Poetry Award voor Zuidkoreaan in cel

ROTTERDAM, 18 JUNI. Tijdens het festival Poetry International in Rotterdam wordt elk jaar de Poetry International Award uitgereikt, een prijs, die zoals jurylid J. Bernlef gisteravond zei, eigenlijk geen prijs genoemd kan worden. Het eregeld is bedoeld voor een dichter die vanwege zijn of haar werk vervolgd wordt. Dit jaar koos de jury, die naar eigen zeggen "helaas geen gebrek aan kandidaten' had, voor de Zuidkoreaan Park No-hae (No-hae betekent Bevrijding van de arbeider), pseudoniem van Park Ki-pyong, die vorig jaar gearresteerd en mishandeld werd en daarna tot levenslang veroordeeld.

Na de uitreiking - aan een plaatsvervanger - begon de derde internationale voorleesavond. Op deze avond lazen twee voormalige Award-ontvangers: de Chinees Song Lin en Muhammed Afifi Matar uit Egypte. Het eregeld wordt niet in de eerste plaats toegekend op grond van de bijzondere poëtische verdiensten van de betreffende dichter, zodat iemand die met blijdschap begroet wordt als Poetry International Award-winnaar, eindelijk in staat om ons van zijn dichtkunst te laten genieten, dichtkunstig een tegenvaller kan blijken. Dat is wel eens pijnlijk.

In het geval van Song Lin was er gelukkig niets pijnlijks aan de hand. De Chinees die in China tot de "Universiteitsdichters' gerekend wordt, een benaming die vergelijkbaar lijkt met wat hier wel "Akademisten' heette, schrijft niet eenvoudige, maar beslist bijzondere poëzie, waarin raadselachtige en in eerste instantie onbegrijpelijke regels worden afgewisseld met aansprekelijk beelden: "mensen zo mager als vorken' en "straatarme neuzen'.

Heel anders was de indruk die de Egyptenaar maakte. Muhammed Afifi Matar las een oud gedicht van zichzelf voor waarin hij een gevangen dichter vergeleek met "een gekooide nachtegaal' die bovendien een ongeneeslijke "smartelijke wond' was toegebracht - tja. Dat zijn geen beelden om verrast van op te kijken. In zijn recentere poëzie zag hij ogen "als bolletjes ziltige etter' die bovendien getroffen werden door "zonnen en flitsende bliksems'.

Behalve verschilende buitenlandse dichters lazen ook de Nederlanders Gerrit Kouwenaar en Eva Gerlach gisteravond. Kouwenaar las zijn eigen moderne klassieken, prachtige gedichten als "zo helder is het werkelijk zelden' en de derde zang van Drie heldenzangen. Hij was met gemak de meest indrukwekkende dichter die gisteravond te horen was, ook al door zijn bijzondere, kortaffe voordracht. Voor de buitenlandse gasten werden vertalingen in het Engels op de achterwand geprojecteerd.

Minder geslaagd was het optreden van Eva Gerlach, die hier voor de eerste keer in het openbaar voordroeg en die, zo te horen, de slag nog niet helemaal te pakken heeft. Met razende vaart en volmaakt monotoon las zij haar lange cyclus "De uren' voor, over het sterven van een moeder, een reeks die op papier veel moois bevat, maar die hier absoluut niet uit de verf kwam. Daarna werden drie van haar gedichten gezongen en gezegd op muziek van Bernard van Beurden. Dan kan zij ze nog beter zelf voorlezen.

Vanavond lezen Huub Beurskens (Nederland), Ana Blandiana (Roemenië), Peter Ghyssaert (België), Gu Cheng (VR China), Eugène Guillevic (Frankrijk), Jack Mapanje (Malawi) en Shuntaro Tanikawa (Japan). Aanvang 20.00 uur, De Doelen Rotterdam.