Rekenkamer: geen registratie belastingfraude

DEN HAAG, 18 JUNI. Belastingambtenaren houden zich dikwijls niet aan de landelijke richtlijnen die gelden bij de vraag of belastingfraude strafrechtelijk moet worden vervolgd. Zij geven lang niet alle zaken door aan de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD).

Dit meldt de Algemene Rekenkamer in haar vandaag verschenen halfjaarlijkse rapport. Omdat de Belastingdienst niet alle gevallen registreert, is niet duidelijk hoe groot de omvang van de belastingfraude is die niet strafrechtelijk wordt vervolgd.

Als een zaak aan bepaalde criteria voldoet (zoals een belastingontduiking van meer dan 50.000 gulden) dient hij aan de FIOD te worden gemeld. De FIOD beoordeelt dan of een zaak voor strafrechtelijke vervolging in aanmerking komt en overlegt daarover met het openbaar ministerie. In 1990 werden 600 zaken bij de FIOD aangemeld. Maar veel zaken bereiken de FIOD niet, omdat onderdelen van de belastingdienst hun eigen voorkeur volgen bij het aanmelden van delicten. De Rekenkamer constateert dat belastingamtenaren die grote ondernemingen moeten controleren relatief weinig delicten aangeven. Volgens de Rekenkamer is een mogelijke verklaring dat deze ambtenaren “de relatie met de belastingplichtige niet in gevaar willen brengen”.

Belastingambtenaren blijken het in meerderheid ook niet eens met de landelijk vastgestelde criteria voor vervolging. Zij vinden dat niet zozeer de hoogte van het ontdoken bedrag bepalend moet zijn, maar bijvoorbeeld of een ondernemer de fraude gebruikt voor persoonlijke verrijking, of dat er sprake is van een verdachte die een maatschappelijke "voorbeeldfunctie' vervult, zoals een notaris of een belastingconsulent. Ook is volgens een aantal belastingambtenaren een administratieve boete - die maximaal 100 procent kan bedragen van het bedrag dat de belastingbetaler heeft ontdoken - effectiever dan strafvervolging, omdat aan de bewijslast dan minder eisen worden gesteld.

Staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) heeft inmiddels een werkgroep benoemd die bekijkt of de vervolgingsrichtlijnen moeten worden aangepast. Maar de staatssecretaris heeft al laten weten dat de belastingdienst de aanmeldingsverplichting volledig dient na te komen.

Dat veel gevallen van belastingfraude niet worden vervolgd komt volgens de Rekenkamer ook door de beperkte capaciteit bij de FIOD, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht. Minister Hirsch Ballin (jusititie) neemt daartegen te weinig maatregelen, aldus de Rekenkamer.