Duits: een vak apart

Wanneer leerlingen in veel Europese landen Duits kiezen en Nederlandse leerlingen niet, is het niet vreemd zich af te vragen waar dat aan ligt. Julia Quak-Stoilova stelt zich die vraag wel (W&O van 4 juni), maar ze geeft niet meer dan een half antwoord.

Het is waar dat de Nederlandse pers van tijd tot tijd haar anti-Duitse stemming niet kan onderdrukken. En menig conferencier doet bij gebrek aan een beter onderwerp graag een anti-Duitse duit in het zakje. Het is daarom niet verwonderlijk dat je als Nederlandse leerling Duits niet leuk mag vinden. Je zou bestraft worden met uitsluiting uit de kring van de medescholieren.

Maar er zijn meer redenen. Veel Nederlandse leerlingen hebben het hele Middellandse Zeegebied afgereisd, maar zijn nog nooit in Duitsland geweest. Ze hebben nog nooit met een Duitser in Duitsland gesproken. Dat er zoiets als een Duitse jeugd bestaat, valt buiten hun gezichtskring. Hoe de Duitse jeugd over de wereld denkt, is bij de Nederlandse scholier onbekend. Het interesseert hem eigenlijk ook niet zo erg.

Dat het aantal studenten Frans terugloopt, is niet verwonderlijk. Kijk naar de aantallen studenten, beter gezegd studentes, in Frans, Spaans en Italiaans gezamenlijk en het antwoord is gegeven. Samen blijven deze vakken populair. Zij hebben namelijk iets waar Duits niet tegen op kan en voorlopig ook niet tegen op zal kunnen: een zonnig thuisland en een romantisch imago. Spaans en Italiaans en nog wat moderne varianten ervan zijn bovendien beginstudies. Je hoeft ze in het voortgezet onderwijs niet gehad te hebben. Leuk, iets nieuws! Daarmee zijn we - naast de bij de Nederlandse jeugd aangekweekte anti-Duitse stemming - bij de tweede reden waarom leerlingen en studenten geen Duits kiezen. Een vak waar je je voor moet inspannen is bij Nederlandse leerlingen niet populair. En Duits is nu eenmaal een taal die je niet via een Sony uit de lucht plukt. Om Duits redelijk tot goed te leren spreken en schrijven, zul je je altijd in moeten spannen. Daarom is het zelfs voor de fictionele gymnasiaste Yvonne van mevrouw Quak moeilijker dan Grieks. Grieks hoef je alleen maar te vertalen. Trouwens Grieks is leuk, het heeft iets met Lesbos of Kreta te maken en daar kun je zo fijn in de zon liggen. Dat haar mede-gymnasiast Dirk-Jan niet veel met het Duits op heeft, is al helemaal niet verwonderlijk. Met zo'n naam hoor je toch niet op het gymnasium thuis. Dirk-Jan hoort te hockeyen of te tennissen.

Dat kennis van de Duitse taal brood op de plank brengt, spreekt een Nederlandse leerling(e) al helemaal niet aan. De mislukking van "Kies exact' is duidelijk genoeg geweest. Voor studiefinanciering en OV-jaarkaart zorgt de staat. Dat is niet de zorg van de leerling. En dan is er nog een probleempje. De leraar Duits (m/v) stelt nog al eens wat hogere eisen aan het eindprodukt dan zijn collega Engels of Frans. En daar wordt de Nederlandse leerling toch wel heel erg moe van.

Dat een Duitse leraar zielig zou zijn, lijkt me helemaal niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Hij of zij is zelfbewuster dan menig collega, neemt zijn/haar vak serieus en vindt dat een leerling niet beloond moet worden voor iets wat hij niet heeft gepresteerd. Daarom wordt de marktpositie van de leraar Duits steeds beter. Op de lange duur wint kwaliteit. En als zelfs zo'n tolerant persoon als De Bie het moeilijk heeft met het Duits, dan is dat toch alleen maar een teken dat Duits een bijzonder vak is, slechts weggelegd voor een gezelschap dat nog selecter is dan het publiek van De Bie. Duits, een vak apart!