Recept voor onbehagen

EEN TIJDELIJK VERLIES van democratisch gehalte is beter dan een versplinterde politiezorg. Dit verklaarde minister Hirsch Ballin (justitie) vorige maand ijskoud op een congres in Groningen. Met die uitspraak werd het antwoord voorspelbaar dat het kabinet deze week gaf op de kritiek in de Tweede Kamer over het democratische gat in het geplande regionale politiebestel. Het beheer van de nieuwe politieorganisaties komt te liggen bij burgemeesters; hoofdofficieren van justitie krijgen een veto, maar de gemeenteraden worden op afstand gezet.

De gemeenteraden hebben zich opmerkelijk koest gehouden over deze gang van zaken, daarmee het beeld versterkend dat zij de politie vooral als het speeltje van de burgemeester zien. Dat is wel een erg kortzichtige basis om een nieuw politiebestel op te bouwen. Vandaag tilt men wellicht niet zo zwaar aan het gebrek aan democratische controle, maar dat kan morgen bij het eerste bedrijfsongeval omslaan. De coalitiepartijen hadden in een motie Stoffelen-Van der Heijden tenminste nog enige “piketpalen” uitgezet: de regio dient van onderen op (en niet van bovenaf) te worden opgezet met directe lokale inspraak. Driekwart van de politiezorg is immers lokaal van aard. Vorige week zag het er even naar uit dat de ijver aan CDA-kant wat was verflauwd, maar deze week stonden de parlementaire piketpalen weer recht overeind.

EEN WERKELIJKE OPLOSSING kan intussen alleen worden gevonden door de politie op te nemen in een algemene regionalisatie van het binnenlandse bestuur. Volgend jaar moet daarmee een begin worden gemaakt in de zeven grootste stedelijke agglomeraties. OOR, het overlegorgaan Rotterdam (voorheen de Rijnmond) presenteerde zojuist een blauwdruk van het nieuwe model. Kern daarvan is een nieuwe verhouding tussen gemeenten en overkoepelend regionaal bestuur. OOR is méér dan een nieuwe bestuurslaag. De gemeenten zullen strategische beslissingsruimte moeten inleveren, maar als tegenprestatie krijgen zij een nieuwe helderheid: een duidelijke eigen verantwoordelijkheid voor de directe leefomgeving.

Dit heeft nog wel de nodige haken en ogen, al was het alleen omdat de centrumgemeente Rotterdam zal dienen te worden gesplitst in deelgemeenten om een evenwichtige verdeling van het lokale krachtenveld mogelijk te maken. De vraag is of het Rotterdamse apparaat wordt opgedeeld, of dat regionaal bestuur en (deel)gemeenten van hetzelfde apparaat gebruik zullen maken. Het eerste, reeds in Amsterdam toegepaste recept is tot dusver in de Maasstad begroet met scepsis; men vreest kwaliteitsverlies. Het alternatief kan betekenen dat de regio eerder gaat lijken op de grote stad dan op de provincie.

DAT REGIOVORMING méér is dan een kwestie van coördinatie maar ook duidelijkheid over lokale invloedssferen met zich meebrengt, lijkt een open deur. Maar de reorganisatie van de politie laat zien dat dit gemakkelijker is gezegd dan in de praktijk gebracht. Hetzelfde probleem speelt trouwens op Europees niveau, en kan althans een deel van het ongenoegen over het Verdrag van Maastricht verklaren. Op nieuwe gebieden als politie en justitie kiest dit voor intergouvernementeel overleg. Daarin heeft weliswaar iedere staat een veto, maar in theorie zijn de meest vergaande afspraken mogelijk; hoe het uitpakt moet maar worden afgewacht. De Europese Commissie wordt bij het overleg betrokken maar bungelt er tegelijk een beetje bij. Het Verdrag heeft een procedurekarakter dat ten koste gaat van een duidelijke toedeling van onderwerpen - en waarborgen.

Een recept voor onbehagen en ongenoegen, in Europa en bij de Nederlandse politie.