Revolutionaire kop

De videorecorders die de high definition televisie van de toekomst moeten opnemen en weergeven, krijgen een zwaar leven.

Zoveel bits moeten er op het smalle videobandje worden opgetekend, dat de techniek tot aan de grenzen van het haalbare moet worden opgerekt. Om de grote gegevensstroom te verwerken, hebben de videorecorders al in het begin van hun geschiedenis hun toevlucht gezocht tot de roterende koppentrommel. De opnamekop is dubbel uitgevoerd en gemonteerd op een ronde trommel die met een flink gangetje rondtolt. De signalen worden in diagonale sporen (de trommel staat een beetje schuin) op de langzaam voortkruipende band opgetekend. Hetzelfde systeem vinden we terug bij de DAT-recorder - voor de nog niet erg van de grond komende digitale geluidscassette.

Opnemen van HDTV zal betekenen dat de trommel nog sneller draait, met alle gevolgen van dien: kwetsbare constructie en snellere koppen- en bandslijtage.

Het Franse electronica-concern Thomson CSF besloot daarom een heel andere weg te bewandelen. Op internationale conferenties (onder andere op de onlangs gehouden BRITE-EURAM conferentie in Sevilla en de vorig jaar gehouden MORIS conferentie in Tokio) brengt het op tamelijk terughoudende wijze de spectaculaire resultaten van zijn ontwikkelingswerk onder de aandacht. De Fransen maakten een stilstaande magneetkop waarmee op een bandje van 8 mm breed (het bandje van het video-8 systeem) een groot aantal parallelle sporen kunnen worden opgetekend. Het principe lijkt dus wel wat op de (ook nog niet beschikbare) DCC-techniek van Philips. Maar waar de Eindhovenaren niet verder komen dan 16 sporen en de toepassing tot audio beperkt blijft, halen de Fransen 384 sporen. Zelfs bij de lage bandsnelheid van 4 cm per seconde kan daarmee meer dan 50 Megabit per seconde worden opgetekend, ruim voldoende voor digitale HDTV. Datacompressie is in deze oplossing niet nodig.

De opnamekop is uitgevoerd in dunnelaag-technologie (de fotolithografische techniek waarmee ook chips worden gemaakt) en bestaat uit een plaatje van 3 bij 8 mm waarop 384 koppen in een matrixvorm zijn aangebracht (12 x 32). Omdat ze in enigszins schuine rijen staan, kan elk kopje net een dun spoortje voor zijn rekening nemen en kunnen de sporen ook vlak tegen elkaar aanliggen. In zo'n lay-out is er geen ruimte voor de twee aansluitdraden per kop die normaal zijn, en daarom zijn de koppen met elkaar doorverbonden. In dat koppenrooster is elke kop toch individueel aan te sturen met een betrekkelijk eenvoudige adresseertechniek. Als de kop op kolom 6 en rij 24 een spanning van 1 volt moet hebben om een bitje op de band weg te schrijven, wordt 1/3 volt op de hele kolom 6 gezet en 2/3 volt op de hele rij 24. Alleen de kop op het kruispunt krijgt dan de benodigde 1 volt en gaat tot actie over.

Voor het lezen van de band wordt in de Thomson-methode gebruik gemaakt van het zogeheten Kerr-effect: een magneto-optisch verschijnsel dat er op neerkomt dat een gemagnetiseerd stukje ferromagnetisch materiaal het licht anders reflecteert dan een niet-gemagnetiseerd stukje. Op de leeskop van de Thomsonrecorder valt een bundel laserlicht en de reflectie wordt gedetecteerd door een CCD, een rij van 384 lichtgevoelige elementen. Na de nodige digitale signaalbewerking kan het beeld op betrekkelijk eenvoudige wijze worden gereconstrueerd.