Hoor de stilte

Onder woorden, gesprekken over stilte onder redactie van dr. Jan Renkema, Staatsuitgeverij, prijs ƒ 24,90 ISBN 901206614

Op de campus van de Katholieke Universiteit Brabant (KUB) in Tilburg staat sinds kort een stiltecentrum opdat de populatie wordt herinnerd aan de levensbeschouwelijke achtergrond dezer Alma Mater. Het is klein, grijs en het heeft iets bunkerachtiges. Het is gebouwd in de vorm van een slakkehuis of - zo men wil - van een oorschelp en ligt gedeeltelijk onder de grond. Het interieur is sober: een paar verdwaalde stoelen op een rood geschilderde betonnen vloer en nergens een kruis! En aan de ingang een bord, waarop activiteiten staan vermeld om het beoogde doel maar meteen om zeep te helpen.

Het kostte een half miljoen gulden en vanzelfsprekend moest het universiteitsbestuur zich voor die overigens door bedrijven en instellingen bijeengebrachte uitgave verantwoorden, want stilte, hoewel onbetaalbaar, mag vooral niet teveel kosten. In het gastenboek is naast lof ook zurigheid opgetekend: “Wat kost deze onzin, stil in het bos is het ook. Zéér lelijk.”

Ter gelegenheid van de ingebruikneming van het stiltecentrum is er een boekje verschenen. Dr. Jan Renkema, die in Tilburg hoogleraar tekstkunde is aan de letterenfaculteit, interviewde een aantal bekende en minder bekende Nederlanders over de vraag wat stilte voor hen te betekenen heeft.

Stilte houdt ook mezelf, allergisch als ik ben voor lawaai, intens bezig. In Rome veranderde ik op één nacht drie keer van kamer alvorens de portier me op de zolderverdieping de rust gaf in de Eeuwige Stad. In een drukke stad, zoals laatst in Perugia (Italië), vlucht ik de eerste de beste kerk in om aan het laweit te ontkomen. Maar in een hotel in een uitgestorven dorpje in Luxemburg, waar die nacht de sneeuw een meter hoog tegen de ramen lag opgetast, ervoer ik de stilte als angstaanjagend, omdat ik mijn eigen hart hoorde kloppen.

Terwijl ik deze regels schrijf fluit een merel zijn hoogste lied en ruisen de populieren langs de Dommel: dat is geluid, maar het is aangenaam, want het hoort bij de stilte. Verderop spelen kinderen in de struiken en staat een transistorradio nogal hard aan: dat is hinderlijk, want het hoort niet bij de stilte. Als ik geheel ben geïmpregneerd door lawaai, zoek ik de uitgestrekte Kampinaase Heide op, maar je moet al geluk hebben wil je de aangename douche van de stilte ondergaan: altijd raast er wel een straaljager over of is het verre geluid van een trein of de autoweg te horen. Waar, verdomme, is het in dit land nog stil?

Stilte, wat is dat? Directeur Rudi Fuchs van het Haags Gemeentemuseum vindt, zegt hij tegen Renkema, echte kunst zo mooi, want: “Die praat niet. Dan moet je wel luisteren. Dat is de overstijgende trap van het realisme. Kunst kent geen ontwikkeling en juist dat geeft die stilte. Daarom is techniek ook niet stil.”

Stilte. In het boekje van Renkema weten de meeste geïnterview- den er - overigens met veel woorden - uiteindelijk een begripsbepaling voor te vinden. In een aantal gevallen wordt stilte vereenzelvigd met even afstand nemen van het (drukke) leven. “Je hebt dan even geen deel aan het leven”, zoals een van de geïnterviewden zegt. “Stilte is gelatenheid: al het andere even laten voor wat het is.” “Als ik stil ben zit er niks meer in mijn hoofd”, zegt een 11-jarig meisje. “Stilte is vredig. Stilte is voor mij het moment waarop beeld, besef en verandering in elkaar overgaan. Stilte zijn: water, buiten, bidden, ruimte.”

Maar stilte is niet altijd aangenaam. Er kunnen pijnlijke stiltes vallen bij gedebiteerde stommiteiten, bij het aanhoren van een gemene mop of als men het antwoord op een vraag niet weet. Theun de Vries, jarenlang veronachtzaamd als schrijver, spreekt over “de stilte van de boycot. Geen weerklank vinden als auteur, niet begrepen worden”. Maar ook: “De stilte betekent voor mij: het niet uitgeleverd zijn aan vijandige machten buiten mezelf. Het verlangen naar die intieme stilte heeft me mijn hele leven vergezeld. In stilte wordt de ziel gerecreëerd. Het is de levenskracht in mezelf.”

In het boekje van Renkema wordt, zij het steeds met de nodige armslag, stilte verpersoonlijkt tot God. God dat zou de absolute, genadige stilte zijn. “Als je God een naam moet geven”, zegt de voormalige bisschop van Den Bosch dr. J. Bluyssen, “noem Hem dan Stilte.” Maar ook: “De ware stilte is altijd verbonden met het volle leven.” Of men zoekt beelden in de natuur: “Stilte is zoiets als een blauwe lucht, waarlangs wolken jagen. De wolken zijn stukjes van jouw "ik' en het blauw is de stilte.”

De interviews van Renkema zijn werkelijk de moeite waard om te lezen. Bijna nergens vallen de ondervraagden in doublures. Stilte blijkt dus een oneindig onderwerp om op originele manier over te filosoferen. Stilte is een object dat veel dichters en denkers heeft beziggehouden. Willem Kloos maakte er een mooi gedicht over toen hij een zomeravond beschreef: “Alle geluid dat nog van verre sprak verstierf, de wind, de wolken, alles gaat al zachter en zachter - alles wordt zoo stil...”