Japanse troepen

JAPAN NEEMT internationale militaire veiligheidstaken op zich en dat ligt, 51 jaar na "Pearl Harbor', nog altijd gevoelig. Het Japanse parlement heeft begin deze week een streep gezet onder 20 maanden politiek touwtrekken en met grote meerderheid een wet aangenomen die het mogelijk maakt troepen van de Japanse zelfverdedigingsmacht te laten deelnemen aan vredesoperaties van de Verenigde Naties. Het is een historisch besluit: voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zal Japan gewapende troepen naar het buitenland sturen. Naar verwachting zullen de eerste Japanse troepen onder VN-vlag worden ingezet voor vredesmissies in Cambodja.

Het is ook een verstandige beslissing. De op een na grootste industriële macht in de wereld besefte dat ze zich niet langer mocht onttrekken aan haar internationale verantwoordelijkheid. Te volstaan met chequeboek-diplomatie zoals ten tijde van de Golfoorlog, door als een van de rijkste landen ter wereld alleen geld over te maken en anderen het vuile werk te laten opknappen, was een anomalie in de internationale politiek. Japan was daardoor terecht het doelwit van kritiek van de diplomatieke gemeenschap geworden. Het kon zich niet langer beroepen op zijn pacifistische grondwet die het beslechten van internationale crises met geweld verbiedt.

VN-vredesmissies zijn geen oorlogsmissies. Ze hebben de opdracht de vrede te bewaren en strikte neutraliteit in acht te nemen. Ze opereren onder de voorwaarde dat de elkaar bestrijdende partijen in een conflict hun militaire vijandelijkheden staken. Ze moeten voorkomen dat de gewapende strijd weer oplaait en ze moeten de vrede verzekeren nadat een staakt-het-vuren is overeengekomen. Ze kennen geen vijand en ze zijn geen vechtend leger.

De linkse oppositie in Japan van socialisten en communisten, die zich maandenlang fanatiek tegen het wetsvoorstel heeft verzet, beweerde dat Japan weer een militaire macht zou worden en opnieuw de weg naar oorlog was ingeslagen. Japan zou weer uit zijn op militaire hegemonie in Azië. Tal van Japanners, vertrouwd geraakt met de na-oorlogse pacifistische traditie, hebben deze beweringen van de oppositie voor waar gehouden en meenden dat deelname aan vredesmissies van de VN in strijd was met de grondwet. De leiders van de oppositie, die dit sentiment voedden, trachtten nog niet zo lang geleden de nucleaire plannen van buurland Noord-Korea goed te praten.

DE JAPANSE DEELNAME aan de VN-vredesmissies zal gebeuren onder strakke voorwaarden. Zo mogen de militairen slechts lichte wapens dragen, ze zullen alleen ingezet worden voor verbinding en verzorging, niet voor militaire missies. Deze concessie moest de regeringspartij LDP doen om een meerderheid voor de wet te krijgen in het Hogerhuis. Dat geeft wellicht de indruk dat het land zich er gemakkelijk van af wil maken. Ten onrechte. Het is een bewijs dat Japans democratie springlevend is.