Het schieten van afstand is een ware kunst

GOTHENBURG, 18 JUNI. In een tijd dat gegroepeerd verdedigen tot een kunst is verheven, wordt het afstandsschot automatisch een van de belangrijkste wapens van elk elftal. Niet voor niets had Johan Cruijff er drie jaar geleden alles voor over om Ronald Koeman naar Barcelona te halen. Volgens de voetbalgoeroe was er op dat moment in dit opzicht geen betere speler in de wereld. De meester van het afstandsschot heeft inmiddels uitgerekend in Nederland concurrentie gekregen. Want ook Wim Jonk van Ajax bewees het afgelopen seizoen een feilloos schot in de benen te hebben.

Schieten van afstand is een kunst apart. De bal moet eerder zuiver dan hard worden geplaatst. De doelman heeft langer de tijd om de goede hoek te kiezen. De houding van het lichaam bepaalt of de bal naar een goede hoogte klimt. Als de romp te veel naar achteren helt, gaat het speeltuig vrijwel zeker over het doel. Er zijn spelers die het nooit leren. Al verdienen ze miljoenen en beoefenen ze al jarenlang het vak van voetbalprof.

Bryan Roy en John van 't Schip hebben een aardige voorzet in de benen, maar een bal van afstand recht op doel fladdert bij hen meestal naast. Trouwens, wie een training van het Nederlands elftal bezoekt ziet daar de miljonairs tachtig procent van de ballen alle richtingen opknallen, behalve de goede. Er is enige aanleg voor nodig om van afstand te kunnen schieten, maar voor de rest blijkt het toch vooral een kwestie te zijn van eindeloos oefenen.

Wim Jonk raakte als kleine jongen geboeid door vrije trappenspecialist Michel Platini. “Ik heb weleens op tv gezien hoe hij in zijn tuin uren en uren tegen een muurtje stond te schieten. Op een gegeven moment gaat die bal naar de plek waar je hem wilt hebben. Ik heb zelf bij mijn oude club Volendam vaker op het schieten en passen geoefend dan nu bij Ajax.”

“Ik liet me adviseren door de toenmalige assistent-trainer Gerrie Mühren. Hij had vroeger bij Ajax ook een geweldige traptechniek. Gerrit wees me op vele zaken. Zoals positionele aspecten. Hij heeft me ook gestimuleerd om weg te gaan bij Volendam. Gerrit is steeds in mij blijven geloven. Het komend seizoen wil ik op de training meer aandacht gaan besteden aan het schieten. Af en toe een half uurtje of zo. Het afstandsschot wordt steeds belangrijker. Vooral als je bij Ajax speelt krijg je te maken met elftallen die een muur van verdedigers opstellen.”

Ronald Koeman begon met schieten op de zondagen dat zijn vader Martin bij GVAV betaald voetbal speelde. “Ik stond dan met mijn broer Erwin op een veldje naast het Oosterpark-stadion te knallen. Ik merkte bij de jeugd al dat ik aanleg had om goed te schieten. Dat heb ik uitgebouwd door intensief te oefenen. Nog steeds sta ik bij Barcelona vrijwel na elke training 20 tot 25 minuten van een afstand te schieten. De kunst is dat je de bal met de volle wreef raakt. Met de binnenkant voet mist het leer snelheid en scherpte.”

Wim Jonk doet in tegenstelling tot Ronald Koeman ook aan krachttraining om zijn schot te verbeteren. “Het gaat om de timing. Hoe en wanneer je de bal raakt. Het is inderdaad niet belangrijk dat je hard kunt schieten. Maar je schot of pass wordt toch stabieler als je je bovenbeenspieren wat meer ontwikkelt. Ik ben typisch een speler die dat hard nodig heeft. Daarom werk ik veel met gewichten. Ronald hoeft dat misschien niet te doen. Hij heeft van nature al veel kracht in de benen.”

De ster van Barcelona kan dat beamen. “Toch hoef je niet stevig te zijn gebouwd om dit goed te kunnen”, vindt Koeman. “Kijk naar een speler als Hässler bij de Duitsers. Dat is toch eigenlijk maar een klein mannetje. En John van 't Schip is ook tenger. Hij heeft geen geweldig schot, maar wel een goede voorzet. In veel gevallen probeer ik trouwens liever niet hard te schieten. Bij een vrije trap kijk je hoe de muur zich opstelt. In de Europa-Cupfinale zag ik de keeper van Sampdoria ook nog in de verkeerde hoek staan. Maar je weet nooit hoe het uitpakt. Zo'n muur staat aanvankelijk op negen meter, maar als je eenmaal bij de bal bent is dat al lang niet meer zo.”

Jonk kan een "geniepig' schot van afstand lossen, dat op kniehoogte onhoudbaar langs de paal zeilt. Ronald Koeman is meer een "lanceerinrichting'. De ballen die van zijn voet komen zijn projectielen die als granaten inslaan. De passing van beiden oogt even zuiver. Koeman over Jonk: “Wim is een speler die weinig loopt met de bal. Hij durft risico te leggen in zijn passing. Dat is voor dit specialisme erg belangrijk. Hij kan het spel naar zijn hand zetten door z'n directe manier van spelen.” Jonk over Koeman: “Ronald heeft een enorme vaste trap in de benen. Hij kan een pass geven over veertig, vijftig meter zonder veel kracht te gebruiken. Ik moet harder trappen. Je moet maar eens opletten, bij Ronald ligt de bal altijd precies onder zijn lichaam als hij schiet. Ik heb een aanloopje nodig van een of twee meter. Ik moet het meer hebben van gerichte schoten dan hij. Een andere speler moet nadenken bij elke pass, Ronald geeft ze intuïtief.”

Platini en Maradona waren kunstenaars op het gebied van vrije trappen voor het doel. Zij wisten de ballen zo om de spelersmuur heen te krullen dat de doelman, die over het algemeen wist waar de bal ongeveer terecht zou komen, toch kansloos was. In het huidige internationale voetbal wordt het benutten van deze zogenaamde "dode momenten' steeds belangrijker. Het sterk verdedigende spel laat maar weinig ruimte voor uitgespeelde kansen. Spelers met een linkerbeen nemen de vrije schoppen meestal rechts van het zestienmeter gebied en voetballers die rechts schieten links. Jonk: “Bij Ajax zijn Michel Kreek en Frank de Boer in staat om een aardige vrije trap te nemen. Maar zoals Platini het vroeger deed, dat zie je toch niet meer.”

Nederland is niet uniek met kanonnen als Jonk en Koeman. De Duitsers, Oranje's tegenstanders van vanavond, hebben ook altijd een voorliefde gehad voor het afstandsschot. Dat is bij het EK goed te zien. Hässler en Effenberg scoorden met schoten van buiten het strafschopgebied en Möller en andermaal Hässler raakten tegen Schotland de paal. Jonk: “Het nationale elftal van Duitsland had vroeger in Littbarski een specialist. Matthäus legt de bal vaak breed, maar hij kan natuurlijk goed schieten door zijn kracht. Brehme kan het ook. Hässler schiet meer op techniek. Het doelpunt dat hij maakte tegen het GOS was van grote klasse. Die bal ging stijf in de kruising.”

Foto: De afstandsschoten van Ronald Koeman zijn "projectielen die als granaten inslaan'. (Foto Michael Kooren)