Leraar Duits

In het artikel "Wie wordt er nog leraar Duits?' worden een aantal interessante conclusies getrokken. Maar ook een aantal die meer vragen oproepen dan dat ze verklaren.

Zo constateert Koldijk dat er overeenkomsten zijn tussen Nederlanders en Duitsers en om dit te ondersteunen citeert hij Ernest Zahn. Maar ook een belangrijk verschil geeft hij aan, namelijk dat iedereen moet voldoen aan het beeld van de Nederlander. Maar wie is die Nederlander. "De Nederlander' bestaat zo'n generalisatie? En dat voor een krant die de nuance zoekt.

Een ander argument dat hij hanteert voor het geringe aantal eerstejaars studenten Duits is het keuze gedrag van de studenten tijdens het voorbereidend onderwijs. Volgens hem is bij deze medebepalend hoe aardig leerlingen hun leraar Duits vinden. Als ik dan de grafiek bekijk moeten er tussen 1970-1975 veel aardige leraren Duits gestopt zijn dan wel dat deze leraren een andere taal zijn gaan doceren, bijvoorbeeld Italiaans of Spaans.

De aversie tegen al wat Duits is wordt volgens V.d. Dunk mede veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog.

Als ik mij de aard van de artikelen van V.d. Dunk herinner is deze periode ook voor hem positiebepalend geweest. Inderdaad speelt ook volgens mij het fenomeen van grote buur en kleine buur mee. Uitgerekend in een periode dat Tsjechoslowakije uiteen dreigt te vallen begint in Duitsland het gekrakeel over de bezittingen van verdreven Sudeten-Duitsers en de stellingname van de Duitse regering hierover.