Gentherapie voor onbereikbare tumoren van start

Neurochirurgen van de Amerikaanse National Institutes of Health hebben toestemming gekregen om een nieuwe vorm van gentherapie uit te proberen in de hoop op genezing van bepaalde hersentumoren die in het brein voortwoekeren buiten het bereik van scalpel of laserstraal.

Anderhalf jaar geleden lanceerde Kenneth Culver van het National Cancer Institute in de VS wat hij zelf een wild idee noemde. Het gaat om een vorm van "moleculaire chirurgie'. Hij stelde voor om eerst bepaalde virusgenen in voor operaties onbereikbare hersentumorcellen terecht te laten komen. Door het virusgen worden de cellen gevoelig voor het antivirale middel ganciclovir, dat daarna gebruikt kan worden om de tumorcellen met het virusgen op te sporen en te vernietigen. Dierproeven (Science, 12 juni) zijn gunstig uitgevallen. Dit najaar wordt de methode toegepast bij drie patiënten die minder dan drie maanden te leven hebben.

Tot nog toe werd gentherapie bij de mens alleen toegepast door bijvoorbeeld zieke bloed- of beenmergcellen uit het lichaam van de patiënt te halen om ze na laboratoriumbehandeling met het nieuwe, gezonde gen weer in het lichaam terug te brengen. Bij hersencellen is deze aanpak echter niet mogelijk. De onderzoekers willen het benodigde virusgen "verpakken' in muizecellen die daarna in de hersenentumor worden ingespoten.

In de muizecellen wordt een retrovirus ingebracht als vector ("voertuig') voor een gen van een ander virus (herpex simplex) omdat dat codeert voor een bepaald enzym (thymidine kinase), dat cellen zeer gevoelig maakt voor ganciclovir. Na injectie van de muizecellen in de hersentumor komt de moleculaire machinerie op gang. Het retrovirus vermenigvuldigt zich en dringt de omringende tumorcellen binnen. Al deze tumorcellen gaan, eenmaal met het retrovirus besmet, het enzym thymidine kinase produceren. Dat enzym zet het antivirusmiddel ganciclovir om in een voor cellen dodelijke vorm.

Bij de methode moet wel worden aangetekend dat het risico bestaat, dat andere virussen voor een secundaire infectie van niet-kankercellen zouden kunnen zorgen. Daarom moet met zeer zuivere cellijnen worden gewerkt. Ook wordt gevreesd dat het retrovirus in niet-kankercellen zou kunnen doordringen, bijvoorbeeld in de darmwand, in beenmerg of thymus (zwezerik). Uit proeven met ratten en apen is daarvan nog niets gebleken.