Knus stadsziekenhuis wijkt voor realiteit

AMSTERDAM, 18 JUNI. In de tuin achter de Boerhaave Kliniek zit de 81-jarige J. Kasteel-Hoeve te soezen in de zon. Rode rozen steken fel af tegen de heg. “Het is echt een gezellig klein ziekenhuis”, zegt de patiënte. “Ouderwets. De zusters en doktoren hebben zoveel aandacht voor me, dat is fantastisch.” Het besluit van staatssecretaris Simons om de kliniek te sluiten noemt ze “een schandaal” en “eeuwig zonde”. Ze is juist afgelopen week, toen het besluit bekend werd, opgenomen in het ziekenhuis.

Het knusse binnenstadsziekenhuis, dat in 1903 werd gesticht, moet wijken voor de harde, economische realiteit. De Boerhaave Kliniek delft definitief het onderspit in de strijd om het voortbestaan met een ander ziekenhuis in de Amsterdamse binnenstad, het Prinsengrachtziekenhuis. De Boerhaave Kliniek, die 103 bedden heeft, wordt sinds 1987 met sluiting bedreigd. Op grond van de "Gardeniers-maatregel', die begin jaren tachtig van kracht werd, moeten alle provincies bedden inleveren: 3,4 ziekenhuisbedden per duizend inwoners is het maximum. In de twee Amsterdamse ziekenhuizen moesten 125 van de 200 bedden verdwijnen. Van de 24 specialistenplaatsen mochten er 7,6 overblijven. Sluiting van een van de twee ziekenhuizen was onontkoombaar.

“Tot 1987 zijn we samen opgetrokken. Toen duidelijk werd dat een van de twee moest sluiten zijn we ieder onze eigen weg gegaan”, zegt directeur W. Stenvers van het Prinsengrachtziekenhuis. De gemeente wil in de binnenstad een "low-care' ziekenhuis, waar kleine, weinig gecompliceerde ingrepen worden verricht. Het Prinsengrachtziekenhuis speelde beter in op die wensen en had betere contacten op het stadhuis, aldus Stenvers.

In 1987 adviseerden gemeente, de provincie, het ziekenfonds ZAO en de particuliere ziektekostenverzekeraars verenigd in het KLOZ de staatssecretaris de Boerhaave Kliniek te sluiten. Het advies werd overgenomen door WVC. Maar het besluit bleek door een juridische fout niet geldig en werd in 1988 ingetrokken. Staatssecretaris Simons wilde de toekomst van de binnenstadsziekenhuizen opnieuw onder de loep leggen en benoemde in november een onafhankelijke deskundige: oud-staatssecretaris J. Hendriks.

“Simons leek vorig jaar begaan met het lot van onze kliniek”, zegt Boerhaave-directeur Schimmel. Personeel en directie, die zich al hadden voorbereid op sluiting, verzetten de bakens nadat Hendriks was benoemd. Op de begane grond wordt een nieuwe röntgenkamer gebouwd ter waarde van een miljoen gulden, er is een nieuw echo-apparaat aangeschaft en er werd nieuw personeel geworven. Nu blijkt dat valse hoop is gewekt. “Hendriks is hier 27 april drie kwartier geweest. Daarna hebben we hem nooit meer gezien”, aldus Schimmel.

In zijn rapport stelt Hendriks dat een gezamenlijke toekomstvisie van de Amsterdamse ziekenhuizen niet mogelijk is. Maar Schimmel meent dat er geen goede argumenten zijn voor sluiting. “We hebben in Amsterdam juist meer bedden nodig dan de wettelijk vastgestelde 3,4 per duizend.” Hij wijst er op dat de bevolking in de stad vergrijst en dus vaker gebruik maakt van een ziekenhuis.

Waarom de beslissing is uitgevallen in het voordeel van het Prinsengrachtziekenhuis blijft voor Schimmel een vraagteken. “We leveren dezelfde zorg, de gebouwen zijn even oud. Het enige verschil is dat wij beter bereikbaar zijn.” Hij gaat tegen de beslissing in beroep bij de Raad van State, evenals de Projectgroep Boerhaave - samengesteld uit patiënten en buurtbewoners - en het Patiënten-Consumentenplatform afdeling Amsterdam-West. De twee patiëntenverenigingen zullen ook een klacht indienen bij de Nationale Ombudsman.

Hoofdverpleegkundige Wigman werkt al 23 jaar in het Boerhaave ziekenhuis. “Waar zit je nou mooier dan hier?” Met een weids gebaar wijst ze op het zonovergoten Museumplein. “Waarom blijft niet alles zoals het is. Het functioneert hier prima. Gaan we failliet, dan gaan we failliet.”

Foto: De Amsterdamse Boerhaave Kliniek moet binnenkort sluiten. (Foto NRC Handelsblad / Chris de Jongh)