Exact en sekse

Geert van Dam e.a., Onderwijs en Sekse. Een uitgave van DCE/STEO, te bestellen bij distributiecentrum DOP, Postbus 11594, 2502 AN Den Haag. ƒ 35,-

Moet je een jongen zijn om hoge cijfers voor de exacte vakken te halen? Of zouden meisjes even hoge cijfers halen als natuurkunde minder op de mannelijke belevingswereld was afgestemd?

Het antwoord op deze vragen valt (nog) niet te geven. Vergelijkend onderzoek in 26 landen leert dat meisjes overal minder goede resultaten voor de exacte vakken halen dan jongens. In Nederland scoren jongens bij wiskunde A ongeveer een kwart punt en bij wiskunde B een half punt hoger dan meisjes. Maar dat zegt niet veel zolang niet systematisch is bekeken of de manier waarop deze vakken worden gedoceerd de cijfers beïnvloedt. Pas sinds kort is hier aandacht voor, onder meer op het Coornhert Lyceum in Haarlem.

Op deze school wordt geëxperimenteerd met gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes in de exacte vakken. Zo wordt geprobeerd meer meisjes te laten kiezen voor natuur-, schei- en wiskunde. In een gemengde klas besteden leraren in de exacte vakken, of ze nu man of vrouw zijn, meer aandacht aan jongens dan aan meisjes en spreken ze hen ook meer op hun prestaties aan.

De vraag waarom meisjes (en jongens) wel of niet exacte vakken in hun pakket opnemen en al dan niet kiezen voor een verdere opleiding in de exacte vakken of de techniek is de laatste tien jaar onderwerp van veel onderzoek geweest. Uit het onlangs gepubliceerde trendrapport van de Stimuleringsgroep Emancipatie-onderzoek (STEO), Onderwijs en Sekse, blijkt dat al dit onderzoek nog niet heeft geleid tot veel meer belangstelling voor de exacte vakken. Een maatregel als de campagne Kies Exact was niet gebaseerd op de resultaten van onderzoek en van te korte adem (drie jaar) om de gewenste resultaten te halen. Tot nu toe heeft alleen de nieuwe indeling van de wiskunde in wiskunde A en B geleid tot meer keuzes voor wiskunde.

Het belang van meer belangstelling voor de exacte vakken wordt door de auteurs van Onderwijs en Sekse pragmatisch verantwoord: de keuze van exacte vakken verbetert de arbeidsmarktpositie van leerlingen. De vraag naar mensen met een exacte of technische opleiding stijgt nog steeds. De prognoses voor Nederland, maar ook voor landen als Duitsland en Engeland voorzien grote tekorten aan natuurwetenschappers en technici.

Meer jongens, maar vooral meer meisjes zouden derhalve moeten kiezen voor een exacte opleiding. Meisjes wordt het daarbij niet gemakkelijk gemaakt, zo leert het STEO-rapport. De inhoud van het onderwijs is vaak op de mannelijke belevingswereld afgestemd en leraren (maar ook ouders) vinden exacte vakken nog steeds meer iets voor jongens dan voor meisjes. Op scholen waar de aandacht voor prestaties en ontplooiing van de leerlingen evenwichtig is verdeeld kiezen meer meisjes (en jongens) voor exacte vakken dan op scholen waar het accent op één van beide ligt. Maar de keuze wordt toch vooral beïnvloed door de ouders en - in mindere mate - door het beeld dat vak en opleiding oproepen.

Het lijkt soms wel of technische universiteiten van dat laatste niet op de hoogte zijn. Zij laten geen gelegenheid voorbijgaan om te onderstrepen dat hun opleidingen moeilijk zijn, de voorlichting staat bol van technisch vertoon. De technische universiteiten beschikken over het grootste deel van de studenten die hoge examencijfers (8 of meer) hebben gehaald. Maar de trots waarmee er regelmatig op wordt gewezen dat ook zij het vaak niet redden (volgens visitatiecommissies laat de programmering van menige opleiding veel te wensen over) doet vermoeden dat alle acties om meer meisjes techniek te laten kiezen vooralsnog water naar de zee dragen is.