"Je moet alles aanpakken. Ik bekijk het bedrijfsmatig, ook wij kunnen failliet gaan.'

Leraar Floor Baas (41) van het IJmondcollege in Santpoort heeft onzekere tijden achter de rug. Zou hij na een vast dienstverband van zeven jaar op straat komen te staan?

Eind april werd Baas verzocht na de les even bij de directie langs te komen. Daar kreeg hij tot zijn onsteltenis te horen dat er vanaf 1 augustus waarschijnlijk geen werk meer voor hem zou zijn. Hoe hij thuis is gekomen weet hij niet meer. "Ik werd overmand door emoties en klapte volledig dicht. Het afgelopen jaar heb ik ontzettend hard gewerkt, iedere avond ben ik voor de school in de weer geweest en ineens was ik teveel.' Enkele dagen later vond Floor Baas een ontslagbrief op de deurmat. Vijftien van zijn collega's trof hetzelfde lot.

Baas geeft theoretische vakken op de afdeling werktuigbouwkunde van de IJmond MTS. De laatste jaren heeft hij zich gespecialiseerd in bedrijfskunde en logistiek. Naast een volle werkweek in het reguliere technisch onderwijs, verzorgt hij ook contractonderwijs voor bedrijven in de regio die hun werknemers willen laten bijscholen.

De belangstelling voor het technisch onderwijs loopt terug en demografische ontwikkelingen deden de rest. Het aantal aanmeldingen op Baas' afdeling werktuigbouwkunde lag dit jaar 10 tot 15 procent lager dan vorig jaar. Andere afdelingen - electrotechniek bijvoorbeeld - werden nog veel zwaarder door het dalende leerlingental getroffen. Directeur A.P. Rutten van het IJmondcollege ziet de toekomst somber in: niet alleen is hij gedwongen jonge, veelbelovende leraren te ontslaan, ook is de toekomst van het technisch onderwijs hoogst onzeker. En dat terwijl het bedrijfsleven om technische mensen zit te springen. In mei worden eindexamenleerlingen al van zijn school weggeplukt, binnen twee à drie maanden heeft vrijwel iedereen een baan.

Tijdens zijn ontslagaanzegging kreeg Floor Baas van de directie niets dan lovende woorden toegezwaaid. "Dat is natuurlijk leuk, maar het neemt niet weg dat je je op slag overbodig voelt. Je bent niet meer nodig. En zo'n aangetekende ontslagbrief, die is zo juridisch, daar zit niks menselijks meer bij.' Onzekerheid was het overheersende gevoel, herinnert Baas zich. Pas na een week kon hij er een beetje over praten, thuis en op school met zijn collega's.

De directie heeft het, vindt hij, netjes afgehandeld. Er werd een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd waar precies uit de doeken werd gedaan hoe het er met de werkgelegenheid op school voorstond. "De directie heeft geen keus', zegt Baas begripvol, "het zijn prognoses waarmee gewerkt moet worden, want leerlingen schrijven zich steeds later in en soms ook nog bij meer scholen tegelijk. Eigenlijk heb je pas zekerheid over het aantal leerlingen als in augustus de onderwijskaarten binnen zijn.'

Floor Baas is uit overtuiging leraar geworden. Hij maakte zeven jaar geleden de niet zo gebruikelijke overstap van bedrijfsleven naar onderwijs. Na ruim tien jaar als HTS-er bij Hoogovens te hebben gewerkt besloot hij een pedagogische aantekening te halen. Geen dag spijt van gehad. Hij voelt zich gelukkig voor de klas en zou er graag zijn pensioen halen. Door het HOS-akkoord hoefde hij er niet in salaris op achteruit te gaan, reden waarom hij nu, in tegenstelling tot de collega's die met hem onderaan de afvloeiingslijst staan, een goed inkomen heeft.

Over de afvloeiingslijst wordt op het IJmondcollege niet geheimzinnig gedaan. Alle leraren hebben hem toegestuurd gekregen. Door de vele fusies van de laatste jaren zijn de posities enigszins veranderd maar, zegt Baas, "in de zeven jaar dat ik hier werk is er vrijwel geen nieuwe leraar bijgekomen'. "Zelfs de sportleraar, die al twaalf jaar in vaste dienst is, heeft een ontslagbrief gekregen.'

Een afvloeiingslijst schept duidelijkheid en voorkomt onderlinge naijver. Maar Baas vindt het ook een "kille bedoening'. Als voormalig bedrijfsman stoort het hem dat er nooit naar de kwaliteit van leraren wordt gekeken. "Waarom zou je iemand niet kunnen beoordelen? Bij Hoogovens werd altijd bekeken hoe je je werk deed. Ik ben daar helemaal niet bang voor. In het onderwijs wordt de leraar als een kleine zelfstandige beschouwd. Als de deur van het klaslokaal dicht is heeft niemand er meer iets over te zeggen.'

De komende jaren ziet het er voor de werkgelegenheid in het technisch onderwijs niet al te best uit. De regio Haarlem is flink vergrijst en als de belangstelling voor techniek niet aantrekt, kan Baas volgend jaar weer een aangetekend schrijven verwachten. Dit jaar is het op de valreep nog goedgekomen. Nadat de school een tweede "open huis' had georganiseerd zijn er net voldoende aanmeldingen binnen gekomen om in elk geval de leraren in vaste dienst binnenboord te houden. Baas is dus weer aangenomen, al moet hij het bewijs daarvan nog zwart op wit krijgen.

Baas vindt dat de school geen afwachtende houding moet aannemen en lijdzaam moet toezien hoe de belangstelling verder afkalft. "Als er minder MTS-ers komen moet je zorgen dat het contractonderwijs voor bedrijven verder wordt uitgebouwd en dat bedrijven zich voor meer jaren achtereen vastleggen.' Hij wil er graag zelf aan meewerken.