Het raadsel van het verdwenen lijk

In Utrecht hebben kinderen, geholpen door kinderboekenschrijvers, moderne volksverhalen geschreven. Volgend jaar kan elke school zijn eigen verhalenboek samenstellen.

Door de straten van Utrecht zwerft een lange sliert kinderen. Ze fluisteren, niemand hoeft te weten dat ze op zoek zijn naar het verdwenen lijk van Koenraad van Everdingen, in leven notaris te Culemborg. Waar zou het kunnen zijn? In het oude koetshuis? Of had Kobus de lijkbezorger gelijk en ligt het in de Domkerk?

De hoogste groepen van zes Utrechtse basisscholen hebben een spannende winter achter de rug. Het begon ermee dat ze in en rond de Domkerk op zoek gingen naar het lijk dat Kobus was kwijtgeraakt op de dag van dat vreselijke noodweer, zo vreselijk dat de vissen in de Oudegracht een schuilplaats zochten onder de Stadhuisbrug. Een paar weken later kwam op hun school een heuse kinderboekenschrijver, aan wie ze mochten vragen wat hij van hun idee voor een geheimzinnig verhaal vond. Want na de rondleiding hadden ze hun ogen goed de kost gegeven, om erachter te komen of in de buurt soms vreemde dikke bomen stonden, enge tuinhuisjes of bruggen met dertien bogen. Sinds kort ligt Het verdwenen lijk, zeven deels door de kinderen zelf en deels door de kinderboekenschrijvers geschreven volksverhalen, in boekwinkels in heel Nederland.

Tegelijk is Het verdwenen lijk een door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur gemaakt lespakket dat volgend schooljaar voor alle basisscholen in Nederland, maar ook voor het voortgezet onderwijs beschikbaar is. Achterliggende gedachte is dat kinderen veel kunnen leren van het schrijven van volksverhalen, en dat ze dat wel eens leuker en spannender zouden kunnen vinden dan opstellen schrijven. ""We willen ze leren hoe je zo'n verhaal verzint, op welke manier je de spanning opbouwt en hoe je het daarna aan een groter publiek vertelt'', zegt directeur Ineke Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur.

In eerste instantie ging het om een "proefproject', want het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, expert op vrijwel alle gebieden van het dagelijks leven vroeger en nu, had zoiets nog niet eerder bij de hand gehad. Men zocht contact met het Instituut Kunstzinnige Vorming Utrecht en samen werd besloten een professionele verteller, Victor Frederik, te vragen de rondleiding in en rond de Domkerk te verzorgen. Ook werd een handleiding voor de onderwijzers op papier gezet. Zij werden gewaarschuwd dat de rondleiding ""behoorlijk gruwelijk'' zou worden en kregen tips voor het leren maken van volksverhalen. Volksverhalen moeten emoties oproepen, de schrijver moet in staat zijn te associëren en ""vanuit de gang drong het getik van een stok op de plavuizen tot ons door'' is beter dan ""het was eng''.

Kettingzaag

Het resultaat van het "proefproject' was verbluffend. De onderwijzers hadden hun leerlingen zelden zo enthousiast een verhaal zien schrijven. Niet één, maar wel drie of vier kantjes schreven ze vol met avonturen die nog wel wat bloedstollender waren dan die van Kobus de lijkbezorger. Soms werd al in de eerste zin de kettingzaag ter hand genomen om hoofden van rompen te scheiden. Uit 162 inzendingen kozen Koos Meinderts en Henk Figee, de twee kinderboekenschrijvers, de verhalen die nu in Het verdwenen lijk zijn gepubliceerd.

Alle verhalen gaan uit van een bestaande locatie in Utrecht - een zwembad, buurthuis De Tol, een poort in het Wilhelminapark. In het verhaal van Sophie Tjebbes duwt een zekere Klaas ""het oude verroeste tuinhekje'' van het enge huis bij het Centraal Station open. ""Opeens klepperde de voordeur. Klaas stond stokstijf stil. De deur deed een hele tijd niks. Na een poosje zette Klaas een heel klein stapje, nog een stapje en nog één. Er gebeurde niks. Klaas deed voorzichtig de deur open... een grote donkere gang zag hij voor zich. Opeens kraakte de trap.'' Klaas ontdekt een vampier en waarschuwt de politie. Ook die staan stijf van schrik, maar de jonge held is inmiddels wat gewend. ""Sta daar niet zo stom. Ga liever met mij mee om het meisje te helpen.'' De volgende dag stond alles in de kranten en ""geloofde de meester eindelijk dat het waar was wat Klaas altijd verteld had en werd ook niet boos dat Klaas zijn proefwerk niet af had.''

In Het verdwenen lijk staan behalve de verhalen van de kinderen ook de bewerkingen ervan door Koos Meinderts en Henk Figee. Want ook dat is een doel van Het verdwenen lijk: laten zien dat de fantasieën van kinderen ook volwassenen wat te vertellen hebben, als ze tenminste de moeite nemen er naar te luisteren. ""Als dank aan de kinderen'', aldus Koos Meinderts, spelen zij zelf de hoofdrol in de bewerkingen. In plaats van Klaas heeft in het verhaal van Henk Figee de klas nu als ""echte beroemdheid'' Sophie Tjebbes.

Het lespakket is vanaf september verkrijgbaar en bevat behalve het boek met de moderne volkverhalen van de Utrechtse scholen een handleiding voor de onderwijzer, een handleiding voor de kinderen en een boek met daarin maar één verhaal, dat van Kobus de lijkbezorger. In dat boek kunnen de kinderen hun eigen verhaal schrijven, waardoor een door de klas zelf geschreven verhalenboek ontstaat. Afhankelijk van de subsidie zal de prijs tussen de zestig en vijfenzeventig gulden liggen.

Informatie: Nederlands Centrum voor Volkscultuur, Lucasbolwerk 11, 3512 EH Utrecht (030-319997)