Het probleem Kaland

Het is nog maar tien jaar geleden dat de fractievoorzitter van de VVD in de Senaat, Zoutendijk, verzuchtte dat wie wat geheim wil houden het in de Eerste Kamer moet vertellen. Tegenwoordig is het eerder andersom. Wie de luwte zoekt, moet naar de Tweede Kamer. Wie meer belangstelling heeft voor het politieke vuurwerk moet naar de overzijde van het Binnenhof waar de Eerste Kamer is gevestigd. Pas daar hebben ministers het echt moeilijk.

Zo is althans de beeldvorming. En inderdaad, het oogt vaak spannend. Staatssecretaris Wallage moest vechten voor zijn basisvorming, staatssecretaris Simons voor zijn basisverzekering voor de gezondheidszorg en staatssecretaris Van Amelsvoort voor zijn voorstel om het huurwaardeforfait te verhogen. "Eerste Kamer ligt dwars', hoe vaak is die krantekop de afgelopen jaren niet verschenen? Maar hoe is nu de werkelijkheid? Die is er toch één van weliswaar sputterende en een enkele keer ook wel heftig protesterende senatoren, die uiteindelijk echter toch altijd "alles afwegende' en immer met veel pijn in het hart en niet zonder te zeggen dat het echt de laatste keer was, alsnog instemmen met een wetsvoorstel van de regering. De slotconclusie van een turbulent Eerste Kamerdebat is dan ook vaak dat niet de ministers het moeilijk hebben, maar de parlementariërs. Want zij zijn het toch die in de meeste gevallen door de knieën, de bocht, de pomp dan wel het stof zijn gegaan. Als Shakespeare ergens op van toepassing is, dan zijn het wel de "dolle dinsdag'-bijeenkomsten van de Eerste Kamer: Much ado about nothing.

Dat was ook een beetje de toon toen de Eerste Kamer dinsdag over zichzelf sprak. Het is een vertrouwd onderwerp voor de senatoren. Vorig jaar gebeurde dat nog buiten de vergaderzaal ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan, maar dit keer in de Eerste Kamer zèlf als echt agendapunt. Maar waarom eigenlijk? Het bekendste Eerste Kamerlid van het land, CDA-fractievoorzitter Kaland, had geen behoefte aan een debat over de positie en taakopvatting van de Eerste Kamer, de GPV'er Veling zei niet zoveel te verwachten van het debat en de VVD'er Luteijn nam met enige aarzeling deel aan het debat. Het was dan ook vooral stoom afblazen voor de PvdA, de partij die sinds eind 1989 in de Eerste Kamer steeds in de persoon van Kaland telkens het èchte CDA tegenkomt.

Mochten er nog socialisten zijn die met hooggestemde idealen de coalitie met het CDA zijn aangegaan, laat ze luisteren naar Kaland. “De mens is nu eenmaal niet maakbaar, die is zoals hij is. En ook de samenleving is niet maakbaar. En dus zullen we er mee moeten leren leven dat er mensen zijn die ondanks alle mogelijkheden aan de onderkant blijven hangen om welke redenen dan ook. We mogen daar niet in berusten, maar denk maar niet dat het altijd lukt er iets aan te doen”, zei hij vorige maand in een vraaggesprek met deze krant. Het CDA-denken had niet beter verwoord kunnen worden.

Maar waar christen-democraten in de Tweede Kamer gebonden zijn aan het regeerakkoord dat toch ook enkele snoepjes voor de PvdA bevat, zijn de CDA-senatoren dat niet. Dat wil zeggen, zij achten zich niet gebonden. Kaland staat op het standpunt dat hij als "onafhankelijk' Kamerlid dat niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van het regeerakkoord, slechts wegens zijn partijlidmaatschap van het CDA een “zekere” binding heeft met het kabinet maar geen “absolute”. Wat die benadering inhoudt, weet inmiddels iedereen.

Volgens de fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer, Schinck, is de Senaat sinds de start van het huidige kabinet geconfronteerd met een fractie die het beeld van de Eerste Kamer ingrijpend heeft gewijzigd door de weg van de politisering in te slaan. Hij bracht het alsof het een noviteit betrof, maar in wezen speelt dit punt al sinds het bestaan van de Eerste Kamer. “Wanneer de electorale grondslag van de Eerste Kamer in wezen steeds meer dezelfde wordt als die der Tweede zal de tendentie ontstaan dat zij haar functie op soortgelijke wijze opvat”, stond reeds in de vooroorlogse staatsrechtboeken te lezen. Anders gezegd: er is op dit moment niet zozeer een probleem dat Eerste Kamer heet, maar een probleem dat Kaland heet. Temeer daar er in de politiek weinig behoefte meer bestaat om de positie van de Eerste Kamer echt ingrijpend te veranderen, want dat zou natuurlijk de enige manier zijn om van al het "gedonder' af te zijn.

Het terugzendrecht is één van de mogelijke oplossingen die wordt genoemd om de positie van de senatoren te verduidelijken. Waar zij nu geen andere keus hebben dan het aannemen danwel het verwerpen van een wetsvoorstel, zou met het terugzendrecht een tussenweg worden bewandeld. De Eerste Kamer vraagt de collega's van de Tweede Kamer een wetsvoorstel nog eens nader te bekijken aan de hand van de door de senatoren geleverde kritiek. Het zou een einde kunnen maken aan de paradoxale situatie dat de part time-politici die Eerste Kamerleden nu eenmaal zijn, weliswaar over veel gespecialiseerde kennis en ervaring beschikken, maar deze niet in de praktijk kunnen brengen, omdat zij niet over het amendementsrecht beschikken. De prijs die zij daarvoor moeten betalen is het inleveren van het vetorecht. Want als de Tweede Kamer eenmaal een wetsvoorstel opnieuw heeft bezien, zou de Eerste Kamer niet alsnog tot verwerping kunnen overgaan.

Het gaat dus om wat voorrang moet hebben: een Kamer die zich concentreert op doelmatigheid en uitvoerbaarheid van de wetgeving of een Kamer die uiteindelijk als volwaardig politiek lichaam kan opereren door wetsvoorstellen te verwerpen. Wat er ook van Eerste Kamerleden kan worden gezegd; het blijven politici. En om een gezegde van Van Mierlo te gebruiken: je kan een hond niet verbieden biefstuk te eten. Aangezien de Eerste Kamer zelf betrokken is bij de samenstelling van het menu (bij wezenlijke veranderingen van het functioneren moet de Grondwet worden veranderd en is een tweederde meerderheid van beide Kamers nodig) zal er dus maar weinig veranderen. Voor de PvdA is er slechts één troost. Kaland is aan zijn laatste termijn bezig.