Dank u wel

Gisteravond kon ik me het gezicht van meneer Pee niet herinneren.

Beukenburg vierde het jaarlijkse schaapscheerdersfeest. In verband met de wind waren ze op de patio gaan zitten en in deze beperkte ruimte gebeurde nogal veel tegelijk. Het middageten moest nog opgeruimd, er werd met stoelen en wagentjes geschoven om de bewoners in een kring te krijgen, er was een man met een accordeon (twee ogen zo blauw, twee ogen zo blauw) en daar begon ook nog eens het binnendragen der schapen.

Ik stond doodstil toen van opzij een hand in de mijne werd gelegd, de onvergetelijke zachtheid van een oude mannenhand. Meneer Pee. Ik hielp hem zijn manchet los te maken, zodat hij zijn mouw kon opstropen. “Dank u wel”, zei hij formeel.

“U bent lekker bruin”, zei ik.

“In de tropen geweest”, antwoordde hij. Vervolgens liet hij zijn kin op zijn borst zakken en begon hij met beide handen aan zijn achterhoofd te voelen. Zo zit hij de hele dag en zijn vingers maken daarbij een buitengewoon precieze indruk.

Gisteravond was ik zijn gezicht kwijt. Vanmorgen liep ik met de hond langs de Oude Rijn, slaapwandelend bijna, het was nog geen zeven uur. Bij het bruggetje stak een fuut zijn kop onder water om naar vis te kijken. Ik bleef even staan en daar verscheen de glimlach van meneer Pee, zowel innemend als beleefd; zo glimlacht een man van de wereld.