Hoge, lage, scheve, nette en brutale hoeden

Mickey Roelse van galerie Chapeau! in Amsterdam en haar ontwerpers noemen zich hoedengekken. Ze kunnen het niet anders omschrijven. Ook hun Rotterdamse collega Alison Beauchamp, die afgelopen zondag op een hoedenmanifestatie in Het Schielandshuis aan het werk te zien was, spreekt zo over zichzelf: "Natuurlijk ben ik gek, want wie draagt die dingen nou?" De hoed: een achterhaald kledingstuk waarvan je zou willen dat het in de mode was.

Vitrine van Alison Beauchamp. T/m 25 okt. Het Schielandshuis, Korte Hoogstraat 31, Rotterdam. Di t/m za 10-17u, zo 13-17u. Tentoonstelling Hoedt u voor de hoed, overzichtstentoonstelling van hedendaagse hoeden. Galerie Artful Facilities, Paleisstraat 107 Amsterdam. Wo t/m zo 12-18u. Cat ƒ 10,-, na intekening. Galerie Chapeau!, Spuistraat 185a, Amsterdam. Di t/m za 11-17u.

Het is jammer, maar sommige kledingstukken verdwijnen in de loop van de geschiedenis van de straat naar het kostuummuseum. Net zoals dat met de wandelstok, de klomp en het vest voor heren gebeurde, overkwam dat na de oorlog de hoed. Beschermde hij in vroeger eeuwen tegen regen, kou en wind, het massale autobezit maakte dat overbodig. Voor kalende heren hebben hoeden nog een cosmetische functie, voor orthodox-protestanten op zondag een religieuze. Maar vrouwen die tegenwoordig nog een hoed dragen zijn ofwel aanstelsters ofwel koninginnen.

Hoedenliefhebbers die gretig wijzen op het gat in de ozonlaag om de bevolking weer aan de zonnehoed te krijgen, onderschatten de rol van de moderne kapper. In tegenstelling tot vrouwen in vroeger eeuwen, die hun haren meestal strak naar achteren tegen het hoofd trokken, stellen wij prijs op een wilde en volumineuze haardos. Die vaak met veel geld en moeite verkregen schijn van harenrijkdom laten we niet zomaar meer pletten door een strohoed.

Des te verbazender is het dat er in Nederland de afgelopen jaren een ware revival van het hoedenontwerpersvak aan de gang lijkt. Hoewel de materialen - de haarvilten cloches bij voorbeeld waaruit een vilten hoed wordt gestoomd - nauwelijks meer leverbaar zijn, werpt de ene na de andere kunstacademiestudent en modeontwerper zich op als hedendaagse modist (hoedenmaker). Dat ondervond Mickey Roelse. Zij richtte in 1990 de Amsterdamse galerie 'Chapeau!' op. Eigenlijk omdat ze een plek wilde hebben om haar eigen hoeden te verkopen, maar al gauw liep het zo storm met hoedenmakers die wilden exposeren dat het daar nooit meer van gekomen is. "Er zijn meer ontwerpers dan kopers", verzucht ze, maar ze hoopt dat de kopers zullen volgen. Tot en met 5 juli is er in galerie Artful Facilities - die over meer ruimte beschikte - een inspirerende overzichtstentoonstelling met 300 hoeden van bijna veertig ontwerpers uit haar kaartenbak.

Rijp en groen hangt door elkaar op manshoge stalen hoedenstandaards. Technisch perfect uitgevoerde ontwerpen van bekende namen als Mirjam Nuver en Marianne Jongkind, maar ook originele exemplaren van minder bekende hoedenmakers als Sabine König en Sabine Straub. Beiden werken vooral met vilt en suède, en hun hoeden lijken op de middeleeuwen geïnspireerd. Königs hoeden zijn helder van vorm en hebben een eenvoudige maar humoristische belijning, zoals haar zwarte puntmuts met naar beneden hangende punt, die in feite geen puntmuts is maar een stevige hoed. De rode pompoen is ook geen pompoen maar een opgevulde schijf van stof. Straub, wier afwerking soms wat te wensen overlaat, versiert haar compacte hoeden met ingenieuze, regelmatige plooisels.

Tussen alle theatrale en soms wat al te nadrukkelijk als kunst gepresenteerde hoeden vielen verder de architectonische, stoffen exemplaren van Ineke Siersema op. Van geijkte modellen als de baret maakt zij een intrigerende optische puzzel. Dat doet ze door het basispatroon op te delen in gelijke patroondelen. Die legt ze zo uit dat de uiteindelijke hoed getooid wordt met punten en hoeken die op verschillende manieren moeten worden neergeklapt om weer een uiterlijke gelijkenis met de baret te verkrijgen. In de catalogus bij de tentoonstelling worden de baretten vergeleken met origami-beestjes: ze zien er doodsimpel uit, maar hoe steken ze in elkaar?

Mickey Roelse en haar ontwerpers noemen zich hoedengekken. Het is een soort verslaving: ze kunnen het niet anders omschrijven. Ook hun Rotterdamse collega Alison Beauchamp spreekt zo over zichzelf: "Natuurlijk ben ik gek, want wie draagt die dingen nou?" Met haar werk is in het Schielandshuis tot en met 25 oktober een vitrine ingericht. Afgelopen zondag gaf Beauchamp in het museum, omringd door plaatselijke sieraden-, brillen- en haarkunstenaars, uitleg en een demonstratie van haar vak. Beauchamp maakt hoeden sinds 1986 en levert ze aan detailhandelaren.

Om zichzelf te inspireren ontwerpt Beauchamp elk seizoen een serie 'funhoeden', zoals ze ze zelf noemt. De meest recente is de serie koninklijke hoeden, die in Rotterdam staat opgesteld onder een portret van de Britse koningin-moeder, uiteraard met hoed. Het model 'The queen at the opera' is gemaakt van zwart vilt met een royale witveren rand. Op de ronde bol is een platte rechtopstaande rand gestoomd, waaruit ze een kroontje knipte. Een rij ingestoken parels geeft de finishing "royal touch'.

Een van Beauchamps meest succesvolle ontwerpen is de multifunctionele 'flapper'. Deze slappe hoed zonder bovenkant bestaat uit aan elkaar gestikt ripsband, en is op talloze manieren te vervormen. Voor de winter is er een broertje van vilt. Hij bestaat uit een standaard bol-met-rand, die is opengeknipt om het ripslint tussen bol en rand te stikken, in plaats van als garnering er bovenop. Door dat slappe tussenstuk kan ook deze hoed hoog, laag, recht, scheef, netjes, brutaal enzovoorts worden opgezet.

De hoeden van Beauchamp hebben met de in Amsterdam geëxposeerde ontwerpen een ding gemeen. Het zijn geen van allen standaardhoeden: ze zijn ironisch bedoeld. En hiermee verraden de makers toch ook een beetje hun eigen ongemakkelijke gevoelens. Er wordt gespot met de liefde voor de hoed, dat achterhaalde kledingstuk waarvan je zou willen dat het in de mode was. Want dan kon je het niet alleen kopen, maar ook nog dragen.