Echte en namaak "evergreens' op expositie; Bonn opent kunsthal en museum nabij Bondsdag

Kunstmuseum Bonn, Friedrich-Ebert Allee 2 (U-Bahn: Neussallee). Open di t/m zo 10-19u. Tentoonstelling: Duitse kunst uit de verzameling Hans Grothe (tot september). Kunst- und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland (zelfde adres). Open di t/m zo 10-19u. Tentoonstellingen: Territorium Artis en Pantheon der Photographie im 20. Jahrhundert, t/m 20 sept.; Niki de Saint Phalle, t/m 30 okt.; Erdsicht: Global Change en Gustav Peichl, t/m 14 febr. "93. Bij alle tentoonstellingen afzonderlijke catalogi. Bonn krijgt er deze week twee nieuwe, grote kunstinstellingen bij: een kunsthal en een museum. Ze staan vlak bij het parlementsgebouw, dat binnenkort zijn functie aan Berlijn moet overdragen.

BONN, 18 JUNI. Met de officiële opening van het nieuwe Kunstmuseum en de Kunst- und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland in Bonn bereikte de Duitse museum-boom deze week een nieuw hoogtepunt. Wanneer in 1994 het Haus der Geschichte der Bundesrepublik Deutschland zijn deuren opent, zal de Bonner Museumsmeile, waarin ook bestaande musea zijn opgenomen, zijn voltooid.

Bij het besluit tot nieuwbouw werd in 1984 bewust gekozen voor een plaats buiten het centrum van de stad in de buurt van de Bondsdag, het politieke hoofdkwartier. Wat toen niet was te voorzien, gebeurde: het regeringscentrum wordt naar Berlijn verplaatst. Ook al benadrukte burgemeester Daniels op de persconferentie dat Bonn naast Berlijn een politieke functie blijft houden, toch komt deze grootschalige nieuwbouw hierdoor in een ander daglicht te staan.

Het Kunstmuseum en de Kunsthalle liggen naast elkaar en hebben beide een vierkant grondoppervlak van circa 95 x 95 meter. De bouwkosten bedroegen respectievelijk 100 en 128 miljoen DM. Buiten springen vooral de drie spitse lichtblauwe torens in het oog die het gesloten bouwblok van de Kunsthalle (architect: Gustav Peichl) bekronen. Voor de façade aan de straatzijde en het plein tussen de gebouwen zijn zestien roestbruine pylonen opgesteld die de Duitse Länder symboliseren.

Terwijl de ingang van de Kunsthalle nogal klein is in verhouding tot de totale wand, suggereert het Kunstmuseum van de Berlijnse architect Axel Schultes aan de overkant van het plein juist openheid. Via een overdekte buitenruimte betreedt de bezoeker het museum. Tot verdriet van Schultes kwam de "dialoog' tussen beide gebouwen - en de beeldentuin - niet tot stand. De Kunsthalle isoleert zich op zijn eigen terrein en de beelden vindt men nu op het dak van de Kunsthalle, dat vanaf het plein met een smalle stenen trap bereikbaar is. Hier staan rondom de lichtblauwe kegels van metaal en glas de felgekleurde Nana's en andere wezens van Niki de Saint Phalle, die in de Kunsthalle een overzichtstentoonstelling heeft. De daktuin, die gedeeltelijk bedekt is met gras en struiken, heeft iets van een onwerkelijk maanlandschap.

De Weense ontwerper van de Kunsthalle, architect (en politiek tekenaar) Gustav Peichl, beschouwt de torens niet als postmoderne spielerei, maar als functioneel. Hierdoor valt licht naar binnen in de tentoonstellingsruimten (totaal opp. 5600 vierkante meter), die zich over twee verdiepingen uitstrekken. Beneden blijkt deze oplossing echter bepaald niet praktisch: de torens worden ondersteund door een kring van zuilen die in een expositieruimte een lastige sta-in-de-weg kunnen zijn.

De Bundeskunsthalle beschikt naast flexibele tentoonstellingsruimten over een auditorium met vijfhonderd zitplaatsen. De ambitie om een ontmoetingsplaats te worden van kunst, wetenschap en politiek spreekt duidelijk uit de vijf openingsexposities die onder leiding van de intendant Pontus Hulten tot stand kwamen. Behalve tentoonstellingen over Peichl en De Saint Phalle, is er een tentoonstelling met hoogtepunten uit de fotografie van de twintigste eeuw. Erdsicht, Global Change toont met satellietbeelden en kunstwerken aan hoe de aarde aan een explosieve bevolkingsgroei en andere ecologische rampen ten onder dreigt te gaan.

Hulten, een ervaren museumman met een indrukwekkende staat van dienst - hij was achtereenvolgens directeur van het Moderna Museet in Stockholm, het Centre Pompidou, het Museum of Contemporary Art in Los Angeles en het Palazzo Grassi in Venetië - tekende zelf voor de expositie Territorium Artis, een panorama van werken die de beeldende kunst in de twintigste eeuw grondig veranderden.

Al voor je de tentoonstelling gezien hebt weet je voor tachtig procent wat er hangt en staat. Evergreens van Malevitsj, Mondriaan, Brancusi, Newman, Rodin, Long, Pollock... en natuurlijk de bekende replica's van het fietswiel, het urinoir en het Grote Glas van Duchamp. Zelfs zijn schilderij Nu descendant un escalier uit 1912 hangt er, tussen de Demoiselles d'Avignon van Picasso en La Musique van Matisse. Maar helaas, het zijn originele fakes van een Franse kunstenaar. In combinatie met schilderijen van de Duitsers Sigmar Polke en Gerhard Richter die ook spelen met vragen over echt / vals, reproduktie / origineel levert het een interessante confrontatie op. Wat is de zin van dit soort exposities? Waarom niet rustig thuis een coffee-table book met kleurenreprodukties bekeken?

Ondanks de verrassingen die Territorium Artis zelfs voor de doorgewinterde museumbezoeker in petto heeft, overviel mij toch een grote somberheid, die het humoristische, strijdbare werk van Niki de Saint Phalle maar nauwelijks kon wegnemen. Vroeger waren de exposities van Hulten provocerend en baanbrekend, bijvoorbeeld de gigantische Nana van Niki die via haar "publieke opening' toegankelijk was (Stockholm 1966) en de serie Paris-Moscou, Paris-New York in de jaren zeventig in Parijs. Van dat vernieuwende elan is bij Hulten en bij een groot deel van de kunstwereld, weinig meer te bespeuren. Voorspelbaarheid en art for the millions typeren de meeste hedendaagse projecten.

Terwijl de Kunsthalle met zijn wisselende, internationaal georiënteerde tentoonstellingen mikt op een massapubliek, stond bij de bouw van het Bonner Kunstmuseum de vaste collectie, bestaande uit Duitse kunst, centraal. Belangrijke onderdelen in deze verzameling die na 1945 bijeen werd gebracht, zijn de zogenaamde Rheinischen Expressionisten (August Macke, Heinrich Campendonk), een relatief grote groep werken op papier (Max Ernst, Wols), videobanden en hedendaagse beeldende kunst (Beuys, Baselitz, Richter, Polke). In nauwe samenwerking tussen architect Schultes en de huidige directeur van het museum, Katharina Schmidt, kreeg het museum heldere, mooi verlichte ruimten, waarin de kunstwerken goed tot hun recht komen (totaal opp. 4700 m/2).

Sinds in 1981 het museum van de Weense architect Hans Hollein in Mönchengladbach werd geopend, spoedig gevolgd door nieuwe musea in Stuttgart, Düsseldorf, Keulen en Frankfurt, woedt in Duitsland (en in Nederland, tussen Groningen en Maastricht) een heftige discussie over de vraag of museumarchitectuur zich nadrukkelijk als kunstwerk moet presenteren of zich juist uiterst terughoudend moet opstellen. Het sobere Bonner Kunstmuseum lijkt het ideaal van Baselitz te benaderen: vier wanden en bovenlicht waarin kunstwerken "op eenvoudige, volmaakte en pretentieloze wijze ongehinderd bekeken kunnen worden'.

Het is de vraag of de combinatie van dit stille museum met zijn strikt Duitse oriëntatie en de luidruchtiger, internationale Bundeskunsthalle in de toekomst voldoende aantrekkingskracht zal hebben om de bezoekers van mijlenver te doen toestromen. In vergelijking met andere museum-"oevers' en "eilanden' elders in Duitsland heeft Bonn daarvoor toch te weinig te bieden. Zelfs nu het nog hoofdstad is.

Foto: Entree van het nieuwe museum in Bonn, architect A. Schultes

De nieuwe kunsthal in Bonn, ontworpen door Gustav Peichl (foto Richard Bryant)