PHILIPS OVERVALT FINANCIËLE WERELD OPNIEUW MET PLOTSELINGE TEGENVALLER; Voor Japanse elektronica zijn vette jaren voorbij

TOKIO, 18 JUNI. Het was vorige week maar een klein bericht in de Nihon Keizai Shimbun, Japans veel gelezen financiële dagblad. Het betrof Matsushita, de grote concurrent van Philips en eens diens leerling. Alle divisies van het in Osaka gevestigde concern waren gestopt met het op de markt brengen van nieuwe produkten. Bovendien kromp Japans grootste elektronicabedrijf zijn assortiment drastisch in.

Voor de Japanse elektronica-industrie, vooral de consumentenelektronica, zijn de vette jaren voorbij. Dat is geen voorpagina-nieuws meer in Japan. De winsten zijn fors getuimeld. NEC, Fujitsu, Toshiba, Matsushita, Pioneer, Sharp, Sanyo, om maar een aantal te noemen, zagen hun winsten met dubbele cijfers dalen. Sony maakte zelfs verlies. Het snel vervangen van bestaande produkten was eigenlijk al een teken dat de markt verzadigd raakte. Grote nieuwe doorbraken bleven uit. Het wachten is op de doorbraak van HDTV, de nieuwe televisie.

De 12.000 consumentenprodukten die Matsushita produceert, zulen nu minder snel worden vervangen door nieuwe produkten. Voortaan zullen de Matsushita's koelkasten en air-conditioners pas na twee in plaats van al na een jaar door nieuwe modellen worden vervangen. Ook personal computers en audio- en video-apparatuur moeten langer mee. Keukenapparatuur, zoals koffiezetapparaten, zal met 22 procent tot 140 soorten produkten worden ingekrompen.

Andere elektronicafabrikanten hebben hun assortiment eveneens verminderd, zij het niet zo fors als Matsushita. Doel: de (ontwikkelings-)kosten drukken en het vertrouwen van de consument vergroten. Nu het slechter gaat met de Japanse economie, wordt de consument behoedzamer en is hij minder snel geneigd zijn apparatuur te vervangen volgens het tempo van de fabrikanten. Fabrikanten moeten zich nu aanpassen aan de consument in plaats van andersom. De winkeliers in Akihabara, Tokio's vermaarde elektronicawijk, merken het dagelijks. De consument blijft massaal weg, stellen ze met spijt vast.

Pioneer en Sony hebben onlangs de prijzen van hun HDTV-toestellen fors verlaagd, maar even goed zijn ze nog te duur om de massa tot aankoop te verleiden. Zelfs de komende Olympische Spelen in Barcelona blijken niet de verhoopte doorbraak te kunnen brengen, de toestellen zijn te groot, of liever gezegd, niet plat genoeg om in de toch al volgepakte kleine Japanse huizen nog een plaatsje te vinden.

De acht uur HDTV die Japan nu dagelijks uitzendt, heeft de consument niet op andere gedachten kunnen brengen. Japan heeft met zijn HDTV weliswaar een ruime voorsprong op de rest van de wereld. Maar Japans HDTV is analoog, terwijl Europa en de VS aan digitale HDTV werken en daarmee de Japanse exportindustrie buiten spel dreigen te zetten. Japanse elektronica-concerns proberen naarstig via joint ventures met buitenlandse bedrijven hun potentiële marktaandeel in het buitenland veilig te stellen.

Een andere doorbraak waarop de Japanse industrie hoopt, en waarover trouwens al jaren wordt gesproken, is de combinatie van computertechnologie en audio en video. Sony werkt er hard aan. Andere elektronica-concerns niet minder. Maar ook hier vordert de technische toepassing in concrete produkten langzaam.

Daarbij hebben sommige concerns zich extra moeilijkheden op de hals gehaald door dure overnames in het buitenland met geleend geld waarover hoge rente moet worden betaald. Sony bijvoorbeeld met de aankoop van Columbia Pictures, nu Sony Pictures geheten. Sony ontdekte pas na de aankoop dat de Amerikaanse software niet door Japanse is te vervangen, eenvoudigweg omdat Japan geen filmcultuur heeft zoals Amerika. Het moest lijdzaam toezien dat Amerikaanse managers de dienst bleven uitmaken in zijn duur aangekochte onderneming, iets wat Japanse bedrijven doorgaans nooit aanvaarden. Altijd is de top van een dochterondernemingen Japans, in tegenstelling tot Amerikaanse dochterondernemingen in het buitenland die niet bang zijn om plaatselijke managers aan te stellen.

De koersen van de elektronicaconcerns op de beurs van Tokio scoren niet hoog, zij het dat ze het beter doen dan de banken, die pas over een aantal jaren financieel orde op zaken hebben gesteld. Maar net als in de auto-industrie, die andere belangrijke pijler onder de economische supermacht, is het voorlopig bescheidenheid die de toon zet.