen

Ruwweg de helft van de Nederlandse hulp aan de Russische Republiek vindt haar weg via Brussel. De vraag is of dit terecht is of niet. Wat gebeurt er met dit geld en is het effect maximaal?

Een vergelijking met de Marshallhulp is hier interessant. De Amerikanen hebben na de oorlog 14,5 miljard dollar (te vergelijken met 65 miljard dollar vandaag) geschonken aan West-Europa. Voor dit geld konden diensten gekocht worden maar vooral ook goederen. De koper van de goederen stortte de tegenwaarde, uiteraard wat Nederland betrof in guldens, in een fonds. Dit geld kon zo wederom gebruikt worden voor het financieren van projecten welke goeddeels in guldens betaald konden worden. Onder toezicht van de Nederlandse regering is hier voorbeeldig gebruik van gemaakt. De Amerikanen bemoeiden zich hier nauwelijks mee.

De Brusselse hulp aan Rusland heeft aanvankelijk ook de vorm van schenkingen gehad. De tegenwaarde in roebels zou in dit geval niet aan projecten besteed worden, maar uitbetaald worden aan de minst draagkrachtigen (150 roebel per maand per persoon). Hiervan is in de praktijk volgens het Russische ministerie van landbouw niets terechtgekomen, door het simpele feit dat de Russische regering niet over het hiervoor benodigde apparaat beschikte.

De komende Brusselse hulp zal verstrekt worden in de vorm van leningen (Ecu 1,25 miljard). Bij leningen kan er per definitie geen sprake zijn van tegenwaarde, dus deze potentieel belangrijke bron van locale financiering komt hierdoor geheel te vervallen. Het gaat hier om tientallen miljarden roebels.

Waarom daarom niet geschonken? De werkelijke waarde van deze leningen is hoogst dubieus. In het Westen hebben wij al meer dan genoeg onbetaalde Russische rekeningen sinds 1917. Waarom hier nog meer aan toe te voegen?

De regeringen in London en Parijs zien weliswaar in hun staatsboekhouding liever leningen vermeld, hetgeen immers op korte termijn gemakkelijker te verantwoorden valt, maar men moet toch wel heel blind zijn om te verwachten, gezien de huidige toestand in Rusland, dat de terugbetaling binnen de afzienbare toekomst zal worden gedaan. In ieder geval hebben wij dan nog meer dan genoeg oude rekeningen met Rusland te vereffenen.

Door de leningen waar het nu om gaat om te zetten in schenkingen, zal de effectiviteit enorm kunnen toenemen door gebruik te maken van de dan onstane tegenwaarde. Deze kan bij voorbeeld aangewend worden voor landbouwprojecten welke gemiddeld voor de helft gefinancierd kunnen worden met roebels, energie en omschakeling en omschakeling van de oorlogsindustrie.

Hierbij speelt uiteraard een rol de conversie koers Ecu-roebel, welke niet te hoog mag zijn teneinde de projecten niet onbetaalbaar te maken. Voorts komt deze tegenwaarde alleen tot stand indien hiermee voornamelijk goederen en betaalde diensten worden aangeschaft. Bij abstracte diensten, opleidingen en dergelijk ontstaat vrijwel nooit een tegenwaarde. Zij kunnen meestal niet contant aan derden verkocht worden, hetgeen ook niet de bedoeling is.

Precies hetzelfde verhaal gaat op indien Nederland bilateraal zijn hulp aan Rusland zou verschaffen, maar in dit geval hebben wij met de zienswijze van London en Parijs niets meer te maken. Onze hulp zou dan in de vorm van schenkingen tenminste anderhalf maal zo effectief zijn en Nederland zou feitelijk er niet armer op worden.

De Nederlandse regering zou dus moeten voorstellen aan Brussel òf alle hulp te schenken, dus niet te lenen, òf Nederland trekt zich in deze terug en doet alles bilateraal. Onze EG-verplichtingen beletten ons niet deze houding aan te nemen.

Nog een enkel woord over de aard van deze hulp. Project-deskundigheid heeft Brussel niet in huis. Het moet zich hiervoor wat landbouw betreft (uiterst belangrijk) wenden tot in de eerste plaats Nederland. Waarom dan de kostbare, tijdrovende omweg?

Voorts is de EG gedwongen met de Russische ministeries te onderhandelen. Daarbij belandt zij onvermijdelijk en direct in een onvoorstelbare bureaucratie. Bilateraal kan dit vrij gemakkelijk vermeden worden. Binnen een raamovereenkomst kan het eigenlijke werk op een zo laag mogelijk niveau uitgevoerd worden. De praktijk heeft dit reeds bewezen. Het tegenwaardefonds kan gemeenschappelijk beheerd worden. Hiertegen bestaat van Russisch zijde geen bezwaar.

Samenwerking met andere landen, vooral met Amerikaanse ondernemingen, is in bilateraal verband goed mogelijk. In EG verband is dit vrijwel uitgesloten. De Russische minister van landbouw heeft reeds verklaard onmiddellijk besprekingen over dit onderwerp te willen beginnen. Hier ligt een belangrijke taak voor de Nederlandse regering en indien noodzakelijk het parlement.