"Leg de appel op de kast'; Allochtone kleuters krijgen stoomcursus Nederlands

Op de Flevoparkschool in Amsterdam heeft dit schooljaar een opmerkelijk experiment plaatsgevonden. Onaanspreekbare buitenlandse kleuters werden in een apart klasje ondergebracht en kregen een intensieve cursus Nederlands.

De Amsterdamse Flevoparkschool werd vorig jaar augustus onaangenaam verrast. Het aantal onaanspreekbare kleuters bleek opeens veel groter dan anders. Eén, hooguit twee per klas, dat was men wel gewend. Maar dit jaar zaten er in elk van de vier eerste klassen drie à vier kleuters die geen woord Nederlands verstonden, laat staan spraken.

Naar de oorzaak van de stijging kon directeur Dirk Kruger alleen maar gissen. Hij vermoedde dat het voor een deel ging om kinderen van moeders die hun kind, de laatste in een rij van vier of vijf, permanent bij zich hadden gehouden. Buitenspelen is er dan niet bij, communicatie in het Nederlands evenmin. De moeder hangt aan haar laatste, wat zelfs zover kan gaan dat het kind een half jaar langer thuis wordt gehouden dan toegestaan.

Een andere oorzaak zou kunnen zijn dat in de Indische buurt - waar de Flevoparkschool staat - de laatste twee jaar geen "Opstapproject' is georganiseerd. "Opstap' is bedoeld voor kinderen vanaf vier jaar, en bestaat eruit dat moeders uit lagere milieus wordt geleerd elke dag een kwartier lang met hun kind taal- en begripsspelletjes te doen. Wanneer "Opstap' wegvalt, vervalt een belangrijke voorbereiding op school.

Het toegenomen aantal onaanspreekbare kleuters stelde de kleuterleidsters van de Flevoparkschool voor grote problemen. De voortgang van de lessen stokte, de kleuters die al wat verder waren moesten wachten op de achterblijvers. Bijspijkeren door de kinderen veel individuele aandacht te schenken bleek onmogelijk - het waren er te veel en de achterstand was te groot. De school zat met de handen in het haar.

Toen kwam men op het idee de methode "Knoop het in je oren' dit jaar bij wijze van stoomcursus te geven. Deze door het Projectbureau Onderwijsvoorangsbeleid Rotterdam ontwikkelde lessenserie gebruikte de Flevoparkschool al langer, maar dan door het gewone programma heen. De strak gestructureerde methode omvat tien thema's - buiten spelen, kleding, lichaam, klas, school, beweging, eten, op stap, huis en familie - waarbij steeds vier verhaaltjes horen. In die verhaaltjes zijn het Marokkaanse jongetje Brahim (6) en zijn zusje Samira (4) de hoofdpersonen. Per verhaaltje worden zes tot acht nieuwe woorden geïntroduceerd, die de kleuters na afloop passief moeten beheersen. In het verhaaltje "de plas' dat bij het thema "buiten spelen' hoort bijvoorbeeld, zijn dat de jas, de plas, het raam, de schoen, de sok, aandoen en springen.

De Flevoparkschool formeerde een apart taalklasje, waar de onaanspreekbare kleuters in vier maanden tijd van hun achterstand afgeholpen moesten worden. De kleuterleidster werd deels betaald uit de extra formatie die de school krijgt omdat zij veel allochtone leerlingen telt, de stadsdeelraad paste de rest bij. In het klasje kwamen vijf Marokkaanse kleuters terecht, vier Turkse, drie Chinese en één Ghanese. Op twee na waren het jongetjes.

De werkwijze van "Knoop het in je oren' bestaat eruit dat de kleuterleidster de zelfstandige naamwoorden aan de hand van concrete voorwerpen introduceert. Daarnaast heeft ze de beschikking over "woordplaten', waarop de voorwerpen staan afgebeeld. Aan de hand van vragen en opdrachten - in een op de grond getekende plas springen, naar het raam lopen, je jas aandoen - moeten de woorden gaan leven en blijven hangen. Vervolgens leest de kleuterleidster het verhaaltje voor. Ter ondersteuning dienen zogeheten "kijkplaten', waarop een situatie uit het verhaal is afgebeeld.

Om de woorden goed in te oefenen vertelt de kleuterleidster het verhaaltje de volgende les in het kort nog een keer. Dan laat ze een cassettebandje met het verhaal horen, opnieuw met de "kijkplaten' als ondersteuning. Tenslotte luisteren de kleuters met een koptelefoon op naar het verhaaltje, waarbij de visuele ondersteuning uit een stripverhaal bestaat. In sommige gevallen wordt het programma besloten met opdrachten of een liedje.

Nederlands bad

"Knoop het in je oren' is bedoeld voor klassen waar taalarme kleuters en kleuters die al wat verder zijn door elkaar zitten. De methode strekt zich normaal gesproken uit over een heel schooljaar. Op de Flevoparkschool werd vier maanden lang ongeveer de helft van de tijd aan "Knoop het in je oren' besteed: de kleuters werden ondergedompeld in een bad van Nederlands. ""Taal, taal en nog eens taal'', daar ging het volgens Dirk Kruger om.

Het plan voor de stoomcursus werd met de nodige scepsis ontvangen. Andere scholen, de schoolbegeleider en de schrijvers van de methode hadden zo hun twijfels. Als belangrijkste bezwaar werd naar voren gebracht dat de kleuters, doordat ze de halve week apart werden gezet, bij terugkomst in de klas er niet meer bij zouden horen. Ze waren gebombardeerd tot buitenbeentje en zo zouden ze ook worden bekeken.

Volgens deze critici zou ook de kleuterleidster zelf wel eens een struikelblok kunnen vormen. "Knoop het in je oren' vereist een methodische aanpak en dat staat haaks op de benadering van kleuterleisters, die gewoon zijn aan te sluiten "bij wat er in de kleuters opkomt'. Een paar keer per week een half uurtje "Knoop het in je oren' is nog wel op te brengen maar week in, week uit elke dag een halve dag, dat zou teveel zijn.

Maar de critici hebben ongelijk gekregen. De leidster van het klasje is er niet aan onderdoor gegaan en van het buitensluiten van de onaanspreekbare kleuters was geen sprake. Juist het omgekeerde gebeurde: de onaanspreekbare kleuters raakten door het aparte taalklasje buitenbeentjes af. Ze begrepen meer, waren gewend geraakt aan de gang van zaken in een kleuterklas en hadden meer zelfvertrouwen gekregen.

Dat de aanpak vruchten afwierp bleek al vrij snel. Wanneer de kleuters in hun klas terugkwamen, waren de andere kleuterleidsters steeds weer aangenaam verrast. ""Het worden heel andere kinderen'', was een typerende reactie. Ze durfden meer en waren spraakzamer.

Ook uit de eindtoets bleek dat de aanpak werkte. Aan het einde van de vier maanden beheersten de kleuters zo'n 90 procent van de geleerde 270 woorden. Waarschijnlijk is dat percentage in werkelijkheid nog wat hoger, omdat de toets in een voor kleuters ongewone situatie is afgenomen - alleen met een volwassene die allemaal opdrachten gaf (""Leg de appel op de kast'').

Uit de test kwam verder naar voren dat de kleuters ook op het vlak van de actieve taalbeheersing een flinke sprong vooruit hadden gemaakt. Trouwens, al tijdens het programma konden ze hun mond niet meer houden.

Volgend jaar komt er op de Flevoparkschool zeker weer een "Knoop-klasje'.