Bulgaarse hervormingen dwingen in Westen bewondering af

De aandacht gaat uit naar Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije. Bulgarije intussen werkt stilletjes maar onverdroten aan de overgang naar een vrije markteconomie. "Het best bewaarde geheim van Europa.'

SOFIA, 18 JUNI. Onbekendheid, zegt Svetoslav Gavriiski. Daar ligt het aan: niemand kent Bulgarije, we liggen in een uithoek. Svetoslav Gavriiski is onderminister van financiën, een sombere zwijgzame jongeman in een zwart pak die verloren gaat in een van de enorme zalen met lange tafels en wanden van hout in zijn ministerie. Hij is de assistent van chef-hervormer Ivan Kostov, de Leszek Balcerowicz van Bulgarije, even omstreden in eigen land als zijn inmiddels aan de kant gezette Poolse collega, even hardhandig als heelmeester ook.

“Niemand heeft weet van onze hervormingen”, zegt Gavriiski. “De aandacht gaat uit naar Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije. Bulgarije wordt met Roemenië ingeschaald in de categorie van landen waar het wat langzamer gaat.” En komen er deskundigen langs, dan zijn ze meestal verbaasd, zegt hij, over wat we hebben bereikt.

Het klopt: die verbazing is algemeen. “Het kleine Balkanwonder”, kopte de Süddeutsche Zeitung laatst boven een commentaar en de Amerikaanse onderminister Eagleburger noemde de wijze waarop Bulgarije afrekent met de erfenis van het communisme “Europa's best bewaarde geheim”. Polen is onregeerbaar, Tsjechoslowakije wordt verlamd door de Slowaakse kwestie, Hongarije wordt geplaagd door politieke ruzies, Roemenië door economische misère en politieke onzekerheid, Albanië is Derde Wereld en Joegoslavië is oorlogsgebied. Bulgarije? Bulgarije werkt in die verre uithoek van Europa stilletjes maar onverdroten verder, redelijk stabiel, redelijk gedisciplineerd, redelijk rustig, en geheel onopgemerkt door de rest van de wereld.

Het is jammer, zegt de sombere jongeman, want we hebben veel bereikt. De prijzen zijn geliberaliseerd, op die voor energie na. Ze stegen vierhonderd tot vijfhonderd procent, maar de inflatie is inmiddels onder controle, op een niveau van drie tot vier procent per maand. Zes keer is de munteenheid, de lev, gedevalueerd, maar ook die koers is nu stabiel op 22 leva per dollar.

Belangrijker, zegt Gavriiski is dat de wetten, nodig voor de politieke en economische transformatie, er nu zijn. Makkelijk ging het niet, hij wil het best toegeven. Pas in april werd de privatiseringswet aangenomen, de landverdelingswet is er ook pas net in zijn definitieve vorm, en ook de wet op buitenlandse investeringen moest worden geamendeerd voor de uiteindelijke investeerders-vriendelijke versie op tafel lag. Het is de beste wet in heel Oost-Europa, zegt Gavriiski.

Alleen: niemand weet het, en dus blijven de investeerders weg. Bulgarije heeft, de trots van Svetoslav Gavriiski ten spijt, veel tijd verloren. Na de omwenteling van 1989 regeerden de tot socialisten omgedoopte communisten nog een jaar lang, een jaar waarin ze trachtten te redden wat er te redden viel en wetten door het parlement loodsten die later moesten worden aangepast. Vervolgens ging een jaar verloren met het halfslachtige bewind van Dimitar Popov, een rechter, en een tamelijk corrupte rechter bovendien. Pas in december is het schip van hervormingen echt op stoom gekomen.

Daar komt bij dat Bulgarije al twee jaar lang niet in staat is aan zijn internationale schuldverplichtingen te voldoen. Het wegvallen van de Sovjet- en de Oosteuropese markt, vervolgens de Golfoorlog en tenslotte de betalingsmoeilijkheden van landen als ex-Joegoslavië, Libië, Cuba, Vietnam en Nigeria kostten de Bulgaren miljarden die nergens konden worden gecompenseerd.

Dat heeft de reputatie van het land geen goed gedaan. Vergeleken met Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije zijn de bedragen die in Bulgarije zijn geïnvesteerd niets: tachtig miljoen dollar slechts is gemoeid met het totaal aan joint ventures in Bulgarije. “Alles wat we hebben bereikt, hebben we op ons eentje moeten doen, in een volledig isolement voor zover het over kredieten gaat”, zegt Gavriiski.

Het baart de Bulgaren zorgen, zeker waar het de buitenlandse schuld van 11,4 miljard dollar betreft. Met Westerse regeringen hebben de Bulgaren geen problemen, met Westerse banken wel: alle Bulgaarse voorstellen, ook die welke werden gesteund door het IMF, de Wereldbank en de EG, zijn door de banken afgewezen. En helaas, aan banken is Bulgarije veel meer schuldig dan aan regeringen. “Maar we kunnen gewoon niet betalen. De handel met de ex-Sovjet-Unie is verdwenen, tachtig procent van onze exportmarkt. Wat kunnen we doen? Met Rusland is een contract gesloten: het levert ons olie tegen Bulgaarse machines. Het is nu juni en we hebben nog geen druppel olie ontvangen.”

Voor de Bulgaarse economie heeft alleen al dat wegvallen van de Sovjet-markt dramatische gevolgen, nog steeds. Het grootste deel van de Bulgaarse metaalindustrie ligt stil: zij produceerde voor de Sovjet-markt. Hetzelfde geldt voor de militaire, de farmaceutische en de chemische industrie. Deze maand moet een chemisch complex dicht dat uitsluitend voor de Sovjet-markt produceerde. Dat Japanse experts het het modernste van de Balkan noemen vergroot de pijn alleen maar. De industriële produktie daalde in Bulgarije vorig jaar met twintig procent en daalt dit jaar nog eens met twintig procent: het grootste deel van die daling ligt aan het wegvallen van de Sovjet-markt.

Een uitweg is er niet, zo geeft de sombere jongeman in het zwart toe: de produktie van deze sectoren is nergens te verkopen. Het gevolg: de hele industrie zal moeten worden geherstructureerd, hele sectoren moeten plaats maken voor andere, vooral in de landbouw, het toerisme en de lichte industrie - en dat in een land zonder geld en zonder hulpbronnen, een land waar 89 procent van de bevolking onder het bestaansminimum leeft en waarnaar niemand omkijkt.

De privatisering, zegt Gavriiski, verloopt aldus moeizaam: hoe kunnen burgers met een gemiddeld maandinkomen van 70 dollar (bij prijzen die de Westerse kant uitgaan) investeren in privébedrijven? “Ik zie dat onze burgers niet doen”, zegt hij. “En buitenlandse investeerders zijn er nauwelijks, en degenen die er zijn drijven handel: ze investeren niet in produktiecapaciteit.”

Toch blijft hij optimistisch. Hij geeft toe: de bevolking is zwaar getroffen door de hervormingen, maar de schokken zijn nu voorbij. Dat volgens sociologen 89 procent van de bevolking onder het bestaansminimum leeft, wil er bij Gavriiski niet werkelijk in: “Dat is een cijfer van de oppositie”, want, zegt hij, “veel mensen krijgen hun genationaliseerde bezittingen terug en hebben neven-inkomsten uit de huren, en op het platteland brengt de moestuin verlichting”, nee, 89 procent, dat is niet correct, al wil hij het probleem niet bagatelliseren. Ook de werkloosheid is een probleem, geeft hij toe, een half miljoen Bulgaren is werkloos, elf procent van de beroepsbevolking, een half miljoen mensen die moeten rondkomen van 620 leva per maand, vijftig gulden. En even vergeet Gavriiski de verborgen werkloosheid, de honderdduizenden arbeiders die bij stilgelegde fabrieken werken: zij zijn formeel niet werkloos, maar krijgen ook geen loon. Gavriiski geeft toe, ook dat is een probleem. Hoevéél verborgen werklozen Bulgarije telt, weten we niet. Zijn het er veel? Misschien, zegt Gavriiski, misschien zijn het er heel veel.

Het ligt vooral, zo keert hij bij het uitgangspunt terug, aan onze onbekendheid. Polen en Hongarije zijn eerder begonnen, zij kunnen al een paar privatiseringsuccesjes laten zien. Wij hebben die nog niet. Het toerisme biedt mogelijkheden, maar pas op lange termijn, het toerisme is vorig jaar ingestort: de meeste toeristen kwamen vroeger uit Oost-Europa en de Sovjet-Unie. “En jullie stellen de zaken soms ook verkeerd voor,” zegt hij, plotseling fel, “als ik de kaarten van Bulgarije zie in de folders van Westerse touroperators, zie ik dat de kerncentrale van Kozlodoej vlakbij Varna en de kust wordt gesitueerd. En u en ik weten hoeveel honderden kilometers er tussen Kozlodoej en de kust liggen.”

Bulgarije, een klein Balkanwonder? Maar ten dele, want een wonder is pas een wonder als het is verricht, en Bulgarije heeft de grootste krachtproeven nog voor de boeg. Hervormen doet pijn, en die pijn kan, de harde handen van Ivan Kostov ten spijt, net zo vertragend en complicerend werken als de internationale onbekendheid van Bulgarije. God is te hoog en de koning is te ver, zegt het Bulgaarse spreekwoord: de Bulgaren zullen het zelf moeten doen.

Foto: Een machinefabriek in Sofia. Door het wegvallen van de Sovjet-markt ligt de metaalindustrie in Bulgarije momenteel stil. (Foto ABC)