Maastricht (2)

Was vorig jaar het Nederlandse voorstel voor een Europese Politieke Unie supranationaler dan het Luxemburgse alternatief, dat de voorkeur kreeg van vrijwel alle medelidstaten? Arend Jan Boekesteijn beweert van wel.

Op deze pagina van 15 juni stelt hij dat het laatste “op minder terreinen de meerderheidsregel van toepassing verklaarde dan het verworpen Nederlandse plan”. Te zelfder plaatse had ik op 24 oktober 1991 het tegendeel voorgerekend. Was er iets mis met mijn telling of hebben nog steeds niet alle scribenten over dit onderwerp de basisteksten bekeken? Wel zijn Boekesteijn en ik het erover eens dat de Nederlandse tekst iets minder ondemocratisch was. Aangezien het democratisch tekort van Maastricht een van de hoofdelementen uitmaakte van de Deense campagne voor een neen in het referendum, bevindt Boekesteijn zich evenwel, zonder nader kiezersonderzoek, op losse grond wanneer hij schrijft dat “zelfs deze verwaterde versie een brug te ver is geweest”. Een hoofdbezwaar is immers juist de onevenwichtige voortgang.

Van zijn kant verwacht premier Lubbers, blijkens een interview in NRC Handelsblad van 16 juni, veel van het optreden van nationale "topparlementariërs' in het Europese Parlement. Wanneer het electoraat echter ontdekt dat die coryfeeën noch in Den Haag noch in Straatsburg iets in te brengen krijgen over bijvoorbeeld de economische hoofdlijnen van de Unie dan zal het spoedig beseffen dat die parlementariërs niet de echte Europese top vormen.